Dichter bij elkaar of verder uiteen? (2)
1989-03-17
Een gelukkige inkonsekwentie?- Jaargang 33
- nummer 6
Het is geen eenvoudige zaak om gelovigen van gereformeerd belijden, verspreid over zo'n tien kerkelijke gemeenschappen· wat dichter tot elkaar te brengen.
In het voorafgaande heb ik er op gewezen dat uit de artikelen in de Reformatie blijkt dat dr. W.G: de Vries hier nauwelijks oog voor heeft en links en rechts zijn kritiek blijft spuien. Het heeft geen zin om nog.
eens op de door hem genoemde zaken in te gaan, wel wil ik nog wijzen opeen onverwachte wending bij dr.d.V. Nadat weinig heel is gelaten van onze kerken en de klacht is geuit dat er in de zestiger jaren zo gezucht en geleden is onder de dictatuur van zogenaamde trouw-gereformeerde ambtsdragers, zou je als konklusie verwachten dat het geen zin heeft met onze kerken in gesprek te blijven. Maar zie, nadat dr. Meulink is geciteerd, die geschreven heeft. dat er nog heel wat moet gebeuren eer we kerkelijk één kunnen zijn, zegt dr. de Vries: "Ach, zoveel hoeft het niet te zijn".
Zou het tot zijn besef beginnen door te dringen dat hij met al zijn kritiek aan de oppervlakte is gebleven en niet naar de diepte is afgestoken?
.lets dergelijks heb ik ook gekonstateerd bij de bespreking van het rapport van de synode van de vrijgemaakte kerken gehouden te Spakenburg over het contact met de Chr. Geref. Kerken. Na een minutieus overzicht van de teleurstellende ervaringen in het verleden, zou je verwachten dat wordt voorgesteld een punt achter deze zaak te zetten. Zo valt er te lezen "Uw moderamen kan het verstaan, wan-
· neer zou worden opgemerkt: wij moeten nu maar stoppen, het contact moet nu maar beëindigd worden".
Toch wordt besloten om een samenspreking met deputaten van de Chr. Geref. Kerken aan te gaan. Hierbij grijpt men boven de logische konklusie uit en we konstateren met genoegen dat het vrijgemaakte bloed begint te kruipen waar het niet gaan kan. Komen we dan toch wat dichter bij elkaar?
Spakenburg en Amersfoort
Er is mij wel eens verweten dat ik de besluiten van de vrijgemaakte synoden over 'de zaak Grootegast' te weinig in rekening breng. Uit een rapport van de al genoemde synode van Spakenburg citeer ik (pg. 62) dat. de predikant van G. o.a. leert: "Buiten de kerk kan niemand gelovig genoemd worden, want buiten de verzameling van Gods volk valt er niets te geloven. Omdat daar niets is. Omdat daar geen zaligheid is, geen enkele zaligheid ... wie niet tot de vergadering behoort is geen gelovige ..."
De vrijgemaakte kerken hebben deze 'leer' afgewezen en de betreffende predikant geschorst en afgezet.
De extreme gevoelens van deze broeder over het: ..buiten de kerk geen zaligheid" was de kerken te gortig; maar is er nu veel veranderd?
Uit de besluiten is duidelijk dat de synode en de kerken aanvaarden dat er gelovigen buiten de ware kerk zijn, maar dit is geen nieuws. De suggestie dat de vrijgemaakte kerken zouden leren dat er buiten hun gemeenschap geen mens zalig wordt is niet juist. : Wanneer nu dr. Meulink schrijft dat er nog heel veel. moet gebeuren voordat we kerkelijk één zijn, stem ik dit hem van harte toe, want we zijn niet vergeten wat we in de jaren 1967/70 over ons heen kregen vanwege de ondertekening van de befaamde Open Brief aan de Tehuisgemeente in Groningen.
Wat was er bij deze explosie in geding.
Van 1945 aan hebben er zich in de vrijgemaakte kerken moeilijkheden voorgedaan rondom het al of niet samenspreken met de Geref. Kerken (syn.) en de samenwerking met broeders en zusters op scholen en in politieke organisatie, die niet kerkelijk één met ons waren en met wie we een 'ethisch conflict' zouden hebben. Er zou aan deze artikelen geen einde komen wanneer ik zou verhalen wat zich in de strijd om kerk en doorgaande reformatie zo al heeft voorgedaan. Lang vóór 1967 hebben veel mensen, diep teleurgesteld onze kerken verlaten.
Open Brief
In de Open Brief werd afgewezen het gevoelen dat, sinds Christus in 1944 de kerken in een nieuwe reformatie had uitgeleid uit het diensthuis van synode-heerschappij, de weg naar hereniging niet gezocht mocht worden in samensprekingen die tot verzoening zouden kunnen leiden, maar daarin dat de achtergebleven gelovigen werden opgeroepen zich vrij te maken en te voegen bij de ware kerk.
Voor dit gevoelen beriep men zich op de art. 27/29 Ned. Gel. B. In de O.B. werd het als volgt onder woorden gebracht: "Zo werd het tot een confessionele aangelegenheid herleid, dat de bedding van Christus' kerkvergaderende activiteit via de vrijgemaakte kerken loopt. Zodanig, dat wie in deze stroom wil meegenomen worden, zich met de vrijgemaakte kerken heeft te verenigen".
Hiermee werd niet ontkend dat Christus in de vrijgemaakte kerken vergadert, zoals het helaas is uitgelegd,.
maar bestreden dat Hij uitsluitend daar vergadert, op het éne adres! Daarachter ligt de vraag of gelovigen in andere kerken tot Christus' kerk behoren. Men erkent wel dat er gelovigen buiten de kerk zijn, maar hoe is het met hen die tot andere kerken behoren.
Nu is er, zegt men, een kentering waar te nemen en ik weet dat er vrijgemaakten zijn die van harte meewerken b.v. in de EO en de Evangelische Hogeschool. Verschillende malen ben ik door een vrijgemaakte broeder opgewekt om mee te doen in interkerkelijke samenwerking.
Toch ben ik er niet gerust op. Dezer dagen las ik in het Ned. Dagblad weer een betoog van ds. H.J.J. Feenstra over de gemeenschap der heiligen, waarin wordt beweerd dat die uitsluitend in de eredienst en aan dezelfde avondmaalstafel wordt gevonden en niet in bijeenkomsten met andere gelovigen.
Hoe één en ander zich verdraagt met Zondag 21 van de H.C. is mij een raadsel, maar dit terzijde.
Amersfoort 1967
Hoe het ook zij, we hebben niet alleen te maken met besluiten van de synode van Spakenburg, maar ook met die van Amersfoort 1967, waar over het kerkelijk lot van velen is beslist. Blijkens de acta pg. 165 heeft deze synode in het oordeel over de ondertekenaars van de Open Brief gesteld: De Generale Synode heeft geoordeeld, dat degenen die ontkennen, dat de ware kerk in deze landen wordt vergaderd op de aloude grondslag van de gereformeerde kerken, nl. Gods Woord en de Drie Formulieren van Enigheid en dat de vrijmaking ons bewaarde bij die kerk en zo bij Gods éne Kerk op aarde, de artikelen 27-29 NGB t.a.v. het schriftuurlijk-confessioneel fundament van de kerken der vrijmaking, niet naspreken". (curs. van mij) Wie de Vrijmaking niet ziet als een bewaard blijven bij Gods éne kerk op aarde, maar als een te betreuren uiteengaan van broeders en zusters, komt in strijd met de belijdenis, ook al ging hij de weg van de vrijmaking!
De ondertekenaars waren die weg gegaan als een daad van gehoorzaamheid, gewerkt door de H. Geest. Het was de synode bekend, maar het mocht niet baten, want zo lezen we: "Maar van een door de Here in Zijn Woord bevolen reformatie en wederkeer wordt niet gerept en' dat de vrijmaking nu in de situatie van 1966/67 nog eis des Heren is, wordt in de O.B. niet beleden".
Let U vooral op het woord: beleden.
De vrijmaking als eis des Heren in de jaren 1966/67 was dus een stuk van het gereformeerd belijden.
Op dit standpunt is de weg naar de eenheid eenvoudig: de gereformeerden in de Herv. en de Geref. Kerken moeten zich vrijmaken en met de Chr. Geref. Kerken moet het gesprek worden aangegaan, niet vrijblijvend, maar om tot eenheid te komen. U ziet het gaat in ons geding met de vrijgemaakte kerken niet om kleine dingen: het gaat om de broederschap in Christus die veel verder reikt dan deze kerken.
Als kerken binnen de gereformeerde gezindte past ons. daarbij ootmoed en zelfbeproeving, want samen zijn we in deze verdeeldheid en verstrooiing geraakt.