Levensproblemen
1989-03-17
Een ouderling komt op bezoek bij een weduwe. Ze is nog niet zo oud.- Jaargang 33
- nummer 6
Haar man is nu zowat een half jaar geleden overleden.
"Het went zeker al aardig", zegt de bezoeker tegen haar, waarop zij antwoordt: "ja, het went al". En toen was het gesprek afgelopen.
Wat had ze nog meer kunnen zeggen tegen deze broeder? Ze kan hem toch niet vertellen dat het nooit 'went', dat je er nooit aan 'gewend' zult raken, dat je altijd alleen bent, dat je nooit meer je zorgen kunt delen met iemand als je 's nachts ligt te piekeren. Dat 'de' ander er dan niet is om het tegen te vertellen, geen hand die je kunt vasthouden, geen schouder om je hoofd op te leggen.
Wat moet je als 'deskundige', als hulpverlener doen bij iemand die met echte, diep ingrijpende levensproblemen worstelt? Men verwacht vaak goede raad: als u zus of zo doet, dan lost het probleem zich vanzelf wel op. Als dat waar was, dan zou het zijn als met een slot en een sleutel. Even zoeken en met het juiste 'sleutelwoord' is het probleem de wereld uit. Maar als iemand werkelijk met diep ingrijpende levensproblemen te kampen heeft, een zwaar verlies, .een kind dat bezig is het verkeerde pad op te gaan, een levensbedreigende ziekte ... , dan ben je er niet met goede raad, dan is het niet even een kwestie van: "kop op, houd maar goede moed" of een dergelijke dooddoener.
Hoe verschillend gaan mensen om met zware tegenslagen in het leven: tranen, gebed, woede. verharding, doen of 't je niet interesseert, radeloosheid, zelfbeklag, je kunt er helemaal depressief van worden.
En daar sta je dan, en je wilt helpen.
Met adviezen sla je de plank dus meestal mis. Met een 'opbeurende dooddoener' ook. Nee, in zo'n situatie zoeken hulpverlener en hulpvrager samen, tastend naar een uitweg, een weg die de hulpvrager zelf kiest. Luisterend, vragend, naast elkaar staande kun je zo'n weg vinden en dan kom je verder.
Dan zal de hulpvrager dingen in zijn leven moeten veranderen. Maar dat dóe je, omdat je zelf inziet dat je op die manier een veel betere weg bewandelt. Dan kun je ook voor je eigen leven stáan en word je niet als een riet heen en weer bewogen, nee, dan is dat een vast pad dat je voor je ziet. Natuurlijk komen er nieuwe problemen en zijn de oude nog niet weg. Maar je ziet weer een toekomst vóór je, je hebt weer uitzicht op morgen.
De schrijver van dit artikel was tot voor kort lid van het bestuur van de Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk van de Ned. Geref.
kerken.