Tussen kerk en keuken

1989-03-17
  • Jaargang 33
  • nummer 6
Gemeenteleden die zich in hun omgang beperken tot hun leeftijdsgenoten doen zichzelf tekort. Dat heb ik niet van mezelf. Niemand minder dan Paulus heeft dit gezegd.
Op een wat andere manier, dat geef ik onmiddellijk toe, maar toch ...
Leest U de brief van Paulus aan Titus maar eens na. Vooral dat gedeelte als het over de onderwijzingen gaat, die de oude (mag het ook oudere zijn?) vrouw aan haar jongere seksegenoten mag geven. Dit is een raad van Paulus waar ik in het dagelijks leven echt iets mee kan. Als het me tegenzit in huishoudelijke of andere beslommeringen, pak ik mijn fiets en leg vijf minuten later mijn voeten onder en mijn problemen op tafel bij een goede vriendin en tegelijkertijd iets oudere zuster.
Als de narigheid erg nijpend is liggen onze voeten gezusterlijk naast de problemen op tafel. "Dit mogen de kinderen beslist niet...
Erg ongemanierd", knikken wij wat dromerig tegen elkaar. Haar jongste kinderen zijn net zo oud als mijn oudste, dus alle kommer en kwel die me op gezette tijden overkomt, heeft zij al het hoofd geboden.
Waterpokken, pubertijd, vriendinnetjes en te laat thuiskomen ... (ik noem maar een dwarsstraat), je kan het zo gek niet bedenken of ze heeft er mee te maken gehad.
Nu moet je er natuurlijk wel voor waken een niet al te volmaakte zuster uit te kiezen voor je ontboezemingen!
Als je zelf een uitgesproken slordige aard hebt en je gaat raad vragen aan iemand die niets liever doet dan kasten opruimen of keukens soppen, dan zal ze je niet begrijpend aankijken bij de bekentenis, dat de hele gangkast verstopt zit van de laarzen en dat je toch het paar van Pietertje niet kan vinden.
Ongetwijfeld zal ze zeggen dat zij overal een vaste plaats voor heeft en nooit naar iets hoeft te zoeken.
Dan ga je naar huis met een minderwaardigheidscomplex van heb ik me jou daar en dat kun je niet gebruiken.
Zoek vooral iemand met dezelfde zwakheden als jij (ze mogen overwonnen zijn). Die weet waar je het over hebt. Het troostvolle is, dat die mensen er altijd zijn.
Ik was vorige week bij mijn vriendin Fieke en zei na twee koppen thee en twee zoute koekjes mistroostig: "Ik ben een warhoofd, geloof ik... ik kom nooit toe aan de dingen die ik me voorgenomen had te doen."
Ze keek me aan en zei: "Ach kind ... dat ken ik! Wat moet je nu echt doen en wat kun je laten zitten". Dat was een erg wijze opmerking van haar, want toen ik er eens goed over nadacht waren er bij mijn voorgenomen bezigheden nog al wat dingen die zonder enig bezwaar weken konden blijven liggen. Opgelucht ging ik daarna de jongste uit school halen. Tijd genoeg om hem die middag nog voor te lezen. Belangrijk?
Voor hem en voor mij wel!


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief