Wonderlijke verhalen (4): De grote vis en de kleine profeet
2007-10-12
Ontmoeting- Jaargang 51
- nummer 20
Wat roept Jona voor associaties bij je op? Wie kan hem goed begrijpen, en wie absoluut niet? Vorm twee groepen en ga met elkaar in gesprek.
Bezinning vanuit de Bijbel
• Lees het boekje van en over de profeet Jona. Jona weigert de opdracht van God te aanvaarden. Hij kan en wil niet meemaken, dat God zich zou interesseren voor de mensen in die grote, heidense stad Ninevé. Dan maar liever weg bij God. En als de enige weg om Hem te ontvluchten de dood lijkt, dan moet dat maar. Maar de HEER liet Jona opslokken door een grote vis. Als het ware in het dodenrijk zonder te sterven (2:2). Drie dagen en drie nachten. Een mens moet soms diep vallen vóór hij zich gewonnen geeft aan God. Herkenbaar?
• De donkere binnenkamer van de grote vis wordt een huis van gebed, want Jona gaat bidden. In dat gebed hoor je flarden en klanken van Psalm 30, 32, 40, 42 en 69. Welke elementen uit die psalmen pakt hij op, en welke laat hij liggen? Welke rare dingen zegt hij over heidenen? (2:8) Wanneer zou ons zoiets ook kunnen overkomen? Hoe is dat te voorkomen?
• De grote vis spuugt het kleine mannetje op het droge. Willem Barnard dicht: Ja, Hij rechtvaardigt mijn bestaan, Hij doet mij uit de dood opstaan. Zingen zal ik, ik ben het woord dat Hij met welgevallen hoort. Het is mooi gedicht, maar niet gebeurd. Jona is nog niet veranderd. Maar God is ook niet veranderd! Hij wil dat zijn woord gesproken wordt in Ninevé. Opnieuw roept de HEER Jona. Herken je uit je eigen leven, dat het Woord van God soms pas na een paar keer tot je binnendringt en je in beweging zet?
• Jona hoopte dat zijn woorden uitkwamen, maar hij was er bang voor… (vgl. 4:2) En als zijn woord dan effect heeft, en God niet doet wat Hij zegt (3:5-10) wordt hij boos. Jona lijkt op de broer van die kerel uit de gelijkenis van de verloren zoon. Die moest ook niets hebben van de goedheid van zijn vader. Het kon toch niet waar zijn, dat z'n vader nog iets te maken wilde hebben met zijn broer die er in zijn leven zo’n puinhoop van had gemaakt? Hij werd boos en wilde niet feestvieren. (Luc. 15:28) Het feest van de genade kon hij niet meemaken. Welk gevaar is groter? Dat je er straks bij de bruiloft van het Lam niet bij bent, omdat je Gods goedheid niet hebt leren kennen? Of dat je er straks niet bij bent, omdat je Gods goedheid wèl hebt leren kennen...?
Slot
Bid God om toewijding aan Hem, en een hart vol liefde voor de mensen in ‘de grote stad’. Zing Psalm 72:4 en 6, en Gezang 37.
Onvruchtbare vroomheid Zó typeerde ds. J. Dekker de vroomheid van Jona een paar jaar geleden in een reeks studies over deze profeet (Opbouw, 47e jaargang nr. 3-9). Jona heeft er geen enkele moeite mee om in de buik van de vis over Gods goedertierenheid te zingen, maar zal dat nooit in de straten van Ninevé doen. Maar God heeft een woord voor de wereld. Een woord van genade voor mensen én dieren, en als het moet schakelt Hij dieren in om dat woord niet verloren te laten gaan. |