Boekbespreking

1989-03-31
  • Jaargang 33
  • nummer 7
Drs. L.J. Joosse, Reformatie en Zending.

Bucer en Walaeus: vaders van reformatorische zending.
Goes: Oosterbaan en Le Cointre 1988.
Prijs: fl. 24,90.
Pag. 160, incl. noten, literatuurlijst en register van namen en zaken.

In deze studie bespreekt drs. Joosse, vrijg. gereformeerd predikant te Groningen, een bekend thema: hoe komt het dat in de tijd van de Reformatie er nauwelijks over zending werd nagedacht en er zo weinig aan zending werd gedaan?
Horen Reformatie en zending wel bij elkaar? Hoewel iemand als S. van der Linde aanwijst dat de vaders van de jonge gereformeerde kerk zeker wel hebben nagedacht over zending, en dan met name Bucer, toch konkludeert ook hij dat ze niet tot de zendingsdaad gekomen zijn en dat de Reformatie in geen geval de zending voorbeeldig heeft verwerkt. Daarvoor moeten we z.i. bij het Piëtisme zijn. Ik vermoed dat ook onder ons deze voorstelling van zaken gangbaar is. Joosse meent dat dit beeld behoorlijk moet worden bijgesteld. En daaraan is zijn studie gewijd. Al ben ik geen kerkhistoricus, en kan derhalve hem niet narekenen in zijn uitvoerige bespreking van vooral Bucer, toch denk ik dat hij zijn gelijk hard heeft kunnen maken.
Daarvoor moeten we wel een paar dingen bedenken. We moeten niet de term zending laden met een betekenis die 1ge eeuws is, p. 13; we mogen niet vanuit latere ontwikkelingen alleen de Reformatie op het punt van zending beoordelen. Ook moeten we niet afgaan op de term zending; de term kan afwezig zijn, maar de zaak wel degelijk aanwezig, p. 14. In hst. 2 gaat Joosse in op de beoordeling van de Reformatie in de zendingswetenschappelijke literatuur en ontdekt dan dat Bucer er over het algemeen het beste vanaf komt. Hij heeft heel wat informatie in dit hst. opgeslagen. Hst. 3 is dan het centrale hst. in deze studie, waarin uitvoerig wordt ingegaan op Bucers ambtsopvatting en dat in nauwe aansluiting bij prot. van 't Spijkers bekende proefschrift over de ambten bij Martin Bucer. Joosse meent dat bij Bucer het ambt van herder en leraar niet maar alleen een taak had naar binnen toe maar ook naar buiten toe, naar Joden en Turken en andere ongelovigen, p. 48 v. Ik ga dat nu niet allemaal weergeven, maar wie van kerkgeschiedenis houdt en benieuwd is hoe Joosse zending koppelt aan Bucers ambtsopvatting, kan in dit uitvoerige hst. zijn hart ophalen. Zending is een opdracht aan de gemeente gegeven en wordt door het uit de gemeente opkomende ambt gerealiseerd, ik denk dat ik heel kort het zo kan samenvatten. En hier zou dan een heel eigen visie op zending achter steken, die duidelijk zich afgrenst tegen de 19de eeuwse zending die duidelijk niet-kerkelijk gebonden was. Maar de herders en leraars hadden een taak naar alle verloren schapen om die in de schaapstal van Christus te brengen, p. 53 v.
Andere zaken die onze aandacht waard zijn, laat ik nu maar rusten.
Wel wijs ik er nog even op dat Joosse ook de rol van de overheid die christelijk geacht werd en wier dienaren tot de kerk behoorden, bespreekt in verband met de uitbreiding van het Rijk van Christus. Het was de tijd van het corpus christianum, waarin kerk en overheid behoorden samen te werken ook voor de belangen van het Koninkrijk Gods. Art. 36 NGB is nog een herinnering aan die voorbije periode Joosse vindt het dan ook onbillijk alle overheidsbemoeiingen ten dienste van de zending in die dagen terug te voeren op imperialisme e.d.
Ik vermoed dat hij hier een goede korrektie aanbrengt voor wat die tijd aangaat op de gangbare voorstelling van zaken. Gelukkig overspeelt hij niet zijn hand door de overheid in die dagen mooier af te schilderen dan ze in werkelijkheid was.
Ook een aantal konkrete zendingsondernemingen passeren de revue als bewijs dat er wel degelijk aan zending gedaan werd in de 17e eeuw. De invloed van Bucer met name in Nederland wordt ook nog nagegaan, waarbij dan Walaeus ter sprake wordt gebracht.
AI met al een studie die ik kan aanbevelen.
Ter afsluiting een paar meer technische opmerkingen: de oud-hollandse citaten in het hst. over Walaeus hadden van mij ook wel vertaald mogen worden; het zou de leesbaarheid ten goede gekomen zijn. De stijl is wat moeizaam en hier en daar zelfs omslachtig wat nu en dan de duidelijkheid niet ten goede komt. Bijeen tweede druk, die er m.i. best mag komen, zou Joosse eens een neerlandicus moeten inschakelen om de stijl wat bij de schaven.
Dit is een wetenschappelijke studie, die zich haast uit de aard der zaak niet vlot laat lezen. Maar ik hoop toch genoeg mensen nieuwsgierig gemaakt te hebben om het boek aan te willen schaffen. Het is de zaak, Reformatie en Zending, waard.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief