Ik. kan het toch niet!

1989-03-31
  • Jaargang 33
  • nummer 7
Een black-out bij een proefwerk, knikkende knieën bij de bakker, als een berg opzien tegen alles wat je niet kent. Dat is faalangst.
"Je denkt van jezelf dat je een nul bent in de maatschappij", zegt Mark. En hij kan het weten
.

"Faalangst is op zich niks bijzonders; iedereen heeft het wel een beetje. De zenuwen voor een tentamen, stotteren of blozen als je onverwacht iets wordt gevraagd, je kent het wel. Gelukkig ben je daarmee nog niet direkt faalangstig.
Want dát is nog wel even wat anders.
Het heeft invloed op bijna alles wat je doet. Je voelt je vaak rot, je weet je geen houding te geven, je reageert steeds ander dan je zou willen.
Het helpt al een heleboel als je weet dat je niet de enige bent. Het helpt als je erover praat of leest. Je zet het voor jezelf op een rijtje. Er is ook best wat aan te doen, gelukkig.
Maar ik dwaal af. Ik zou eerst vertellen hoe het nou eigenlijk voelt.

Onder de maat

Als je faalangstig bent, denk je dat je iets niet kunt, wat je eigenlijk wel zou moeten kunnen. Je voldoet niet aan de verwachtingen; je valt op omdat je onder de maat blijft. Dat denk je tenminste.
Het kan zich uiten op school door abnormale examenvrees, maar ook in je alledaagse dingen en in je werk. Soms ben je bang voor opgaven waar je inderdaad minder goed in bent. Je moet het nog leren, of je kapaciteiten liggen gewoon ergens anders. Maar vreemd genoeg ben ik meestal bang dat ik iets niet kan, terwijl ik wéét dat ik het best kan.
Op school haalde ik altijd achten en negens, en toch heb ik tot het laatst gedacht dat het allemaal wel fout zou gaan met mij. En toen ik het examen gehaald had (met achten dus), was er wel weer wat anders waar ik tegenop zag. Dat is nu nog zo. Mijn vak zit vol uitdagingen, en dat zou me aan moeten sporen iets te presteren. Een probleem uitspitten enzo. Maar ik zie elk probleem als iets onoverwinnelijks. Een hobbel die ik niet kan nemen. "Deze keer zal ik door de mand vallen", denk ik dan. Elke nieuwe opgave is een bedreiging en brengt me van m'n stuk.
Het rare is, dat het dan inderdaad moeilijk is om helder na te denken.
Je zou de situatie moeten ordenen, een begin maken. Maar ik zit er veel te lang tegenaan te hangen. Kijken hoe anderen het doen, en of ik er niet onderuit kan. De weg van de minste weerstand zoeken.
Ik ben vaak jaloers op mensen die eenvoudig werk doen. Ik wil liever onder m'n nivo (sorry hoor) werken, omdat ik dát tenminste moet kunnen.
Als ik daar aan toegeef, moet ik aan de lopende band gaan staan.
Gewoon tienduizend keer per dag hetzelfde moertje aandraaien. Misschien dat ik dan op den duur geloof dat ik tenminste moertjes kan aandraaien.
Maar ik zou mezelf natuurlijk wel grandioos voor de gek houden.
Want faalangst heb je niet alleen op school of op je werk, dat heb je ook als je een half gesneden bruinbrood bij de bakker moet halen. Dat heb je ook als je met een rood hoofd twee minuten te laat in de kerk komt. Of je staat op de bus te wachten, en iemand begint tegen je over het weer. Het klamme zweet breekt je uit. Een kennis uitnodigen voor de koffie bezorgt je hartkloppingen. En naar de bioscoop ga je noodgedwongen maar alleen.
Zo kritisch als ik tegenover mezelf ben, ben ik ook tegen anderen.
Maar meestal durf ik die kritiek niet recht voor z'n raap te zeggen. Je voelt wel, daar zit wat scheef. Komplimentjes geven gaat me moeilijk af. Ze komen daarom ook vaak onecht over. Komplimentjes ontvangen kan ik al helemaal niet. Eigenlijk enorm gevleid (te afhankelijk dus van positieve opmerkingen van anderen) kraak ik ze zelf altijd af.
"Ach, het stelt niks voor." Je kent dat soort opmerkingen wel.
Ik ben ook altijd de pineut als er iets gedaan moet worden. Dat is niet zielig ofzo, ik zeg gewoon nooit 'nee'. Als ik een inleiding moet houden, of op de zaak wat moet vertellen, dan leer ik het verhaal half uit m'n hoofd. Als het dan zo ver is, sta ik tegen stoelpoten te praten, ondertussen als de dood dat ik de andere helft zal verknallen.
Nu ik er op let valt het me op hoe weinig ik mensen aankijk tegen wie ik praat. Praten moet je ook met je ogen doen. Luisteren ook trouwens.
Je kunt dat wel leren, maar dan moet je eerst weten wat je fout doet.
Dan schrik je wel even van jezelf hoor, maar als je weet wat je fout doet en waarom, is het ook makkelijker om te geloven dat je daarom nog geen waardeloze mislukking bent.

Vechten of vluchten

Angst is net zoiets als pijn. Een signaal dat je wat moet doen. Vechten of vluchten. Toen ik acht was, werd ik eens achterna gezeten door een klein keffend hondje. Op zo'n moment denk je natuurlijk niet logisch na; je doet alles impulsief. Vooral hard lopen. Je voelt als het ware die kleine tandjes al in je kuiten, en daarom maak je dat je weg komt.
Dat is angst, en het is maar goed dat we dat gevoel kennen. Als je een tentamen moet doen, ben je ook wel een tikkeltje gespannen, als het goed is. Dat prikkelt je extra, in dit geval om te vechten. Want met vluchten schiet je nu natuurlijk niet veel op.
Door zo'n signaal van angst verandert je hartritme en de samenstelling van je bloed. Je spijsvertering stopt even, en zo gebeurt er nog het één en ander. Allemaal gericht op de prestatie die je moet leveren.
Bij akuut gevaar slaat je lichaam 'groot alarm'. Er komt onder andere veel adrenaline in je bloed. Die stof stimuleert de aktie van hart en longen, en remt tegelijk de overdracht van signalen naar de hersenen af.
Daardoor krijgen je reflexen voorrang op je logisch denkvermogen.
Dat is een prachtig mechanisme, vind ik. Maar het kan ook goed fout gaan.
Als je te snel in paniek raakt, bijvoorbeeld al bij een tentamen, gebeurt er iets soortgelijks. Je kan niet meer logisch nadenken, je wilt bewegen, het zweet breekt je uit. Veel mensen zeggen dan dat ze een black-out hadden.
Er zijn allerlei situaties waar je wat extra prestaties moet leveren. Een klein beetje spanning, of éven bang zijn dat het mis zal gaan, is dan heel natuurlijk. Ze noemen dat 'positieve faalangst'; het is faalangst die je aanzet de oorzaak aan te pakken.
'Negatieve faalangst' lijkt op paniek.
Je wilt de oorzaak omzeilen. Je vlucht" .

Nul

“Hoe je nou eigenlijk faalangstig wordt, weet ik niet. Misschien heeft de één er meer aanleg voor dan de ander. Het kan ook zijn dat er thuis erg zwaar werd gereageerd op slechte cijfers of andere stommiteiten.
Gelukkig hebben mijn ouders daar nooit moeilijk over gedaan. Ik denk dat ik gewoon mezelf te hoge eisen stel. Je let alleen op de dingen die je niet kunt. Je ziet je eigen mislukkingen door een vergrootglas.
Wat dat betreft heb ik eigenlijk geluk gehad. Er zijn ook mensen die voor hun leven getekend zijn door een verstikkende reeks van negatieve opmerkingen van ouders of klasgenoten.
Mensen die nooit eens te horen hebben gekregen dat ze iets goed deden. Of, nog erger, mensen die jarenlang het gevoel hadden teveel te zijn, genegeerd te worden.
Mensen die denken dat je alleen maar iets voorstelt als je net zo lenig of geestig bent als de rest. Ik denk dat de faalangst bij die mensen zó diep zit, dat ze wel zo'n beetje al hun vertrouwen in de toekomst overboord gezet hebben. Natuurlijk is de westerse maatschappij ok al geen paradijs voor faalangstigen. Iedereen kijkt voortdurend op z'n horloge.
Je karrière lijkt vaak je enige zekerheid voor later, en om karrière te maken heb je toch tenminste een paar diploma's nodig. En daarná moet je nog bewijzen dat je als mens iets waard bent. Je begint eigenlijk bij nul. En als je niks presteert, zal je altijd een nul blijven.
Maar dat is natuurlijk onzin. Iemand, die geschapen is naar Gods beeld, is geen nul. Je bent waardevol, omdat God je waardevol gemaakt heeft, en niet omdat je zo veel presteert.
Maar ik geef toe dat ik daar zelf ook niet aan denk als ik weer eens als een berg opzie tegen de volgende klus.

Alhankeljk

leder mens heeft behoefte aan voedsel. Dat is duidelijk. Maar je hebt ook behoefte aan vriendschap, aan rust, duidelijkheid, erkenning. Ik ben wat dat betreft erg afhankelijk van andere mensen. Mijn zelfbeeld (ja, zo heet dat nou eenmaal) wordt vooral bepaald door wat anderen van me vinden. Ze hebben eens ontdekt, dat de meeste mensen vier keer zo veel negatieve dingen zeggen als positieve. Nogal logisch dat je dan al gauw met een negatief zelfbeeld blijft zitten. En als je ook nog erg kritisch bent, maak je het jezelf alleen maar moeilijker.
Om minder afhankelijk te zijn van oordelen van anderen moet je eigenlijk twee dingen doen. Je moet allereerst jezelf wat eerlijker beoordelen.
Als je tegen jezelf zegt wat je allemaal niet kunt is dat prima, maar zeg dan ook wat je wél kunt. Gewoon de kleine of grote dingen waar je goed in bent. Als je dat eerlijk doet, hoef je in elk geval niet bang te zijn dat je naast je schoenen gaat lopen. Het tweede is eigenlijk even belangrijk: zeg ook eens tegen een ander wat hij of zij goed doet. Er lopen meer mensen rond met een gedeukt zelfbeeld dan je denkt. En toch zijn al die mensen waardevol voor God. Niet volmaakt natuurlijk, maar dat komt nog wel. Dat is een goede reden om vriendelijk te zijn.
Ik merk ook dat het jezelf veel meer ontspannen maakt.

Oefeningen

Verder zijn er manieren genoeg om een beetje met de spanningen te leren leven. Ontspanningsoefeningen, of oefeningen om op de juiste manier (met de buik dus, niet met je borstkas) adem te halen. Daar kan je genoeg boekjes over vinden in de bibliotheek. Ze zijn erg simpel, en bovendien nuttig. Alleen vond ik het eerst wel een beetje belachelijk.
Maar dat gaat snel over.
Als ik nu erg zenuwachtig ben voor een spreekbeurt of zoiets, dan probeer ik me van te voren in te leven hoe het zal gaan. Ik kom binnen, loop naar voren, enzovoort. Als je dat vijf keer achter elkaar doet, verdwijnt de spanning. En omdat de angst me niet meer overvalt als ik echt 'op' moet, gaat het stukken beter.
Soms ben ik hopeloos verlegen.
Maar ook daar kan je wat aan doen.
Je kunt jezelf bijvoorbeeld opleggen om tenminste éénmaal per week iets te doen wat je eigenlijk niet durft. Op bezoek gaan bij vrienden, in een boekwinkel een half uur rondkijken zonder iets te kopen, op school iemand vragen je iets uit te leggen, een praatje maken met zomaar iemand in de bus, expres vijf minuten te laat komen op een vergadering, iemand mee uit vragen, noem maar op. Eigenlijk zijn het hele grappige oefeningen.

Geduld

Het worstelen met faalangst kan erg lang duren. Nog steeds heb ik m'n ups en downs. Maar ik denk dat ik er toch iets in vooruit ga. Ik merk ook dat het steeds minder een probleem is. Je denkt er gewoon niet zo vaak meer aan. En dat moet ook. Je moet eigenlijk steeds minder met dat zelfbeeld bezig zijn.
Er is best veel geduld voor nodig.
Daar moet je God om vragen. Soms wil ik daar niet op wachten. Dan wil ik dat alles meteen duidelijk is.
Dat is nog wel een puntje van zelfkritiek, trouwens. Ik denk dat ik dat te weinig doe: de Here God bidden om moed en vertrouwen in de toekomst.
En om open ogen en de goede woorden voor de mensen die daar soms ook te weinig van hebben".

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het maandblad 'Aktie'.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief