Culturele en godsdienstige veranderingen in Nederland (1966-1987)

1989-04-14
  • Jaargang 33
  • nummer 8
Het Sociaal en Cultureel Planburo (SCP) publiceert elke twee Jaar een dik boek onder de titel 'Sociaal en cultureel rapport'. In september 1988 verscheen de laatste editie.
Onder allerlei sociale en culturele verschijnselen die behandeld worden valt ook 'godsdienst'.
Aan de hand van op zich betrouwbare enquêtes wordt vastgesteld hoe de opinie van de bevolking zich In de loop der Jaren ontwikkelt.
Vet'll vragen van deze enquêtes werden ook al In 1966 gesteld.
Met de cijfers tot en met 1987 Is het mogelijk om een beeld te geven van de veranderde opvattingen In de laatste twintig Jaar: biivoorbeeld over geloof, opvoeding en maatschappij. Hier volgt een selektie van de onderzoeksresultaten.
Niet lets om opgewekt van te worden.
Maar misschien zijn er ook enkele lichtpuntjes.

Wel geloof maar minder moraal

De belangrijkste verandering in opinies is opgetreden tussen 1965 en 1975.
Zoals het Ned. Dagblad terecht opmerkt (17.9.88): "Kennelijk heeft zich aan het eind van de jaren zestig in ons land een diep ingrijpende geestelijke omslag voltrokken".
Hierbij kan gedacht worden aan de Provo's, studentenrellen en allerlei andere verschijnselen, die de omslag markeerden. De laatste jaren veranderen de percentages niet of nauwelijks meer. Er heerst nu in Nederland een gestabiliseerd toegeeflijk klimaat, ook onder kerkleden, wat betreft o.i. belangrijke zaken.
Er mag van de meeste mensen erg veel.
Als 'wij' daar anders over denken dan behoren we tot een duidelijke minderheid in Nederland.
Twintig jaar geleden stonden we hierin niet alleen.
Ik vraag me af of men zich wel voldoende realiseert in onze kring wat dit betekent: a) In hoeverre zijn we zelf ook veranderd?
b) Welke consequenties heeft het voor evangelisatie?
c) Heeft het invloed op onze eigen informatievoorziening?
d) Hier worden onze kinderen mee geconfronteerd als er opinies uitgewisseld worden op school en op straat.
Puntsgewijs volgen hier de belangrijkste verschuivingen, die te lezen zijn in bijgaande tabellen met percentages en jaartallen.

Godsdienst en maatschappij
Politiek, omroep, vakvereniging, sportvereniging en school, moeten volgens de meeste mensen los staan van godsdienst (65-95% vindt dit). Twintig jaar geleden zag ruwweg de helft van de bevolking nog iets in de godsdienstige invloed op deze activiteiten (behalve sport en vakvereniging).

Kinderen: geloof en relaties
De meningen over het gedrag en de voorkeuren van de eigen kinderen zijn sterk verschoven.
Onder kerkleden is, in meerderheid al geen bezwaar meer tegen het trouwen met iemand die een ander geloof heeft.
Ook de keuze voor een mindere godsdienstige richting ontmoet hij bij ouders steeds minder bezwaar.
43% van de kerkleden (was 14% in 1965) heeft ook geen enkel bezwaar meer als het kind voor zichzelf zou uitmaken "geheel niet te geloven".
Toch mag maar ruim 50% van de kinderen zijn ouders met jij aanspreken.
In het algemeen vindt men samenwonen voor het huwelijk en als homosexueel of lesbisch paar of in een LAT-relatie geen probleem (60-70%). 94% van alle Nederlanders vindt dat men homosexuelen vrij moet laten om te leven op hun eigen manier. Negen jaar geleden was dit nog 65%.

Bidden
Kerkleden blijven wel geloven in een leven na de dood en het bestaan van de hemel (74-87%).
Niet veel meer in de hel 40% (was 69% in 1966), in de duivel 53% (73%) en in het bestaan van Adam en Eva 55% (73%); 64% ziet de Bijbel nog als Gods woord (was 77%).
Het blijft volgens de meeste kerkleden zin hebben om voor zichzelf te bidden (83%).

Buren
Eén van de weinige maatschappelijke verschijnselen waarin men niet 'makkelijker' wordt is "de acceptatie van mensen van een ander ras als buren". Nog maar de helft heeft daar "geen enkel bezwaar tegen", dit percentage is eens 86 geweest (in 1966). Het "hangt er steeds meer vanaf" of men dit accepteert.
Een kwart vindt het minder prettig.

Gelijke kansen
Een aantal enquêteresultaten kunnen misschien positief uitgelegd worden. In vergelijking met 1970 zeggen in 1987 meer mensen dat het zowel voor jongens als voor meisjes belangrijk is een goede schoolopleiding te krijgen en dat ze even vrij of onvrij opgevoed moeten worden.
In 1985 waren er nog meer voorstanders op deze punten.
Dramatisch daalde het aantal mensen dat vindt dat gehuwden over het algemeen gelukkiger zijn dan ongehuwden, van 60 naar 21%. Hoe kan men dit in 1965 toch zo sterk gedacht hebben? Bijna de helft vindt nu ook echtscheiding toelaatbaar bij een slecht huwelijk (ook als er nog kinderen thuis wonen). Slechts 12% had deze mening in 1965.
Parallel loopt de score op "hoe langer getrouwd, hoe meer waardering voor elkaar, van 75% in 1965 naar 36% in 1987.
Kerkleden zijn het in toenemende mate (gelukkig) oneens met de stelling dat "de bestaande maatschappij overeenkomt met Gods wil" (van 21 naar 62%). Met het niet "overlaten van beslissingen over zijn lot aan God" loopt het niet zo snel als met de maatschappij, (van 19 naar 44%).

Gezond
Uiteindelijk vindt men een goede gezondheid het allerbelanqrijkste in het leven (57%) veel belangrijker dan een goed huwelijk (17%), dat in 1966 nog even belangrijk was als een goede gezondheid. Een sterk geloof daalt qua belangrijkheid van 15 naar 6% in deze twintig jaar.
Kortom: Als korte samenvatting zijn de volgende tendenzen waarneembaar: Politiek, Omroep, Vakvereniging, Sportvereniging, School moeten los van godsdienst.
- Geen bezwaren meer tegen trouwen met iemand van een ander geloof, samenwonen voor het huwelijk in welke relatie dan ook.
Nog wel een beetje problemen met buren van ander ras en niet tutoyeren van ouders door kinderen.
Bij kerkleden wel geloof in: de hemel en leven na de dood, Bijbel als Gods woord en nut om voor zichzelf te bidden, maar niet evenveel geloof in hel en duivel.
Realistisch over het feit dat geluk niet afhankelijk is van al of niet getrouwd zijn; tolerant t.o.v.
echtscheiding en slechts een derde gelooft dat partners elkaar meer gaan waarderen naarmate het huwelijk langer duurt.
Gelukkig minder defaitistisch over zijn eigen lot en de bestaande maatschappij in relatie tot Gods wil.
Een goede gezondheid is belangrijker dan ooit: geluk = gezondheid?
Of je gezond kunt blijven en gelukkig bij het praktizeren van deze nieuwe morele normen is de vraag (die niet gesteld is).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief