Persschouw
1989-04-14
Het is eind maart. De lente komt met enige aarzeling op gang. De natuur voelt dat de tijd, om uit de ogenschijnlijke doodslaap. wakker te worden, daar is. Ook de zon wil vandaag niet achterblijven. De warmte probeert zich duidelijk te doen voelen. Verwachting wordt gewekt. Vult de omgeving. Een ondefinieerbaar gevoel komt aan.- Jaargang 33
- nummer 8
Niet uit te leggen. Maar het is er.
Verlangen naar meer dan het gewone?
Besluit ik misschien daarom de Appelweg in Amersfoort in te slaan?
Het gelawaai van de voortrazende wereld verzwakt. Ik laat het achter mij. De tijd houdt niet langer een wedstrijd tegen zichzelf. Hier heeft de tijd de tijd. Alle tijd. Wanneer ik de auto aan de kant zet en uitstap onderga ik dat ook zo. De tijd neemt heel langzaam bezit van me. Ik voel het en verzet mij niet. Ik laat mij meevoeren. Een zachte wind doet de bomen ruisen. De struiken ritselen.
Planten aarzelend bewegen.
Voorjaarsgeuren komen op me af.
Verwaaien. Keren terug. Omgeven door dit alles sla ik de bocht om. Het smalle pad begint. Tussen het iele groen, zo onvergelijkelijk met wat dan ook, staan bij elkaar twee narcissen.
Vol en open. Ik zie ze. Sta even stil. En herken hun belofte niet. Langzaam ga ik die paar honderd meter. Wat aarzelend. Ik weet wat me aan het einde wacht. Het pad is een holle weg geworden. Het lijkt bescherming te bieden. Desondanks gaat er iets van dreiging door me heen. Voor het oog heeft de natuur het hier voor het zeggen. En toch! Indertijd hebben mensenhanden het doen ontstaan. Wallen moesten worden opgeworpen. Hard werd er gewerkt. Doch niet uit vrije wil. Iedere schep met aarde bracht dat, wat men vreesde, dichterbij.
Een beklemmend gevoel probeert de stemming van zoëven op de vlucht te jagen. Vluchten wilden ook zij. De roep naar God zal uit menig hart opgeklommen zijn. Want dit pad leidde naar de dood. Hun dood. Hier werd voelbaar wat het betekent van alle zijden benauwd te zijn. Letterlijk.
Waar dit pad eindigt, eindigde menigeen.
Nu wacht op diezelfde plaats wederom een mens. Versteend. Zoals zijn voorgangers zich gevoeld zullen hebben, zo staat hij daar. Wetend dat aan alle leven een einde komt.
Aan dat van iedereen. Maar zo snel al? En op deze manier? Houdt het leven dàt in zich verborgen? Gebald zien we de ene vuist. Geopend de andere hand. Is er dan toch verwachting van een leven straks? Of klampt hij zich vast aan die paar vezels die hem nog verbinden met het nu? Nu, dat' is vrouw, kind, vriend. Ze zijn er niet. En toch zijn ze erl Hun warmte zal hij missen.
Dan recht hij zijn rug. Kijkt de voltrekkers van het onrecht aan. Laat het niet te moeilijk zijn.
Het beeld beeldt uit wat nauwelijks uit te beelden is. Berusting, en toch ook weer niet. Aanvaarding, omdat er geen andere weg is. Eenzaamheid, en toch niet helemaal van alles en iedereen verlaten. Symbool van velen. Van toen. Van langer her.
Van nu. Nog steeds. Van hen die geofferd worden op het altaar van . het onrecht. De offersteen die nooit verzadigd is. Een nooit genoeg hebbend wezen. Het heeft een naam: mens. Vol van zichzelf. Hij maakt zijn eigen wetten. Neemt daarmee iedereen de maat. Wie aan zijn maatstaf niet voldoet, valt af. Valt neer. Geveld door geweld. Door het onrecht dat zichzelf tot recht verheven wil zien. Grenzeloos wil zijn. En is. Nog immer. Want de 'Cry for freedom' wordt nog steeds gehoord.
Nog eenmaal kijk ik die mens aan.
Hij ziet me niet. Hij kijkt over me heen. Naar de verte. Naar de toe-: komst? Ik draai me om en loop de weg terug. Wat hem onmogelijk werd gemaakt, doe ik nu in vrijheid.
Ik kom bij de narcissen. Vol en open. Ik zie ze. Sta stil. Herken hun belofte. Bij ons, op Walcheren, noemen ze deze bloemen Paaslelies.
Getuigen van Pasen. Getuigen van de opstanding. Van leven. Eeuwig leven. En ik geloof!
P.Janse
Dit poëtisch getinte stuk proza kwamen wij tegen in het 'HERVORMD WEEKBLAD'. Meditatie vormt een welkome voedingsbodem voor associaties, Men gaat verbindingslijnen zien of verbindingslijnen trekken. Zo brengt men een duidelijke boodschap over. Maar het leven verkilt voelt men de adem van de dood.
Waar het leven verstilt, krijgt de vrucht kans te rijpen.
Overdenking na Pasen betekent geen pas op de plaats, maar zich laten meenemen door de beweging van het eeuwige Koninkrijk. Het open graf van Christus op de Paasmorgen zegt ons: "God doet de toekomst open!"