Een impressie uit Grand Rapids
1989-04-14
Eén van onze studenten, die vanwege zijn preekkonsent in verschillende van onze gemeentes wel bekend is, kreeg de gelegenheid om gedurende één jaar aan het Theologisch Seminarie van de Christ. Reformed Church in Grand Rapids te studeren en stuurde ons van zijn verblijf aldaar een impressie.- Jaargang 33
- nummer 8
Inmiddels wonen we alweer 5 maanden in Grand Rapids, in de VS.
Zoals bekend is Grand Rapids niet zomaar een plaats. Niet alleen heeft president Ford hier ooit gewoond, maar bovenal is het het Jeruzalem van de Christian Reformed Church.
Vanuit heel Canada en de VS (en een enkele keer Nederland) komen de mensen hier studeren. Het Calvin College en het Calvin Theological Seminary vormen samen een indrukwekkend complex aan gebouwen en faciliteiten, en daar wordt de opleiding verzorgd van een zeer groot aantal Nederlandse emigranten van de tweede of de derde generatie.
Het is boeiend om zoveel mensen tegen te komen met Nederlandse namen. En ook zoveel mensen die het Nederlands nog goed beheersen, hoewel dat laatste wel minder wordt. Het studeren hier is een eigenaardige manier om met mijn Nederlandse achtergrond kennis te maken. Ik heb de namen van Bavinck en Kuyper hier al meer horen noemen dan al de jaren dat ik in Utrecht studeerde, en het appartement dat we hier hebben gehuurd, bevindt zich zelfs in de 'Abraham Kuyper Hall'. Aan het begin van een nieuwe cursus die deze week is begonnen, zei Prof. Cooper (was ooit Kuiper, misschien zelfs ,wel Kuyper), expliciet dat hij een grote fan was van Bavinck. Wijzend naar het portret van hem in het klaslokaal zei hij: "That is my hero". Overigens zal ik hier zelf niet zoveel van Bavinck en Kuyper lezen, omdat mijn specialistatie in het pastorale vlak ligt, maar de geur van een Hollands verleden snuif ik wel telkens op.
Er wordt wel gezegd, dat de Nederlandse emigranten altijd hard werken. Ik denk dat dat waar is. Als ik zo om me heen kijk, dan zijn de meesten, in ieder geval in materiële termen, behoorlijk goed terecht gekomen. Wat in ieder geval zeker is, is dat ze hier de studenten hard laten werken. Ik ben werkelijk verbaasd als ik zie in welk tempo er hier gewerkt wordt, vooral omdat bijna iedere student naast de studie ook nog werkt om die studie te betalen.
Ik was daar trouwens al voor gewaarschuwd, o.a. door prof. Brümmer, de decaan van onze fakulteit in Utrecht: Tijdens een gesprek over mijn verblijf hier verzekerde hij me dat ik er maar op moest rekenen dat Amerikanen nogal hard werken. Toen ik hem geruststellend antwoordde, dat we dat in Utrecht toch ook wel hadden geleerd (het kan nooit kwaad om een docent een plezier te doen tenslotte), begon hij net iets te hard te lachen, en voegde mij toe dat ik nog wel wat zou ontdekken.
Want zei hij: "Jullie hebben een herenleven hier". Nu is dat van dat herenleven wel een beetje overdreven, zeker na alle veranderingen die de laatste jaren zijn gerealiseerd, maar ik begrijp toch wel wat prof. Brümmer bedoelde. De Amerikaanse student werkt beduidend harder dan de Nederlandse. Als ik zo om me heen kijk, dan werken de meeste studenten echt te hard. Veel studenten hebben weliswaar een gezin, maar nauwelijks tijd om zich met dat gezin te bemoeien. Dat harde werken brengt natuurlijk wel een beperking van het blikveld met zich mee. Het feit dat het niet makkelijk is om hier op de campus een goede krant te pakken te krijgen, lijkt me een teken aan de wand. Het loont niet de moeite om de distributie goed te verzorgen, want ze worden nauwelijks gelezen. Daar staat gelukkig tegenover dat de bibliotheek hier nogal goed ingericht is.
Men heeft veel buitenlandse kranten, waaronder NRC, Trouwen het Nederlands Dagblad. En naast de dagbladen zijn er meer Nederlandse kerkbladen dan ik ooit bij elkaar had gezien. Uiteraard ligt ook Opbouw daartussen.
Het is bijzonder verrijkend om, na jaren aan een Rijksuniversiteit te hebben gestudeerd, nu ook aan een kerkelijke instelling te studeren.
Hoewel in Utrecht het geloofselement uiteraard niet afwezig is, en ik van veel docenten gelukkig ook meer heb meegekregen dan alleen maar kennis, is de studie daar veel meer neutraal opgezet. Dat was een goede ervaring, maar ik ben toch altijd wel erg blij geweest met (je TSB, omdat ons daar veel meer werd geleerd om gelovig met de theologie bezig te zijn. Maar nu hier aan het Calvin Seminary ben ik helemaal opgenomen in de houding van gelovig theologie bedrijven. En ik geniet er van. De colleges beginnen met gebed, en op maandag, woensdag en vrijdagmorgen is er ruimte vrijgehouden in het rooster voor gebed en lofprijzing. Op maandag komen we in kleine groepen bij elkaar om in besloten kring samen te bidden, op woensdag en vrijdag is er een korte dienst in de kapel.
Omdat de seminarie-gemeenschap niet zo groot is, is iedereen vrij goed op elkaar betrokken, en wordt er in de kapel bijvoorbeeld ook regelmatig aandacht besteed (in het gebed) aan specifieke noden in de studentengemeenschap.
Kortom, de tijd die we nu hier zijn, doet ons het beste verwachten van de tijd die nog komt. We zijn blijde beslissing te hebben genomen om dit jaar hier te besteden, en we zijn dankbaar dat we dit kunnen doen.