Ietsisme

2010-12-24
  • Jaargang 54
  • nummer 25
Het christelijke jongerenblad X[ist] in Christ - voor de gelegenheid omgedoopt in X[ist] in something - besteedde in het oktobernummer uitgebreid aandacht aan het Ietsisme. Ook voor iets minder jeugdige lezers is het verhaal de moeite waard:

Ongeveer veertig procent van de bevolking gelooft () dat er iets is tussen hemel en aarde, maar erg concrete gedachten hebben ze er niet bij. Er is dan ook niet een bepaalde god die bij het ietsisme hoort. Je kunt net zo goed een ietsist vinden die zich prettig voelt bij Boeddha als iemand voor wie de God van de Bijbel tot de verbeelding spreekt. En nog weer een ander mixt de ideeën van Boeddha, Jezus en Mohammed tot zijn eigen religieuze cocktail.
“De levensbeschouwing van de gemiddelde Nederlander is er een stuk vager op geworden”, zegt Sarah Bänziger, religiepsycholoog. “Al die persoonlijke levensbeschouwingen zijn minder duidelijk dan de grote religies van vroeger.” Volgens Bänziger vinden veel jongeren grote religies zoals het christendom, de islam en het boeddhisme niet meer zo interessant. “Ze gaan op internet kijken, selecteren wat ze leuk en boeiend vinden en gaan daarmee hun eigen weg.”

Corjan Matsinger is theoloog en teamleider bij Youth for Christ. Matsinger herkent de trend die Bänziger schetst. “Veel jongeren doen aan pick and mix en sprokkelen uit allerlei hoeken en gaten wat bruikbaars voor hun eigen religie. Er blijft dan ‘iets’ over, maar dat iets is telkens verschillend. Ik kan dat knip- en plakwerk wel begrijpen, maar ik vind het ook vreemd. Religie is een uiting van zoekend zijn, maar tegelijkertijd is ietsisme iets dat heel veel vragen onbeantwoord laat. Diverse dj’s en artiesten zoals Ruud de Wild en Robbie Williams laten dit zien.”
Matsinger is niet negatief over ietsisten of - zoals anderen ze noemen - ‘ietsers’. “Veel christenen willen duidelijkheid van hen: je gelooft, of je gelooft niet. Maar zo simpel is het niet. Je kunt het met ietsisten best over Jezus hebben, maar aan opdringerigheid hebben ze niks.” Matsinger hoort na afloop van de clubtrajecten en Youth Alpha’s ook maar weinig mensen praten over ‘Jezus is voor mijn zonden gestorven’. “Nee, ze zeggen: ‘Mijn leven heeft nieuw perspectief gekregen’ of “Ik heb een nieuwe identiteit gekregen’. Met zo’n basis beginnen ze hun geloofsreis.”

Die religieuze reis is een individueel gebeuren, zegt Bänziger. Behalve dat de levensbeschouwing van Nederlanders een stuk vager is geworden, constateert ze namelijk ook dat we onze religieuze boontjes het liefst in ons eentje doppen. “Qua levensbeschouwing zijn jongeren veel individualistischer geworden; ze beleven het geloof niet meer per se in een grote groep of in de kerk, maar eerder op zichzelf, in de slaapkamer.” Bänziger deed een paar jaar geleden onderzoek naar bidden. “Daaruit bleek dat de inhoud van het gebed verandert. Vroeger bad men het Onze Vader, nu is bidden veel persoonlijker geworden. Jongeren gaan op bed zitten, branden een kaarsje, doen hun ogen dicht, overdenken de dag en praten met een vage hoge macht. Bidden is het schrijven van een dagboek geworden.” Maar je zou toch zeggen dat we niet allemaal met waxinelichtjes aan de gang gaan voor het slapengaan. “Dat is ook niet zo”, zegt Bänziger. “Maar het percentage jongeren dat een persoonlijke band met God of Jezus ervaart, is geslonken tot een minimum.”

Theoloog Matsinger erkent dat het aantal belijdende christenen in Nederland flink is teruggelopen. “Als christen ben je tegenwoordig een zendeling in Nederland”, zegt hij. “We zijn een kleine minderheid.” Maar dat biedt ook perspectief. “Jongeren zijn op zoek naar inspirerende rolmodellen. Zo kan iemand die authentiek met God en Jezus leeft ook een voorbeeld zijn voor ietsisten. Er liggen superveel kansen, jongeren hebben ankerpunten nodig.” ()

Zelf werkte Matsinger een tijdje met een groep gothics. “Op een gegeven moment kwam er een meisje naar me toe dat vroeg of God zich ook liet kennen in de duisternis. Alles in mij zei: ik moet hier tegenin gaan. Dit klopt niet. Maar ik besloot haar uit te laten praten. En ze kwam met een tekst uit Exodus op de proppen, waarin God in een donkere wolk een verbond sluit met Mozes en het volk. Vervolgens vroeg ze of het niet zou kunnen zijn dat God zich in een donkere wolk aan haar laat zien, omdat ze zijn licht nog niet kan verdragen... Was ik hier hard tegenin gegaan, dan was dat meisje teleurgesteld dichtgeklapt, terwijl we nu een mooi gesprek hadden. Op haar manier zocht ze een ingang bij God en die moet je niet blokkeren.”

Je moet een ietsist niet zomaar afschrijven, vindt Matsinger. “Als je gelooft dat God zijn levensadem in ieder mens heeft geblazen, moet je niemand afschrijven. Je weet niet op welk punt van zijn geloofsreis een ietsist-jongere zich bevindt. God kijkt soms heel anders naar mensen dan wij.”

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief