Speuren naar de Matteüscode
2010-12-10
In het Bijbelboek Matteüs is het hoofdthema: wet en profeten volbrengen. Daartoe is Jezus gekomen (3:15) en Hij draagt het zijn leerlingen op (5:17-20). Het staat voor heel Oude Testament vervullen: de Thora en al wat daarna volgt; tezamen vormt het de Tenach. Mogelijk gebruikte Matteüs devijf boeken van Mozes met hun thema’s als grondstructuur voor de vijf boeken die in zijn evangelie zijn te onderscheiden. De evangelist zou zijn boodschap met deze hoofdvorm willen onderstrepen. Onderstaand artikel introduceert deze leeswijze.- Jaargang 54
- nummer 24
Het idee dat Matteüs zijn boek overeenkomstig de Pentateuch in vijf boeken opdeelt, dateert al van 1930. Een zekere Bacon constateert dat er in Matteüs vijf blokken met onderwijs voorkomen, die steeds worden afgesloten met een vaste markeringszin: ‘En het geschiedde toen Jezus deze woorden voleindigd had,...’ (7:28, 11:1, 13:53, 19:1 en 26:1). Deze vaste formule zou wijzen op vijf boekdelen, die worden voorafgegaan door een preambule (Matteüs 1–2) en besloten met een epiloog (26–28). De indeling benadrukt volgens Bacon de rol van Jezus als tweede Mozes.1
Over deze kwestie is in de Bijbelwetenschappen zeker geen consensus, want anderen denken eerder aan een driedeling en er zijn er ook die verdedigen dat een overkoepelende structuur ontbreekt.
Ik ga mee in zo’n vijfdeling (al ga ik in de indeling soms een eigen weg), waarbij de thema's van de Pentateuch worden gevolgd. In dat geval zou Matteüs de vijf boeken van Mozes als een soort 'code' onder zijn boek hebben gelegd. Hij vertelt het nieuwe van het evangelie tegen de achtergrond van het oude (vgl. 12:52).
Ouverture als basis
Hoe zou men de thorathema's kunnen herkennen in de structuur van Matteüs? Ik ga daarvoor naar de eerste zeven hoofdstukken, die ik als een eenheid beschouw. Wat me opviel is dat Matteüs in elk van deze hoofdstukken verwijst naar gebeurtenissen uit de begintijd van Israël.
Matteüs opent zijn evangelie in de Griekse tekst met 'Boek van de Genesis van Jezus Christus'. In een kunstig opgesteld geslachtsregister (wat wordt er ook in het boek Genesis met geslachtsregisters gewerkt!) geldt Jezus als de Zoon van David en van Abraham (1:1).
Vervolgens wordt deze Zoon na de vlucht voor Herodes nadrukkelijk uit Egypte geroepen (2:15 vgl. Exodus).
Bij zijn doop neemt Jezus zijn taak op zich om 'alle gerechtigheid te vervullen' (3:15). Deze afwassing van zonden en bekleding met de Heilige Geest doen denken aan de taak van de hogepriester op Grote Verzoendag. Het verwijst naar Leviticus. De drie verzoekingen na veertig dagen in de woestijn zijn een herkenbare Numeri-parallel voor de meeste Bijbellezers. Het volk Israël verbleef immers veertig jaren in de woestijn en moest daar bovendien drie woestijnvolken op rij verslaan; Numeri 21. Zo weerstaat Jezus de duivel in Matteüs 4:1-11 driemaal.
Daarna zou Deuteronomium aan de beurt zijn. Dat is het boek van de verbondsvernieuwing, die plaatsvindt voordat het volk het land Kanaän zal binnengaan. Het hele boek is een leerrede van Mozes met een historische terugblik, de Tien Woorden en de wetsontvouwing. Gebeurt er niet iets soortgelijks in Matteüs 4:12 – 7:28? Na een narratief deel volgt de leerrede van Jezus. Zijn onderwijs opent met de zaligsprekingen als een vernieuwde wet, gevolgd door actualisering van de Tien Woorden. Jezus besluit net als Mozes (Deuteronomium 30) met een keuze: bouw je op een rots of op zand. Je bouwt op een rots als je zijn woorden hoort én doet.
De Christus en zijn volk
In de Ouverture van Matteüs zijn dus de thema's van de Thora te beluisteren. Hoe gaat het daarna verder? Ik zou op dit punt de genoemde reeks van vijf boeken willen laten beginnen. Dit betekent dat de reeks die Bacon voorstelde opschuift, zodat wat bij Bacon slechts de epiloog heette (26–28), in mijn indeling het finale boek met de uiteindelijke verbondsvernieuwing wordt. De genoemde vijf markeringszinnen zijn in mijn optiek te zien als de overgang naar een nieuw boek, dus meer dan een afsluiting. Het zendingsbevel in Matteüs 28 krijgt op deze manier eveneens een plaats in de redes van Jezus. Het is immers de opdracht om zijn onderwijzing (thora) in de hele wereld voort te zetten en daarin de climax van al het voorgaande onderwijs!
Trek je de hoofdstukken 1–7 er bij, dan krijg je de vorm van een dubbele thorastructuur: eerst doorloopt de Christus zelf de Thora in 1–7, daarna doorloopt Hij de Thora met zijn volk in 8–28. Zie het bijgaande schema.
| Deel 1 (Mt 1–7) |
Christus doorloopt de Thora. 'Grondlegging van het Koninkrijk.' | |
| Boek 0 Ouverture Sectie 1: Mt 1-2:12 Sectie 2: Mt 2:13-23 Sectie 3: Mt 3 Sectie 4: Mt 4:1-11 Sectie 5: Mt 4:12-7:29 |
Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium |
Genesis van de Christus (proloog in 1:1-17) Uitleiding van de Christus (Egypte) Dienst van de Christus (doop, stem uit de hemel) Beproeving van de Christus (woestijn) Verbondsvernieuwing van de Christus (Bergrede) |
| Deel 2 (Mt 8–28) |
Christus doorloopt met zijn volk de Thora. 'Koning zoekt verbondsvolk.' | |
| Boek 1 Mt 8–10 |
Genesis |
Verwekking van Gods volk: roeping en volgen Onderwijs: Zendingsbevel voor Israël |
| Boek 2 Mt 11–13:52 |
Exodus |
Uitleiding van Gods volk naar de sabbat; verzet Onderwijs: Parabels over gezaaid worden, vrucht dragen |
| Boek 3 Mt 13:53–18:35 |
Leviticus |
Dienst van Gods volk; de gemeente als rein en heilig priestervolk Onderwijs: gemeenterede; dienen, gebed, vergeven (verzoening) |
| Boek 4 Mt 19–25 |
Numeri |
Beproeving en ingaan van Gods volk; gericht Onderwijs: Eindrede. Parabels over wel of niet ingaan |
| Boek 5 Mt 26–28 |
Deuteronomium |
Verbondsvernieuwing met Gods volk. Verzoening aan het kruis. Onderwijs: Zendingsbevel voor wereld, leeropdracht |
| De Koning die wet en profeten volbrengt zoekt een volk dat de vruchten van het Koninkrijk opbrengt | ||
In deel 1 vindt de grondlegging plaats van het Koninkrijk: er is een Koning, er is een door Hem aangekondigd Koninkrijk en er is in de vorm van de Bergrede een 'wet'. Nu nog een volk! De Koning die zelf wet en profeten volbrengt gaat in deel 2 op zoek naar een verbondsvolk dat 'de vruchten opbrengt' van het Koninkrijk (21:43). Hij doet dat door met hen de Thora te doorlopen. De structuur van de vijf boeken is dan tevens aanschouwelijk theologisch onderwijs. De indeling zoals in het schema voorgesteld is niet bijzonder ingewikkeld: vijf hoofdboeken die thematisch de Pentateuch volgen worden voorafgegaan door een vijfdelige Ouverture waarin hetzelfde gebeurt.3
Een hoofdvorm met dit soort kenmerken klinkt wel bijzonder aantrekkelijk, maar is het aanwijsbaar? Het kan een boeiende leeservaring worden om vanaf Matteüs 8 de Thora-bril op te zetten. We moeten bedacht zijn op meer dan hier en daar een thematische overeenkomst. In het bestek van dit artikel geef ik de bevindingen van mijn structuuranalyse verkort weer.
Verwekking
Als er iets opvalt in boek 1 (Matteüs 8–10), dan is het wel het grote aantal daden (twaalf) waarmee Jezus mensen redt. Er worden daarbij twaalf personen afzonderlijk genoemd. Het boekdeel mondt uit in het samenroepen van twaalf discipelen. Zo liep ook in Genesis de verwekking van een volk uit op twaalf stamvaders, die Jacob in Genesis 49 tot zich riep. Het opnieuw verwekte volk ontstaat echter niet op grond van afkomst, maar van roeping en volgen. Zoals tollenaar Matteüs Jezus volgt (9:9), zo gaf ooit Abraham gehoor aan zijn roeping. Die navolging is niet stormvrij2, zo blijkt uit het verhaal van de storm op het meer; het herinnert aan Noachs redding in de ark. Jezus verricht zijn daden steeds door te spreken. In boek 1 staat bij de daden van Jezus opvallend vaak: 'En Jezus zei...' Zou dit soms verwijzen naar Gods scheppingswoorden in Genesis 1? Daar staat tien maal: 'En God zei.' De indruk ontstaat dat Matteüs Boek 1 bewust een Genesis-kleur meegeeft.
Uitleiding
Matteüs plaatst het verhaal over het aren plukken op de sabbat en de gelijkenis van de zaaier bewust later dan Marcus. Hij centreert dit samen met de geestuitdrijving en de discussie daarover rond het thema exodus. Jezus drijft de mens uit het kwaad én het kwaad uit de mens. Het doel van de exodus is: bevrijding tot de sabbat. De uitleiding heeft immers de dienst aan God tot doel, met de sabbat als hoogste vorm. Jezus biedt zijn afgematte schapen deze rust (11:30), in plaats van het slavenjuk der Farizeeën en schriftgeleerden. Merk ook op dat de zaaier uitgaat (exodus) om mensen te zaaien, die vrucht gaan dragen. Zo ging ooit Israël uit Egypte, om gezaaid te worden in Kanaän en vrucht te dragen. Dat gebeurt nu opnieuw. Boek 2 (Matteüs 11–13) kan worden aangemerkt als een Exodus-deel.
Dienst
Na drie blijken van kleingeloof bij de discipelen klinkt in 16:16 voor het eerst de verlossende Christus-belijdenis. Dit woord uit de mond van Petrus is essentieel voor de kerk ('mijn gemeente') als volk van God. De apostelen ontvangen de priesterlijke taak van de Levieten: leren (binden en ontbinden), vergeven, gebed en dienstbaarheid. Zie de gemeenterede in Matteüs 18. De priesterdienst gaat in boek 3 over in gemeentedienst. En Christus buigt zijn weg om naar Judea. Hij gaat – gesterkt door Mozes en Elia (wet en profeten) – na de verheerlijking op de berg richting Jeruzalem. Het is de weg naar het kruis, om ten dienste van zijn volk zijn hogepriesterlijke taak te vervullen.
Beproeving en ingaan
Net als in Matteüs 4 is in boek 4 (Matteüs 19–25) sprake van drie verzoekingen. Ze staan enigszins verspreid, maar zetten wel meteen de toon: 'En er kwamen Farizeeën tot Hem om Hem te verzoeken' (19:2). De andere twee verzoekingen staan in 22:19 en 22:35. De laatste verzoeking gaat over de kern van de wet: God liefhebben. De vervloekte vijgenboom staat symbool voor Jeruzalem, waar Jezus tevergeefs vruchten 'telt'. Het onderwijs in Matteüs 25 heeft als onderwerp het wel of niet ingaan in het Koninkrijk. Zo ging het boek Numeri ook over al dan niet ingaan in het beloofde land, over een schifting van schapen en bokken (Matteüs 25). Voor wie is het Koninkrijk? Wie draagt werkelijk de vrucht van wetsvolbrenging en barmhartigheid?
Verbondsvernieuwing
In de instelling van het Avondmaal – 'het verbond in mijn bloed' – en het offer van de hogepriester die zelf het Lam is op Golgotha, lezen we de vernieuwing van Gods verbond met zijn volk (vgl. Hebreeën 4–10). Wat tijdens de Bergrede in woorden werd vernieuwd, vindt nu in daden plaats. Tevens zijn als in een echte finale diverse vervullingen aan te wijzen van lijnen die al eerder in het boek zijn ingezet. Net als in Deuteronomium wordt in boek 5 het verbond vernieuwd, voordat het beproefde volk het land, nee, de wéreld in kan gaan. De zendingsopdracht wordt verbreed van Israël (Matteüs 10) naar de volkerenwereld (Matteüs 28). De Immanuël uit het begin van Matteüs is met zijn volk 'al de dagen, tot aan de voleinding der wereld'.
Conclusie
De religieus-didactische compositie toont hoe God in Christus geheel opnieuw begint met zijn volk. Matteüs vertelt ons dit nieuwe evangelie tegen de achtergrond van het oude: de Pentateuch. Deze wordt opnieuw doorlopen door Jezus, die kwam om Thora en Profeten geheel te volbrengen. Opdat ook wij als zijn leerlingen dit zouden doen, en Hem erkennen als de Christus! De vijfdelige hoofdvorm onderstreept deze boodschap ten volle.
Op de website van Opbouw is de volledige studie te vinden (www-artikel 9574). Reacties onder mattheuscode@gmail.com.
Peter van Veen is lid van de NGK Culemborg; hij werkt onder meer als opleidingscoördinator bij de NGP.
| Noten: 1. Het is een trend om naar literaire kenmerken van de Bijbeltekst te kijken en niet alleen naar het lineaire verhaal. Daarin schuilt wel het gevaar dingen in de tekst te zien die de schrijver er zelf niet in heeft gelegd. Toch kan een literaire benadering ook verhelderend werken. Neem bijvoorbeeld de structuur van het boek Leviticus, waar de verzoeningsdienst precies in het midden staat (Levitcus 16 en 17) met de wetten en rituelen concentrisch daar om heen geplaatst.. Als volgt: a. 1-10 Rituelen (offers en priesters), b. 11-15 Reinigingswetten c. 16-17 Verzoening en Grote Verzoendag b'. 18-22 Heiligheidswetten a'. 23-26 Rituelen (feesten) Deze literaire vorm van het chiasme (a,b,c,b',a') komt vaak voor bij de psalmen en profeten en is een wezenlijk onderdeel van de tekst. 2. Een uitdrukking van N.A. Schuman in: Al deze woorden. Meinema 1991 3. Naast deze doorgaande lijn aan de hand van de boeken van Mozes, heb ik de indruk dat de blokken met de verschillende vormen van onderwijs ook een chiastische structuur hebben. Als volgt: a: boek 1: zendingsbevel binnen Israël b: boek 2: parabels over het Koninkrijk en de zaaier c: boek 3: gemeenterede: dienen, gebed en onderlinge vergeving (parabel) b': boek 4: parabels over het Koninkrijk binnengaan a': boek 5: zendingsbevel voor de volkerenwereld Het meest opvallende is dan, dat in het midden van het middelste boek de centrale boodschap staat: U bent de Christus, de Zoon van de levende God (16:16). Dit blijkt het beslissende keerpunt in het verhaal, want op grond van deze eerste Christus-belijdenis kan de kerk worden gefundeerd en gaat Jezus op weg naar Jeruzalem en het kruis. Via Jeruzalem kan het evangelie daarna de wereld in. |