‘Ik hoorde maar liever wat het Woord met jou doet’

2010-12-10
  • Jaargang 54
  • nummer 24
De afgelopen maanden vergaderde de Generale Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken onder meer over de relatie met de Nederlands Gereformeerde Kerken. Landelijk zit die relatie al geruime tijd in het slop, onder meer vanwege verschillende accenten rond de toe-eigening van het heil. Dan gaat het om vragen als: Hoe krijg ik deel aan het heil in Christus? Wie eigent dat heil toe: de Heilige Geest of de gelovige? Wie mogen zich kinderen van God noemen: gedoopten of wedergeborenen? En hoe komen in de prediking wedergeboorte en bekering ter sprake? Zo’n veertig jaar is dat al een gespreksonderwerp tussen delegaties van beide kerken. Voordat dit thema op 30 september 2010 op de CGK-synode opnieuw aan de orde kwam, sprak ds. Kees de Groot namens de NGK de synode toe. Dit artikel bevat de hoofdlijn van deze toespraak.

In mijn stille tijd las ik onlangs in een verklaring op de brief aan de Hebreeën over een gezelschap in Sliedrecht. Kenmerkend voor dit gezelschap was het gemopper op de dominees uit Sliedrecht en omgeving: ‘Wat die mensen toch met Gods Woord doen…’ Niet één van die predikanten deugde. Op elke dominee was van alles en nog wat aan te merken.

Eén van de vaste bezoekers van het gezelschap zei tijdens dit onderdeel van de avond nooit zo veel. Op een keer werd hem gevraagd: ‘Man zeg nou ook eens wat!’ De man antwoordde: ‘Och, ik hoor maar liever niet wat de dominee niet met het Woord doet. Ik hoorde maar liever wat het Woord met jou doet!’

Eenheid in verscheidenheid
Dergelijke gezelschappen zijn er nog steeds in de Alblasserwaard en worden bezocht door mensen uit verschillende kerken. Door mensen die zich in hun zoeken naar de HERE en in het zich door de HERE hebben laten vinden, één weten. Door mensen dus die elkaar over kerkmuren heen herkennen in ‘de antwoorden die God hun ziel gaf op te merken’. (Psalm 85:3 O.B.) Zo’n gezelschap kenmerkt zich dus door ‘eenheid in verscheidenheid’, zij het buiten het strikt kerkelijke veld.

Eenheid in verscheidenheid is u, als ik het goed zie, als CGK ook niet vreemd. ‘Eenheid in verscheidenheid’ wordt ook op tal van plaatsen ervaren waar Nederlands Gereformeerden en Christelijke Gereformeerden elkaar ontmoeten. Op zondagen in samenwerkende en samenwerkingsgemeenten. In het bijzonder willen wij als zegen van de HERE noemen het tot stand komen van de samenwerkingsgemeente Zoetermeer. In missionaire projecten zoals Hoop voor Noord en Oase. Bij die missionaire activiteiten, zijn niet alleen de Nederlands Gereformeerde Kerken uit ‘groot Amsterdam’ betrokken, maar is er ook support van bijv. de NGK van Voorthuizen-Barneveld en die van Bunschoten-Spakenburg. Eenheid in verscheidenheid wordt ook ervaren tijdens de vergaderingen van het DeputatenOverlegEenheid (DOE). En niet in de laatste plaats in de bijzondere samenwerking tussen uw Theologische Universiteit en de NGP. De op al die plaatsen ervaren eenheid in verscheidenheid stemt ons blij en dankbaar. Wij loven en prijzen onze God voor deze unieke eenheid die in en door Zijn Zoon Jezus Christus wordt ervaren. Al deze kostbare ontmoetingen maken dat we ook in de toekomst graag samen met u als kerken op willen blijven trekken.

Jeuk
‘Och, ik hoor maar liever niet wat de dominee niet met het Woord doet. Ik hoorde maar liever wat het Woord met jou doet ....’, zei een man tijdens een bijeenkomst van een gezelschap uit Sliedrecht. U voelt wel aan: hier zijn we bij de zaak van ‘de toe-eigening des heils’.
Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw hebt u ons daarop bevraagd. Eerlijk is eerlijk, menig lid van onze Commissie voor Contact en Samenspreking met andere kerken (CCS) heeft dat als een soort vervelende jeuk ervaren. Die jeuk ontstond niet alleen vanwege uw volharding op dit punt, maar ook omdat niet altijd even goed werd aangevoeld waar het u als CGK nu precies om te doen was. Een belangrijke oorzaak hiervan is, als ik het goed zie, dat er van het gedachtegoed en het taalveld van de Nadere Reformatie in uw kerken veel meer bewaard is gebleven dan in de onze. Woorden als ‘toegeleid, ingeleid en doorgeleid worden’ of ‘het mijnen van het geloof’ zijn ons in doorsnee vreemd. Er was en is een zekere huivering om stil te staan bij de eigen ziel en te verwoorden wat ‘het Woord met jou doet’. Die terughoudendheid om te spreken over ‘wat het Woord met jou doet’gaat zeker op als het gaat om de verkondiging van Gods Woord.

Persoonlijk geloof
Toch was er natuurlijk wel sprake van bevinding. Nederlands Gereformeerde predikanten waren en zijn meer dan ‘verbondsmannetjes’. Ook wij zongen en zingen bijv. Psalm 116: ‘God heb ik lief want die getrouwe HEER nam, toen ik riep met toegenegen oren mij woorden aan. (…) Zijn kracht, kwam mij, eenvoudige beschermen. Rust nu mijn ziel, de HEER heeft u bevrijd. (…) Uw eigen ben ik, Gij hebt mij bevrijd’.Hoewel het psalmboek vol staat met woorden van bevinding, hoorde je als Nederlands Gereformeerde er niet zo veel over. Daar is echter een kentering in gekomen. En wel uit een verrassende hoek. Namelijk vanuit de evangelische wereld.

In veel NG kerken wordt naast het Liedboek voor de Kerken graag uit de bundel Opwekking en de Evangelische Liedbundel gezongen. Dit gebeurt overigens heel selectief, waarbij goed naar de teksten wordt gekeken. Die twee bundels leveren velen van ons woorden om wat er in ons hart aan persoonlijk geloof leeft te verklanken. Via de weg van het evangelische lied is onze kerken de zaak van het persoonlijk geloof ook weer veel centraler geworden in de verkondiging: Ieder mens komt als zondaar ter wereld en deelt alleen maar in het eeuwige leven via de weg van geloof en bekering. Ja ieder mens moet wederom geboren en vernieuwd worden. In dit licht is het niet verwonderlijk dat er in onze Landelijke Vergadering geen verzet kwam tegen de rapportage van de CCS waarin de gemeenschappelijke verklaring die door u als CGK en de GKV op het punt van de toe-eigening is opgesteld, was opgenomen.

Preekbespreking
Om te bezien hoe nu de zaak van de toe-eigening een plaats krijgt in de prediking in zowel de NGK als de CGK werden, zoals u is gerapporteerd, over en weer preken besproken. Die besprekingen heb ik zelf beleefd als kostbare momenten. Want we keken niet alleen wat de dominee met Gods Woord deed, maar spraken ook door over ‘wat het Woord met ons doet’. Een beetje ‘gezelschapachtig’ dus.

Als leden van de CCS herkennen we ons zeer in wat uw deputaten daarover rapporteren: ‘Er is dan ook met name gelet op de vraag of deze blijkbaar gemeenschappelijke gedachten inzake de toe-eigening van het heil ook in de preek functioneren. Tijdens de preekbespreking werden op dit punt zeker verschillen geconstateerd over hoe de toe-eigening van het heil in de prediking ter sprake moet komen. Het opvallende daarbij was echter dat deze verschillen ook binnen de beide kerkverbanden zelf naar voren komen op zo’n manier dat tijdens besprekingen wel eens opgemerkt werd dat een preek van een broeder uit de NGK meer aandacht voor de toe-eigening van het heil bevatte dan een andere preek van een broeder uit de CGK. En anderzijds was een preek vanuit de CGK op dit punt wel eens vlakker dan de op dat moment besproken preek vanuit de NGK. Het bespreken van een zestal preken kan natuurlijk nooit leiden tot een balans op dit punt, maar in het licht van de context waarin de besproken preken gehouden werden en in het licht van de doorgaande lijn van de prediking van de predikatoren, is steeds gebleken dat de preken naar het oordeel van de gezamenlijke vergadering wel binnen de bandbreedte van een katholieke gereformeerde prediking vielen’.

Tot zover alleen maar instemming. Maar dan volgt als conclusie: ‘Deputaten kunnen moeilijk beoordelen of op deze wijze barrières zijn geslecht, maar kunnen wel aangeven dat het bespreken van preken, met daarbij extra aandacht voor de toe-eigening van het heil, in ieder geval geen nieuwe barrières heeft opgeworpen’. Deze conclusie heeft ons verbaasd. Nee, niet ‘verbaasd’, maar zeer teleurgesteld. Vanuit ons standpunt bezien zijn er geen barrières die gescheiden kerkelijk optreden rechtvaardigen. Dit werd nog eens bevestigd in de mooie gesprekken die we voerden. Wij zijn teleurgesteld omdat wij de conclusie van uw deputaten niet goed kunnen plaatsen.

Toepassen
Maar wat zei de broeder uit Sliedrecht ook al weer? ‘Och, ik hoor maar liever niet wat de dominee niet met het Woord doet. Ik hoorde maar liever wat het Woord met jou doet!’Wat doet het Woord van God in uw en mijn hart? Het ontdekt ons aan onze zonden en doet ons vluchten naar Jezus Christus. Naar Hem die mensen die van God los zijn geraakt, weer aan God bindt. Een mens wandelt dan niet langer in de zonde, maar een mens leert, onder leiding van de Heilige Geest, in de voetstappen van Christus te treden (1 Petrus 3:21). De levendmakende Geest zorgt ervoor dat er in het hart van een mens ruimte komt voor de Here Jezus Christus en vernieuwing van het leven. Er komt, om het met u vertrouwde woorden te zeggen, een hartelijke liefde tot Jezus Christus. We gaan het eens worden met de Drie-enige God. Eens ook met Jezus die bad voor de Zijnen: ‘O Vader laat hen allen één zijn gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn’. (Johannes 17:21,22)Als de Heilige Geest nu eens wat in Jezus’ hart leeft, ook aan ons hart zou willen toepassen. Dat er in het hart van een ieder van ons een verlangen groeit naar eenheid in verscheidenheid.

Open en bloot
‘Ik hoorde maar liever wat het Woord met jou doet...’, zei de Sliedrechtse broeder. Van dat Woord zegt de brief aan de Hebreeën: ‘Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneen scheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten;en geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen’. (Hebreeën 4:12,13)Broeders, uw en mijn gedachten liggen op dit moment open en bloot voor God. Hij ziet de barrières die in jouw hart zijn en de gedachten die de weg naar kerkelijke eenheid blokkeren. Ik vraag je: Kunnen die barrières voor Hem bestaan? Is het voor Gods aangezicht recht dat de verscheidenheid het wint van de eenheid?

Tenslotte wil ik u zeggen dat wij op onze Landelijke Vergadering uw synode in gebed zullen gedenken. Want wij weten als kerken niet zo goed welk spoor wij in de nabije toekomst met u samen kunnen gaan. Over hoe wij het onderlinge gesprek voort moeten zetten verkeren wij in verlegenheid. Het is ons gebed dat de HERE u en ons de weg de wijst. En wel zo dat we over een tijdje samen kunnen zingen: ‘Merk op, mijn ziel welk antwoord God u geeft!’(Psalm 85:3 O.B.) Met andere woorden, dat we van elkaar mogen horen wat het Woord met ons doet.

Drs. Kees de Groot is predikant van de NGK Zeewolde, docent aan de NGP en vice-voorzitter van de Commissie voor Contact en Samenspreking met andere kerken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief