Pastorale notitie
1990-08-03
De drie heksen- Jaargang 34
- nummer 16
Dus reden we op onze snelle fietsen (dunne bandjes, groot verzet!) op de Rijndijk, van Wijk bij Duurstede, via Rijswijk richting Maurik en Eck en Wiel. Of eigenlijk reden we niet, we vlogen, met een stevige Wester in de rug. We zoefden over het asfalt. En de zon scheen breed en de Betuwe stond in bloei: een paradijselijke belevenis!
Toen gebeurde het dat we de dame inhaalden. De dame in donkere hoepelrok, op de zeer klassieke, zwarte Gazelle, met jasbeschermer van kralen-touwtjes: de zeer keurige dame op het nog keuriger rijwiel. Ze fietste niet; ze roeide slechts. Ze roeide langzaam voort, hoofd in verrukking geheven naar de zon, genotterend van elke teug aroma, die de wind haar toevoerde.
Toen presteerde ik het om, op het moment van passeren, luidkeels een volzin te produceren waarin de afkortingen CDA, GPV en RPF alle drie voorkwamen. Daarop vloog de kat in de gordijnen.
"Heren", zo klonk het schallend achter ons, "Heren, ontspant U!" En toen ten tweeden male: "Heren, ontspant UI"
Ik stond verstomd. Pardon: ik vloog verstomd verder, nog niet in staat om onmiddellijk de volle omvang te beseffen van de belediging die ons naar het hoofd geslingerd was. Mijn vriend evenwel wist zich snel in 't zaal te wenden en de dame toe te roepen: "Mevrouw, wij weten heel wel het één met het ander te combineren!"
O zo keurig kwam dat er uit!
Toen lag ze gelukkig al een mijl achter ons: een mug op de rand van de horizon! Maar O, wat een schandelijke aantasting van onze manlijkheid!
Welk een infame beroving van onze vrijheid!
Heel stil en nog diep onder de indruk van het pijn volle gebeuren, kwamen we thuis. En daar ... u raadt het al, vond het drama een voorspelbare voortzetting. Wij vlogen er in. o sancta simplicitas!Odie manlijke onbedorvenheid en onnozelheid onzer ziel! Wij trachtten onze bittere smart te delen met haar die daarvoor aangewezen zijn als hulpe tegenover ons en die deswege onze betere helften worden genoemd. En toen ... en nu ...
Nu kunnen wij geen boom meer opzetten, of ons klinkt schallend en in koor tegemoet het hatelijke: "Heren, ontspant u! Heren, ontspant U!"
En dan is ze er weer, nu zelfs in het meervoud, de zwarte, vermanende antroposofische Heks.
Ze is er weer, tot in onze dromen toe: de mug op de rand van de horizon.
En ze groeit en ze groeit ...
Dus dachten we een harde les geleerd te hebben en die te moeten doorgeven ten bate van onze mede-
Heren-der-schepping. We hadden die zelfs al gegoten in de vorm van een leerdicht: Heren, hebt uw vrijheid lief!
Deelt uw verzetjes nooit met uw wief!
Toen echter ... toch ... bij nadere bezinning ... heel aarzelend ... de vraag zich opdrong of wij, bij uitzondering, toch niet een beetje onverstandig geweest waren door ons op zo 'n stralende tocht te laten meeslepen door de grote politiek.
Zouden ze toch (weer!) een beetje gelijk gehad hebben?
Natuurlijk maar een klein beetje?
Onze Drie Heksen?
Veenendaal - Zomervacantie 1990 - G. v.d. Brink