Pap, mag ik een biertje?

2010-11-12
  • Jaargang 54
  • nummer 22
‘Pap, mag ik nu ook eindelijk eens een biertje?’ Henk is vandaag veertien geworden. ‘Vooruit dan maar, tenslotte moet je toch eens beginnen.’ Vader haalt twee pilsjes, één voor zichzelf en één voor Henk. Alle deskundigen zijn het erover eens: de vader van Henk zit fout. We weten inmiddels voldoende over alcohol om te zeggen: onder de zestien geen alcohol, onder de 24 (en eigenlijk altijd) gematigd.

Het Trimbos-instituut constateert dat het alcoholgebruik onder jongeren de afgelopen jaren sterk is toegenomen, vooral in de jongere leeftijdsgroepen (12-13 jaar).
Alcohol bereikt na tien minuten de hersenen. Onderzoek wijst uit dat alcohol schade aanricht in de zich ontwikkelende hersenen en daardoor grote invloed heeft op leervermogen, geheugen en aandacht. De hersenen ontwikkelen zich minimaal tot een leeftijd van ongeveer 24 jaar. Daarom moeten jongeren zeker tot zestien jaar niet drinken en tot 24 heel matig vanwege de kans op blijvende vermindering van de hersenfunctie. Ook de emotionele groei van kinderen kan schade oplopen.
Extra gevaarlijk wordt het als jongeren naast alcohol drugs gaan gebruiken.
De toename van (pogingen tot) zelfmoord onder jongeren is vooral gerelateerd aan alcohol- en drugsmisbruik.
En hoe jonger je begint aan verslavende middelen, hoe groter de kans op verslaving.
Veel drinken - meer dan twintig glazen per dag - is levensgevaarlijk. De effecten zijn mede afhankelijk van factoren als lichaamsgewicht en gewenning, waardoor jongeren sneller en sterker reageren op alcohol dan volwassenen.

Comazuipen
Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de jongeren tussen 15 en 25 jaar tijdens een avondje stappen minimaal zes glazen alcohol drinkt en dat de overigen meer dan tien glazen gebruiken.
Ziekenhuizen behandelen regelmatig jongeren (zelfs van elf jaar, maar gemiddeld van 13,8 jaar) na ‘comazuipen’.
Britse onderzoekers vermoeden dat ‘jezelf lam zuipen oorzaak is van mogelijk een kwart van de 700.000 gevallen van dementie in Groot-Brittannië’.
Het aanbod van alcohol was een halve eeuw geleden beperkter, dus veel overzichtelijker.
Nu is er alcohol in allerlei variaties en dat maakt het aantrekkelijk voor meer doelgroepen. De jeugd kan kiezen uit mixdranken, shooters, alcopops en andere fantasienamen.
Het lijken frisdrankjes, maar dan wel met vijf tot dertig procent alcohol. De drempel is laag, want alcohol is breed geaccepteerd, overal verkrijgbaar en (relatief) goedkoop. Wel of niet drinken kan bepalend zijn voor wel of niet geaccepteerd worden in een groep.
Reclames van alcohol stralen gezelligheid en ontspanning uit, of een sfeer van stoerheid. Wij nemen dat gemakkelijk over. ‘Kom gezellig een borrel drinken.’ Of: ‘Wanneer ik na een drukke avond thuiskom, moet ik even bijkomen bij een glaasje.’ Alcohol heeft en geeft een imago. Op een bepaalde leeftijd drink je gewoon.
En als je stoer bent drink je veel. Of heel veel. Maar is het wel gewoon?

Preventielessen
Stichting Voorkom! geeft jaarlijks ruim 4500 preventielessen op scholen, niet alleen over alcohol, maar ook over drugs, gokken, roken en internet. De stichting werkt vanuit een christelijke levensvisie, maar ook veel openbare scholen doen een beroep op Stichting Voorkom!.
Een preventieproject bestaat in het basisonderwijs uit twee dagdelen (vier lessen), in het voortgezet onderwijs uit drie lessen. In de laatste les komt een ex-verslaafde aan het woord. Een klas kan hem of haar vragen stellen en in gesprek gaan. Dan horen de jongeren wat de verslaving heeft aangericht. ‘Ik ben gescheiden door mijn drankprobleem.
Mijn kinderen willen niets meer met mij te maken hebben en ik mag mijn kleinkinderen nooit meer zien.’ In de les komt heel wat los. De docent hoort soms dingen uit de klas die hij of zij nooit eerder van zijn leerlingen heeft gehoord. Ook zoeken veel jongeren na de les de preventiewerker op, als ze iets niet in de klas willen of durven te vertellen. ‘Mijn vader drinkt veel te veel. Mijn broer is regelmatig dronken.
Alcohol heeft het huwelijk van mijn ouders kapotgemaakt. Mijn moeder is gaan drinken nadat mijn vader wegging.
Ik vind het verschrikkelijk als ze dronken is.’ Met menig jongere wordt indringend gesproken en soms ook gebeden. Is er hulp nodig, dan wordt die geboden. Jongeren besluiten na de les soms om te stoppen met drinken.

Rol van gezin
Het bijbrengen van kennis is echter één kant van het verhaal. Deze jongeren maken ook deel uit van een gezin, een vriendenkring, een groep, wellicht een kerkelijke gemeente. Vooral het gezin is van groot belang. Een vader of moeder kan in korte tijd zoveel bommetjes leggen onder de preventieles, dat de tijdens de les gemotiveerde jongere het niet meer weet. In sommige gezinnen wordt onmiskenbaar veel gedronken, en niet alleen in onkerkelijke gezinnen.
In zo’n gezin wordt zonder woorden de boodschap verteld, dat alcohol bij het leven hoort. Daarom probeert Stichting Voorkom! de preventieles voor jongeren te koppelen aan een avond, waarop de ouders worden bijgepraat over alcohol.
Ook op gemeenteavonden spreekt Stichting Voorkom! regelmatig. Zo’n avond kan in de gemeente aanleiding zijn voor een (hernieuwde) bezinning op dit onderwerp.

Alcohol in de gemeente
De Bijbel spreekt positief over wijn, maar verfoeit misbruik van alcohol. Zo gauw alcohol leidt tot te veel drinken, is het oordeel glashard. In Spreuken 23:29-33 gaat het vooral om de morele kant. Het Nieuwe Testament gaat dieper en zegt dat geloof en alcoholmisbruik elkaar niet verdragen. Paulus zegt in Galaten 5 dat mensen die leven in dronkenschap het Koninkrijk van God niet zullen beërven! Ditzelfde hoofdstuk plaatst dronkenschap onder werken van het vlees.
Wij zeggen dat de Bijbel richtsnoer is voor ons leven, maar ook onder christenen worden de schouders opgehaald als jongeren dronken thuiskomen.
‘Ach, ze zijn maar één keer jong.’ Paulus weet dat drankmisbruik de christelijke gemeente schaadt. ‘Gij geheel anders’, zegt hij. Hier ligt een uitdaging.
Niet om een heksenjacht op een glaasje wijn te ontketenen, maar om vanuit de Bijbel onze koers te bepalen in een maatschappij, waarin alcoholgebruik steeds vaker de vorm aanneemt van brassen en dronkenschap.
We erkennen makkelijk dat verslaving, misbruik van alcohol en leven uit het geloof niet samengaan, maar hoe vullen we dat in? Moeten we in de kerken dit onderwerp op de agenda zetten en de discussie met de jeugd aangaan? Betekent ‘geheel anders zijn’, dat we hardop zeggen dat we dronkenschap afkeuren? Dat we met onze kinderen daarover praten?
Om in de gemeente over dit onderwerp te praten zijn de volgende vragen bruikbaar: Hoe zit het met alcoholmisbruik in onze gemeente?
- Hoe gaan we om met ouderen en jongeren die te veel drinken, dan wel worstelen met een verslaving?
- Wat leert de gemeente van teksten uit het Oude en Nieuwe Testament?
- Hoe is mijn alcoholgebruik? Besef ik dat veel anderen (jongeren, nietchristenen) dit ook zien? Ben ik een voorbeeld? Moet ik een voorbeeld zijn?
- Welk standpunt hebben wij als gemeente tegenover alcohol; laten wij jongeren drinken om ze niet te verliezen of nemen we andere beslissingen?

Ing. Egbert Hekman was directeur in het voortgezet onderwijs en is nu (vrijwillig) medewerker van de Stichting Voorkom!, een organisatie die vanuit een christelijke levensvisie gericht is op het voorkomen van verslavingen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief