In dienst van het evangelie

2010-11-12
  • Jaargang 54
  • nummer 22
Zondag 31 oktober werd Hans Vonkeman in Pietermaritzburg begraven. Dat zijn begrafenis op Hervormingsdag viel, was ‘toeval’. Als typering van zijn leven en werk kon het niet beter. Hij was door en door gereformeerd in zijn vroomheid en theologie.

Het zendingswerk dat hij in Kwa-Zulu-Natal in 1958 opstartte, ontwikkelde zich langs de lijnen van de gereformeerde traditie waarin hij was opgegroeid. Hij was wél gereformeerd in de brede zin van het woord.
Hij was weg van het werk van O. Noordmans en K.H. Miskotte. Met K. Schilder, bij wie hij nog een jaar college liep, had hij veel minder op.
Uit overtuiging bleef hij in 1967 trouw aan de latere NGK Kampen.
Maar hij gaf jaren les aan de predikantenopleiding in Richmond in de Dordtse Kerkenordening en de Heidelbergse Catechismus. Beide documenten vertaalde hij samen met zwarte collega’s in het isiZulu. In de bonte religieuze wereld van Zuid-Afrika schaamde hij zich het evangelie niet; daar was hij levenslang een dienaar van. Maar hij diende het als een gereformeerde jongen uit Amersfoort.

Zendeling
Hans Vonkeman heeft altijd in de zending gewild. En zendeling werd hij. Hoe hij aan een zendingsveld kwam, is al vaker beschreven. Achteraf schudden we ons hoofd erover.
Maar hij heeft er tot aan zijn emeritaat in 1990 zegenrijk mogen werken.
Gelukkig was hij gezegend met een beresterk lichaam, want hij heeft er hard moeten werken. Te voet, te paard en met de auto trok hij letterlijk over bergen en door dalen om het evangelie van Gods liefde in Christus ook aan Zoeloes te brengen.
Ook op die vergeten plek in de buurt van Richmond moest men weten van vergeving van zonden en de vernieuwing van het leven, van Gods genadige nabijheid in leven en sterven en daarna. Hij noemde het zelf het werk van zijn rechterhand. Zijn linkerhandwerk groeide hem soms haast boven het hoofd. In zijn voetspoor ontstond een zendingspost op met alles erop en eraan. Het evangelie kan nu eenmaal niet zonder daden van barmhartigheid en gerechtigheid.
Van meet af aan betrok hij de zwarte gemeenten en hun voorgangers bij het zendingsbeleid en gaf hen daarin een steeds sterkere stem. Bewust stuurde hij aan op inlijving van de jonge gemeenten, die hij had helpen stichten, in het verband van die Gereformeerde Kerke van Suid-Afrika. Bij hem had zending een duidelijk kerkelijke doelstelling. Hij heeft nogal wat tijd moeten steken in kerkverbandelijke vergaderingen ten dienste van de jonge kerken in Kwa-
Zulu-Natal. Hij was dan ook als zendeling binnen de GKSA wijd en zijd bekend.

Emeritus
Het zware werk werd hem lichamelijk toch te veel. Hij raakte versleten.
Vervroegd emeritaat in 1990 werd hem dan ook terecht verleend. Niet dat hij ophield met werken. Wekelijks gaf hij in Richmond in zijn studeerkamer preeklessen aan predikers in de Zoeloe-kerken. Al jaren stuurde hij zijn wekelijkse preekbrief her en der rond in Zuid-Afrika aan voorgangers van allerlei christelijk slag en snit. Daar werd dankbaar gebruik van gemaakt in kerken die geen idee hadden dat ze hiermee onversneden gereformeerde preken in huis haalden. In 1995 gaf hij het boekje Door Zoeloes geboeid met columns, die hij door de jaren heen voor Opbouw geschreven had. In de laatste column vertelt hij met ergernis hoe zijn naam werd misbruikt: ze zeggen in het district dat ze kwaVonkemani ter kerke gaan. Ze gaan bij Vonkeman naar de kerk. Alsof het in de kerk om Vonkeman ging en niet om zijn Zender. Gereformeerden heetten soms abakwaVonkemani, die van Vonkeman. Een jongere collega werd eens uVonkemani omncane genoemd: Vonkeman Junior. Hij kon er wel om lachen, maar niet van harte.
Het draait in kerk en zending om Christus.
In deze jaren werkte hij ook mee aan een telefoonhulpdienst, Life Line, in Pietermaritzburg. In het isiZulu stond hij mensen in nood te woord; soms kon hij ook een christelijk woord kwijt. Zijn pastorale gaven kon hij hier helemaal inzetten.

Het was een slag voor hem dat hij begin 2000 zijn rechterbeen moest verliezen. Amputatie was onvermijdelijk om zijn leven te redden. Als invalide moest hij verder door het leven. Hij droeg het in geloof en zat niet bij de pakken neer. Hij gaf niet toe aan gevoelens van moedeloosheid en hopeloosheid. Het weerhield hem ook niet om te preken. Hij verhuisde naar Howick naar een aangepaste woning in een seniorenwijk.
Hij werd consulent van de kleine GKSA in Estcourt, een uur rijden naar het Noorden toe. Hij preekte regelmatig in de GKSA in Pietermaritzburg.
Zijn twee krukken zette hij onder aan de preekstoel neer, geholpen door een ouderling klom hij omhoog en ging op een hoge kruk zitten. Opgeruimd heette hij dan iedereen welkom, en begon hij de dienst. Hij preekte graag uit het evangelie, en kon enthousiast vertellen over de dingen die hij in de tekst gevonden had. Voor het laatst preekte hij half september; hij voelde zich toen al wat ongemakkelijk. De uitslag van het medische onderzoek dat hij onderging maakte voor hem duidelijk dat verdere behandeling geen zin meer had. Hij aanvaardde in geloof dat hij nu voor het laatst verhuizen moest, en had er vrede mee. Zondag 31 oktober, op Hervormingsdag, hebben we hem begraven.
Het miezerde en we stonden in de modder, verenigd in de hoop op de opstanding van het lichaam.

Als persoon
Tot nu toe is de naam van zijn vrouw of die van zijn kinderen nog niet gevallen.
Zijn gezin speelde een centrale rol in Hans Vonkemans leven.
Het was niet altijd makkelijk, vooral niet toen ze op de zendingspost woonden, ver van de scholen. Toen de kinderen naar de middelbare school in Pietermaritzburg gingen, zaten ze op de kostschool en kwamen één keer per maand een weekend thuis. Hans Vonkeman werkte elf maanden per jaar, de twaalfde maand ging hij ver weg op vakantie en had hij alle tijd voor zijn gezin. Daarna ging hij weer verfrist aan de slag, gesteund door zijn vrouw Rens, zonder wie hij zich geen raad zou hebben geweten.
Hans Vonkeman was geen gepolijst mens, soms wat hoekig in de omgang - thuis maar ook in het werk. Als collega’s noemden we hem achter zijn rug wel eens de bisschop. Men kon behoorlijke aanvaringen met hem hebben.
Maar het verstoorde de onderlinge verhoudingen niet. Hij was ook een trouwe vriend. Hij onderhield zijn levenlang contact met vrienden uit zijn gymnasiumtijd in Amersfoort.
Op bezoek bij hem was er altijd wel iets om over te praten, breed geïnteresseerd en georiënteerd als hij was.
Of het nu over schilderkunst en literatuur ging, geschiedenis en politiek, of theologie natuurlijk, altijd ontstond er een goed gesprek. Zelfs over Toon Hermans, die bij hem hoog stond aangeschreven.

Hans Vonkeman heeft een vol leven geleid. Daar is nu een eind aan gekomen.
Hij heeft een rijke erfenis na mogen laten, waarvan velen nog lang zullen kunnen profiteren. En wat er goed aan was, zal in het Koninkrijk dat komt gezuiverd een plaats krijgen.
Daar zal dat Koninkrijk alleen maar mooier van worden – tot eer van God en tot vreugde van allen die het zullen zien.

Dr. Bob Wielenga is emeritus-predikant van de NGK van Kampen en werkte van 1979 tot 2002 als zendeling in Zuid-Afrika.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief