Studenten over ‘koperen’ kerndocenten

2010-11-12
  • Jaargang 54
  • nummer 22
Aan de theologiestudenten van de NGP werd gevraagd om een paar karakteristieke trekjes van de beide jubilarissen op papier te zetten. Jelle Knol en Frank Schneider pakten dat op en kwamen met het volgende.
Als we nadenken over wat Ad van der Dussen kenmerkt als docent bij de NGP zijn we er eigenlijk vrij snel uit.
Ruimte – dat is wat Van der Dussen typeert.
Iedereen die hem wel eens heeft ontmoet kan zich er wellicht iets bij voorstellen. Op een plezierige manier krijg je bij hem het idee dat je er mag zijn, zonder inperking. We kunnen ons niet voorstellen dat we ooit door Van der Dussen in het nauw gedreven zouden worden. Dat is ook wat de ontmoeting met hem altijd zo aangenaam maakt. Daarbij zorgen zijn humor, betrokkenheid en interesse (laatst vroeg hij een student die met zijn telefoon bezig was: ‘Is dát nu een smartberry?’) vaak voor een glimlach op je gezicht.
Maar niet alleen ruimte geven is hem eigen. Van der Dussen weet ook ruimte te nemen. Of hij nu college geeft, een preek of opdracht van commentaar voorziet of dat je persoonlijk met hem omgaat: hij is altijd weer verrassend en prikkelend, waarmee hij je aan het denken zet. Wat hij zegt is vaak spannend omdat het net weer anders is dan je verwacht had. Zijn onderscheidingsvermogen, analytische luisterhouding en niet te vergeten zijn grote kennis van zaken, maken dat Van der Dussen ook echt wat toevoegt aan onze opleiding.
Gelukkig weet Van der Dussen naast het geven en nemen, ook te genieten van ruimte. Zijn ogen stralen dan ook vaak van enthousiasme als hij aan het woord is. Dat werkt erg aanstekelijk. Je voelt jezelf dan ook enthousiast worden.
Dit alles zorgt ervoor dat we dankbaar zijn dat Ad van der Dussen doceert aan onze opleiding en we hopen dat zijn uitdagende en warme persoonlijkheid nog velen mag inspireren.

Exegeet met arendsogen
Een van de eerste eigenschappen waar we bij Jaap Dekker aan denken, is dat hij zeer secuur is. Met groot geduld en op schematische wijze weet hij bij de exegese de meest kleine details op te merken. Het spreekt boekdelen dat hij een proefschrift van zo’n 300 pagina’s schreef over één Bijbelvers: Jesaja 28:16. Hij is een echte academicus, die enorm kan genieten van diepgaande (Bijbelse!) theologie en zijn hand niet omdraait voor een grondige taalkundige analyse van een Bijbelgedeelte in het Grieks of Hebreeuws. Het bijzondere is, dat hij daarbij ook een grote bewogenheid met mensen heeft. Hij vertelt met evenveel enthousiasme over een uitzonderlijke Hebreeuwse werkwoordsvorm als over de Twentse volksaard of de gesprekken die hij met zijn gemeenteleden heeft. Hij is een pastor die van academische theologie houdt en een theoloog die met veel liefde in de gemeente werkt.

Als vogelliefhebber neemt Dekker ons de laatste jaren elk NGP-weekend mee de natuur in om vogels te kijken. Uiteraard met een gedegen voorbereiding: ’s ochtends vroeg heeft hij al uitgezocht welk gebied het meest geschikt zal zijn.
Op zo’n weekend vallen typische eigenschappen vaak op, zoals precisie en gevoel voor (intellectuele) humor. Toen we onszelf moesten voorstellen aan de hand van een ‘Loesje’, bleef Dekker het langst van iedereen nadenken en schaven, met als resultaat: ‘Een Vogelaarwijk is pas een prachtwijk als hij zijn naam eer aandoet.’ Colleges van Dekker zijn altijd uitdagend en stimulerend. Zijn exegetische kritiek op preekvoorstellen van studenten brengt hij opbouwend en met enthousiasme.
En met een zekere (valse) bescheidenheid: ‘ik weet niet of je dat kan zeggen’ betekent dan eigenlijk: ‘dat klopt niet, want...’. Hij brengt ons niet alleen de methoden van de exegese en de kennis van de Bijbelse theologie bij, maar ook de liefde ervoor.

Jelle Knol is derdejaars en Frank Schneider vijfdejaars student aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn, Beiden zijn lid van de NGK Apeldoorn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief