Eén gemeente, twee vormen
2010-11-26
Vanuit de NGK/CGK gemeente De Bron in Amsterdam Nieuw-West zijn twee projecten voor gemeentestichting opgezet, Hoop voor Noord en OASE voor Nieuw-West. We spreken met ds. Carel Affourtit, predikant in De Bron, en met gemeentestichters Jurjen ten Brinke (Hoop voor Noord) en Serge de Boer (OASE voor Nieuw-West). De avond voorafgaand aan het interview is Hoop voor Noord officieel geïnstitueerd als CGK-zendingsgemeente (zie ook Opbouw 20). Hoe doen ze dat toch in Amsterdam? - Jaargang 54
- nummer 23
Op meerdere plekken in Amsterdam is men al jarenlang bezig met gemeentestichting.
In Amsterdam in Beweging voor Jezus Christus zijn acht gevestigde kerken en zeven nieuw gevormde gemeentes verbonden.
Hoe ontstaan die gemeentes en wat gaat eraan vooraf? Ds. Affourtit is van het begin af aan betrokken geweest bij twee projecten. Hij legt uit dat Amsterdam in de afgelopen veertig jaar een enorme demografische verandering heeft ondergaan. Veel jonge gezinnen zijn weggetrokken, eerst naar de buitenwijken en later ook weg uit de Randstad. In plaats daarvan zijn er steeds meer allochtonen in de stad komen wonen. Daardoor zijn er zogenaamde Vogelaarwijken ontstaan, met alle bijbehorende problemen. Door deze veranderingen liepen de kerken leeg. Dat vroeg om maatregelen.
Hoop voor Noord
In 2004 kreeg De Bron de verantwoordelijkheid voor wijk Noord, een hechte, maar sterk vergrijsde gemeente, waar zondags nog maar vijftien leden de diensten bezochten.
Affourtit: ‘We hebben gevraagd: Wat willen jullie, doorgaan of opgaan in een andere gemeente? In die periode opperde Bart Wallet, diaken van De Bron, of het niet mogelijk was iets nieuws te starten. De leden van wijk Noord stemden er mee in, maar wilden graag dat de eigen diensten gewoon door zouden gaan zoals ze gewend waren. Wallet is een onderzoek gestart naar de bevolkingsopbouw in Noord. Van de 90.000 inwoners bleek ruim 40 procent (voornamelijk jongere) allochtoon te zijn. De wijk wordt bevolkt door 140 verschillende nationaliteiten. De nieuw te stichten kerk zou een kerk voor de buurt en dus een multiculturele kerk moeten worden. In andere delen van Amsterdam waren al nieuwe gemeentes gesticht, blijkbaar hing het in de lucht om deze sprong te wagen.’
Er werd bewust een tweesporenbeleid gevolgd: naast de nieuw te stichten gemeente ging wijk Noord gewoon door met als opdracht te bidden voor het nieuwe project. De kerkenraad besloot om meteen bij de start een leider aan te stellen. Jurjen ten Brinke stelde zich beschikbaar en begon in januari 2006 als gemeentestichter.
Hij mag in Noord bouwen op grond waar al voorbereidend werk is verricht. Er zijn stenen geraapt, er is onkruid weggehaald, er is ruimte gekomen voor het Woord. Bij de instituering kreeg hij veel felicitaties uit de buurt en mocht hij horen dat het werk door veel mensen in gebed wordt opgedragen. Dat geeft hoop en moed voor de toekomst.
Ten Brinke is doelbewust in de wijk gaan wonen en heeft daardoor een natuurlijke buurtgerichtheid. Ten Brinke en Affourtit zouden graag zien dat actieve, stevige christenen kiezen voor het wonen in een achterstandswijk.
Daar zijn ze hard nodig.
Bij het opzetten van een nieuwe gemeente heb je kader nodig, juist vanwege de vele problemen die de mensen uit de wijk meebrengen.
Het raakt Ten Brinke bijzonder dat gemeenteleden van wijk Noord zeiden: 'Laat ons maar sterven, als jullie maar kunnen leven'. Hoop voor Noord is inderdaad gaan leven en wijk Noord bestaat nog steeds en is zelfs gegroeid. Affourtit spreekt van een wonder van God, wie had ooit gedacht dat er weer een levende nieuwe gemeente zou ontstaan! Hij hoopt en bidt dat de groei van wijk Noord zich doorzet en dat de nieuw geïnstitueerde gemeente het tweesporenbeleid vol kan houden: één gemeente met voor een deel van de gemeente een klassieke vorm van kerkdiensten en kerk zijn en voor een ander deel een nieuwe, multiculturele vorm. Hij geeft aan dat niet iedereen gelukkig is met moderne diensten en dat zijn niet alleen ouderen; er zijn ook jongeren, die liever naar traditionele diensten gaan. Het mag naast elkaar bestaan in één gemeente als men zich maar hartelijk met elkaar verbonden weet.
OASE voor Nieuw-West
Waar in de jaren zestig de nieuwbouwwijken volledig blank waren, is Nieuw West nu een wijk waar 68 procent allochtoon is. Hoewel de situatie van moedergemeente De Bron nog niet zo urgent was als van wijk Noord werd het tijd om over de toekomst na te denken. Drie jaar geleden is een brainstormcommissie ingesteld. Er is veel nagedacht en vooral gebeden. Met inzet van de financiële reserve is OASE voor Nieuw-West in het leven geroepen en Serge de Boer in 2009 aangesteld om een nieuwe gemeente te stichten.
Ook De Boer woont in de buurt om dichtbij de mensen te zijn, die de diensten bezoeken. 'Wanneer je in de wijk gaat wonen geef je een signaal af: je bent één van ons geworden.' Hij interviewt mensen op straat om voeling te krijgen met wat er leeft en hij nodigt hen uit voor de Alphacursus of de buurtmaaltijd. OASE voor Nieuw-West is een buurtkerk en dus ook multicultureel.
Gemeenteleden van De Bron leven, werken en bidden mee. Het is soms wel even slikken als er nog minder mensen de traditionele diensten bezoeken en er bijna geen kind zit. De Boer geeft aan dat het aantal kinderen bij OASE voor Nieuw-West daarentegen in een jaar verdubbeld is.
Affourtit benadrukt: 'Het doel van dit project was niet de groei van De Bron, maar van het koninkrijk van God. Dat de gereformeerde verkondiging van vrije genade in de stad Amsterdam voortgang blijft vinden.' Het mag de moedergemeente iets kosten, maar het levert ook veel op.
Met veel geduld en vertrouwen over en weer kan er iets moois groeien.
Nederland zendingsland
In Amsterdam is er duidelijk een noodzaak om over kerkmuren heen te kijken. Toch is het ook voor andere plaatsen van belang om na te denken over de toekomst van de kerk. Over 25 jaar is het platteland aan de beurt met leegloop, 'Waarom daarop wachten?' vraagt Ten Brinke zich af. Nederland is een zendingsland geworden. Hij ziet kansen om asielzoekers uit moslimlanden te bereiken met het evangelie. Mochten ze worden uitgezet dan nemen ze het evangelie mee naar het thuisland.
Ten Brinke wil gemeentestichting niet hét model noemen, maar het heeft wel grote voordelen. Gemeentestichting als evangelisatie werkt. De bestaande kerk opfrissen kost vaak strijd en discussie. ‘De kerk is al leeg voor je zover bent’, aldus Ten Brinke.
‘Sticht een nieuwe gemeente naast de bestaande, traditionele kerk, met diensten op een andere tijd. De veelkleurigheid mag naast elkaar bestaan.
Erken elkaar dan ook als volwaardige broeders en zusters. In Noord is een aantal gezinnen alweer in een andere wijk begonnen met kinderwerk en buurtactiviteiten. Mogelijk komt er volgende jaar een Alphacursus in die buurt. Blijf in beweging!’ De Boer vult aan: ‘Kan het je wat schelen dat je buurman nooit naar de kerk gaat? Leeft dat bij je?’
Ervaringen delen
Voor veel kerken is het nu nog een stap te ver om hetzelfde te doen als in Amsterdam. Een manier om bekend te raken met kerkplanting is het aangaan van partnerschappen.
De kerken hebben financiën en menskracht, kerkplanters zoals in OASE voor Nieuw-West en Hoop voor Noord hebben ervaring en visie. Door deze wisselwerking gaat het missionaire besef groeien en kunnen er nieuwe initiatieven ontstaan in de eigen plaats. Ook worden mensen vanuit de partnerkerk uitgezonden naar bijvoorbeeld Amsterdam.
Een kerkplantingsproject is een stap in geloof en vertrouwen. Ten Brinke: 'Het is ook een keuze, je kunt er voor kiezen om niet te vertrouwen.' In Amsterdam werkt het tweesporenbeleid heel goed. Het heeft behoed voor allerlei conflictsituaties. Affourtit: ’Er is visie nodig, iemand die de kar trekt, en vooral veel geduld en vertrouwen dat het Gods werk is.’
Ruim baan
De Boer geeft aan dat het belangrijk is om je geroepen te weten. Je kunt bij tegenslagen daarop terugvallen.
Ten Brinke: 'De zorg en zegen van de moedergemeente is ook cruciaal.
Het is zo belangrijk dat ik nooit hoef te verdedigen waar ik mee bezig ben.
Er is begeleiding vanuit een supervisiegroep, die de volmacht van de kerkenraad heeft om beslissingen te nemen. Ik krijg ruim baan, maar word wel kritisch gevolgd.' Ten Brinke en De Boer ervaren het kritisch meedenken, de wijsheid van oudere mensen als een verrijking. Je hebt elkaar als verschillende generaties nodig. Wat hen bindt is dat Gods woord wordt gebracht, hoe dan ook. De Boer ervaart zijn werk als een schakel in een proces van zaaien, wieden en wasdom.
De Boer merkt op dat hij realistischer is geworden in het afgelopen jaar en mensen met teveel problemen doorstuurt naar de juiste instanties.
Ook hij is blij met de begeleiding die hij krijgt, die feedback heeft hij nodig om niet maar door te gaan ‘als een jonge hond’. Het is voor iedereen verrijkend om elke keer weer na te denken over zaken, die niet zo vanzelfsprekend zijn in een nieuwe gemeente.
Terug naar de kern
Affourtit: ‘De vier dingen die genoemd worden in Handelingen 2:42 komen weer centraal te staan: “Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.” Dat is de kern van ons werk.’
Tineke Algra is lid van de NGK/CGK Alkmaar. Frank Duijzer is theoloog en lid van de CGK Apeldoorn-
Oost.