Wet dwingt kerken tot zelfonderzoek
2007-10-26
Rond de Wet maatschappelijke ondersteuning bestaat nog veel onduidelijkheid, vinden bijna alle Nederlands Gereformeerde diaconieën. Dat blijkt uit een steekproef van Opbouw. Of de diaconieën zich echt met de wet gaan bemoeien, is daarom allerminst zeker. Toch blijft de WMO voor weinigen zonder gevolgen: gemeentes bezinnen zich op hun rol in de samenleving en zoeken samenwerking met andere kerken.- Jaargang 51
- nummer 21
De WMO heeft tot doel burgers zoveel mogelijk in de samenleving te laten participeren. De kerk kan daarbij een rol spelen met allerlei werk op het gebied van zorg en welzijn. Voor veel Nederlands Gereformeerde diaconieën is die rol echter omgeven door vaagheid. Uit de Opbouw-steekproef (zie ook kader ‘Steekproef Opbouw’) blijkt, dat vrijwel alle diaconieën de wet kennen. Meestal echter niet meer dan globaal. Minder dan de helft van de ondervraagde gemeenten doet wat met de WMO of is van plan er iets mee te doen. Dat is opvallend, omdat op een uitzondering na iedereen te kennen geeft dat de kerk een (bijbels gegronde) taak heeft in de samenleving. De WMO als dé mogelijkheid om die taak te vervullen, komt dus (nog) niet uit de verf. En daarom blijft iedereen afwachten tot de overheid schot in de zaak brengt.
Gaten
De redenen daarvoor zijn simpel: er wordt ‘op z’n overheids’ te werk gegaan (veel praten, weinig doen) en bovendien kan het WMO-beleid per gemeente sterk verschillen. ‘Concreet kunnen kerken niets met de WMO.
Het hangt helemaal af van de gemeente’, zegt Leo van de Koppel, sinds kort voorzitter van de Diaconale Commissie van de Landelijke Vergadering (zie ook kader ‘Diaconale Commissie klopt stof van zich af’) en afdelingshoofd Sociale Zaken, Burgerzaken en WMO in Geldermalsen. ‘Sommige gemeenten willen niets met kerken van doen hebben.
Andere gaan uit angst eerst maar eens op het geld zitten.’ Pas als een gemeente bijvoorbeeld voor een zuinig beleid kiest en gaten vallen in de zorg, kan de kerk iets gaan betekenen. Tot dat moment acht Van de Koppel het voldoende als Diaconale Commissie de vinger aan de pols te houden. ‘De WMO is nu niet meer dan huishoudelijke hulp. Als ik naar mijn gemeente kijk, duurt het nog wel twee jaar voor er iets concreet wordt.’ En zo is het niet alleen in zijn gemeente. Elders in het land beperkt de WMO-activiteit zich ook tot overleg en beleid maken. Als een diaconie al wat doet met de WMO, dan is dat dus enkel en alleen meepraten met de rest. Niet geheel onbegrijpelijk dat kerken nog met veel vragen zitten.
Geluk bij ongeluk
Belangrijker op dit moment is de vraag of kerken bereid zijn de handen ook voor niet-christenen uit de mouwen te steken. De WMO helpt die discussie aanzwengelen. ‘Overheid en kerk hebben allebei een andere functie, maar ik vind dat kerken meer buiten de muren aan de slag moeten. De meeste kerken zijn erg intern gericht’, zegt Gerard van der Velde, wethouder in Elburg met WMO in zijn portefeuille en lid van de NGK Wezep. ‘Ik zie al goede tekenen in den lande, zoals stichting Present.’ Een diaconaal reveil door de WMO is Van der Veldes droom. ‘Of het werkelijkheid wordt, is een tweede, maar het is mijn streven. Daarvoor moet nog wel het nodige water door het Veluwemeer stromen. Positief is in elk geval, dat er met elkaar gecommuniceerd wordt.’ Zo’n diaconaal reveil lijkt nog ver weg. Uit de steekproef blijkt weliswaar dat de verantwoordelijkheid van de kerk in de samenleving wordt onderkend, maar er is wel een heel proces van bewustwording nodig om gemeenteleden tot daden aan te zetten.
In Amersfoort-Zuid zijn ze met die bewustwording bezig, met dank aan de WMO. Diaken A. Visscher: ‘Er wordt nu echt aan ons getrokken. Zonder WMO zouden we in ons eigen sop gaar koken, nu kunnen we een rol vervullen. Een geluk bij een ongeluk.’ Visscher noemt dat ‘negatieve motivatie’.
De overheid laat gaten vallen in de zorg, waardoor kerken haast gedwongen worden hun verantwoordelijkheid handen en voeten te geven. ‘Maar het kan ook een uitdaging zijn om liefde en barmhartigheid in de praktijk te brengen. Dat proberen wij nu op de gemeente over te brengen.’ Zo ziet Rike Oonk van de diaconie van Heerenveen het ook. ‘Je kunt over de WMO zeggen: dat is makkelijk van de overheid, schuif het maar af. Je kunt ook zeggen: het is een mogelijkheid voor ons, een opening. Je wilt als kerk toch ook iets opens zijn?’ In Heerenveen wordt veel gepraat over die vraag. ‘Een poosje geleden was onze predikant in gesprek met iemand van een wijkcentrum. Hij hoorde dat veel mensen de kerk zo’n gesloten gemeenschap vonden. Dat is toch niet goed?’ Het was altijd zo dat mensen buiten de kerkmuren hun eigen problemen maar moesten oplossen, meent Oonk. ‘Nu kon dat wel eens veranderen. De overheid wil dat je voor hulp eerst naar bronnen in je omgeving kijkt. Ik vraag me af of mensen echt weer voor elkaar gaan zorgen of dat ze elkaar nog steeds in de steek laten. In dat laatste geval krijgt de kerk een serieuze rol.’
Diaconale Commissie klopt stof van zich af De Diaconale Commissie van de Landelijke Vergadering heeft één keer op een conferentie aandacht aan de WMO besteed. Verder is nog niets met de wet gedaan. Dat heeft vooral te maken met de situatie waarin de commissie zich bevindt. Lange tijd bleven enkele vacatures onvervuld. ‘Het was een slapende commissie’, zegt de nieuwe voorzitter Leo van de Koppel. Maar daar gaat hij verandering in brengen. ‘We moeten gewoon alle diakenen steun kunnen bieden, want die krijgen nogal wat voor hun kiezen.’ Een manier om dat te bereiken is samenwerken met partijen die al veel verder zijn, zoals het Diaconaal Steunpunt van de GKV. ‘Zij hebben heel veel. Maar wat mij betreft werken we samen met alle partijen. Van dat hokjesdenken moeten we af.’ Van de Koppel wordt vaak benaderd voor samenwerking. ‘We hebben inmiddels een flink palet om uit te kiezen. Ik laat me verrassen.’ Leo van de Koppel is voorzitter van de Diaconale Commissie van de Landelijke Vergadering, lid van de NGK Langerak en afdelingshoofd Sociale Zaken, Burgerzaken en WMO in de gemeente Geldermalsen. |
Open brief
Hoewel de blik vaak is gericht op problemen in eigen huis en bewustwording ongetwijfeld in veel gemeentes nodig is, wordt her en der al best veel aan buitenkerkelijk werk gedaan. En daar is de WMO helemaal niet bij nodig. Inloophuizen, opvang van asielzoekers, voedselbanken, ouderenmiddagen; het bestaat allemaal al.
Door de WMO is de kans echter groot, dat er veel meer op het bordje van de kerk belandt. Of het streven naar openheid naar de samenleving meer is dan een nobele alinea in een prachtig visiedocument van een of andere stuurgroep, zal dan moeten blijken. Want op de vraag óf dat zo is, durft het merendeel van de diaconieën nu nog niet te antwoorden.
‘Daar komt het elke keer op aan’, zegt diaken M. Kuiper uit Oegstgeest. ‘Projecten en ideeën lopen stuk op de vraag of er tijd en ruimte voor is. Daarom heb ik geen grootse verwachtingen van de WMO.’ Collega N. Waaning van Amsterdam-Centrum vindt dat ook wel veel wordt gevraagd van kerken. ‘De WMO is een mooi verhaal, maar de praktische invulling is ingewikkelder. Daar heb je meer expertise voor nodig.’ Wat mogelijk kan helpen, is samenwerking met andere kerken. In diverse steden hebben diaconieën zich verenigd naar aanleiding van de WMO.
Zeker voor kleine gemeentes is dat een must, wil er iets maatschappelijks worden gedaan. ‘Kerken weten vaak niet wat andere kerken doen, of ze vervullen taken die de overheid ook doet’, zegt wethouder Van der Velde.
‘Daar moet samenhang in komen. Het is nu nog een lappendeken, maar we zijn met de afstemming bezig.’ En voor dat afstemmen moet je niet alleen op je interne problemen gefocust blijven, vindt Waaning. ‘Als je te sterk naar binnen gericht bent, kom je ook nooit uit je eigen problemen.’
Jordi Kooiman studeert journalistiek en is lid van de NGK Deventer.
Steekproef Opbouw Aan de steekproef van Opbouw werkten zeventien NGK’s van verschillende orde en grootte mee. Hun bemoeienis met de WMO loopt ver uiteen. Eén gemeente is al behoorlijk gevorderd in het overleg met de lokale overheid, twee gemeenten hebben nog nooit van de WMO gehoord. Hoe geïnformeerd men echter ook is, onduidelijkheden zijn er altijd wel. Dan gaat het bijvoorbeeld om misverstanden over het ontvangen van subsidie (dat kan niet) of het soort hulp waarover de WMO gaat (vooral huishoudelijke zorg). Op de vraag of door de WMO nu echt iets verandert of gaat veranderen, antwoordt de helft positief. Eenzelfde verhouding is te zien als wordt gevraagd naar de mogelijkheden die de WMO de kerken biedt. Grofweg de helft van de ondervraagden denkt zeker wat met de WMO te gaan doen. Eensgezind zijn de kerken eigenlijk maar op één punt: de verantwoordelijkheid die er is voor de samenleving. |