De Herziene Statenvertaling

2010-11-26
  • Jaargang 54
  • nummer 23
Op 4 december 2010 moet hij in de winkel liggen: de complete Herziene Statenvertaling (afgekort: HSV). Voorzover ik er kennis van genomen heb, is de HSV een boeiende poging om een Bijbelvertaling te presenteren die meer brontekstgetrouw is; wat mij betreft niet tegenover, maar naast de meer doeltaalgerichte NBV.
De Generale Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken besloot, al voordat de complete versie van de HSV verkrijgbaar was, deze vertaling vrij te geven voor gebruik in de kerkdiensten.
De synode van de Gereformeerde Gemeenten nam in 2007 juist het tegenovergestelde besluit. In De Saambinder van 4 november leggen twee predikanten, Moens en De Heer, uit waar de moeite van de Gereformeerde Gemeenten ligt met de HSV.

Ondanks het mooie dat de HSV met zich mee lijkt te brengen, blijkt toch dat er veel innerlijk verzet is tegen deze nieuwe vertaling. Dit verzet werd zelfs groter naarmate er meer bijbelboeken van de HSV gepubliceerd werden. Was er toch wat aan de hand met de HSV?
Is het wel een Statenvertaling, zo vroegen velen zich af. Nu de hele HSV af is, moet het antwoord helaas zondermeer luiden: Nee, het is geen Statenbijbel meer.
Tijdens de Generale Synode van 2007 is al uitvoerig gesproken over de HSV.
() De synode sprak () uit ‘dat de Statenvertaling in de Gereformeerde Gemeenten als enige vertaling wordt aanvaard en dat daarom alleen deze vertaling mag worden gebruikt in de erediensten en bij kerkelijke activiteiten in de gemeenten’.
Het is goed om eerst nog eens onder ogen te zien hoe groot het geschenk van de Statenbijbel is. () De vertalers waren er diep in hun hart van overtuigd dat deze Bijbel ‘Gods eigen woorden’ vertolkte. Het waren mannen die de stem van de levende God in hun leven hadden gehoord. Ze hadden leren beven voor Gods majesteit. Deze Goddelijke woorden begeerden ze zo getrouw mogelijk over te brengen in de Nederlandse taal. Heel goed waren ze zich bewust dat de Bijbeltaal niet eenvoudig is. Maar toch deden ze niet in de eerste plaats hun best om een begrijpelijke Bijbel onder het kerkvolk te brengen, maar een getrouwe Bijbel.

De Heer en Moens weten dat het niet de bedoeling van de HSV is om de Statenvertaling af te schaffen. De medewerkers hadden immers geschreven:

‘Omdat de Statenvertaling ons lief is vanwege haar eerbiedig luisteren naar de oorspronkelijke tekst, omdat wij de verstrengeling van wetenschap en vroomheid bij de vertalers hoogachten, willen we de Statenvertaling bewaren’.
Vanwege deze geruststellende woorden hebben sommigen nog een wat afwachtende houding ingenomen ten opzichte van de HSV. Laten we het resultaat beoordelen, dachten ze. Toch was het direct al duidelijk dat de stichting een fundamentele keuze maakte. Want hoe we het ook wenden of keren, de HSV heeft de pretentie een verbetering te zijn van de Statenvertaling. De Statenvertaling mag vanzelf blijven bestaan, maar toch zal het een vertaling zijn die een stapje lager komt te staan dan de HSV. Deze is immers, zo luidt de motivatie, duidelijker voor de hedendaagse lezer. Ook neemt de HSV allerlei ontwikkelingen op het gebied van de kennis van het Hebreeuws en Grieks mee.
En een enkele keer wijkt de HSV bewust af van de overgeleverde grondtekst en volgt ze de tekst die bekend is geworden door de zogenaamde Dode Zeerollen, oude boekrollen waarop stukken bijbeltekst gevonden zijn.
De hoogachting voor de Statenvertaling mag er zijn, maar door het uitbrengen van de HSV zal de praktijk leren dat de oude Statenvertaling bij velen in de kast zal blijven staan. Dat is de Statenbijbel, waar vele geslachten bij hebben geleefd, waar honderden kinderen des Heeren door zijn onderwezen.
We schrijven dit niet uit een romantisch gevoel van nostalgie. Allerminst.
Maar we kunnen en willen er ook niet omheen dat Gods kinderen de eeuwen door de Statenvertaling als een grote zegen hebben ervaren. Nieuwere vertalingen zagen het licht, waar soms hooggeleerde mensen aan meewerkten.
Maar ze vonden geen weerklank in de harten van hen die uit het Woord mochten leven. Modernere vertalingen kwamen op de markt, ze vonden soms gretig aftrek, maar toch bleef er een volk dat zich er niet toe voelde aangetrokken.
Waarom niet? Was het een hang naar het oude? Was het een starre conservatieve houding? () Nee, maar het was wel een vrees die het hart bezette, een vrees dat tekort werd gedaan aan het Woord van God.

Het lijkt mij dat de Gereformeerde Gemeenten het zichzelf toch iets te gemakkelijk maken; feitelijk toetst men immers de HSV niet aan de (oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse) tekst van de Bijbel, maar aan de Statenvertaling van 1637, en aan iets vaags als het gevoel van (sommige) kerkleden. De uitkomst is weinig verrassend: inderdaad, deze vertaling wijkt af van de Statenvertaling; en dus is afwijzing de enige mogelijkheid.
Maar moet je niet eerlijk zeggen dat hier de traditie heerst over de Schrift?

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief