Post uit Rwanda
1990-08-17
Elektrisch licht- Jaargang 34
- nummer 17
Het is donker en ik schrijf bij het licht van twee kaarsen. Nee hoor, het is geen kerstfeest. Ik heb die kaarsen aangedaan omdat de lamp het niet doet. Elke dag om ongeveer zes uur is het hier donker. Dan doen we het licht aan, gewoon net als jullie. Alleen ... soms doen die lampen het niet. Als het erg geregend heeft bijvoorbeeld, gaat er wel eens een leiding kapot. Ik denk dat dat vandaag ook is gebeurd. We hadden net gegeten. Jonathan en Matthijs waren zich aan het uitkleden en Gersom zat op de W.C. Ik zette de borden in de keuken en Dick, die de jongens altijd wast 's avonds, was op weg naar de badkamer. Toen opeens: Pats! alles donker. "Hé!!" schreeuwde Gersom op de W.C. heel hard. "Wacht maar. Blijf zitten waar je zit en verroer je niet," riep ik. Ik stond het dichtst bij het kastje waarop de kaarsen en lucifers liggen.
Maar Dick deed niet wat ik zei. Hij voelde langs de muur en schuifelde zo naar zijn studeerkamer. In de bovenste la van zijn bureau ligt een zaklantaarn. Het was verschrikkelijk donker, want buiten zijn ook alle lichten uit. Maar niemand was bang, het gebeurt wel vaker. Jonathan en Matthijs begonnen te stoeien samen.
"Pas op," riep Dick, "straks doen jullie je zeer." Hij had de zaklantaarn al te pakken. "Ik zit op de WC", riep Gersom, maar dat waren we niet vergeten hoor. De kaarsen brandden nu ook, ik liep ermee naar Jonathan en Matthijs. Afwassen ging niet, want onze waterkoker werkt niet zonder elektriciteit. Ik kon ook niet koken want ons fornuis werkt ook op elektriciteit. Maar dat gaf niks, ik w6u helemaal niet koken. Als er mensen komen eten ben ik altijd een beetje bang dat er zoiets gebeurt.
Stel je voor dat ik een pizza maak en het fornuis gaat na eventjes uit ... Wie lust er nou een pizza die niet gaar is?. Maar vanavond hoefde er niets in de oven. Ik maakte koffie op het gasbrandertje, dat je ook kunt gebruiken bij het camperen.
Eigenlijk is het wel een beetje gezellig, zo in het donker. Dick las een verhaal voor, Matthijs mocht de kaars vasthouden. .
De mensen die niet in de stad wonen hebben nooit electriciteit. Hoe die dat dan doen 's avonds? Ze gaan heel vroeg naar bed. Eerst koken ze eten op een vuurtje tussen drie stenen, dan hebben ze licht van het vuur. Als het eten op is gaan ze allemaal naar bed. De vaders, de moeders en de kinderen. 's Morgens vroeg, als de lucht een beetje roze wordt, staan ze weer op. Mensen die 's avonds nog willen werken of lezen, moeten lampen kopen met olie of kaarsen. Maar dat is voor veel mensen te duur. Hè, mijn ogen gaan prikken van het schrijven bij kaarslicht.
En Dick heeft altijd zoveel boeken tegelijk open liggen, die heeft ook niet genoeg licht zo. Wij moeten ook maar gaan slapen. Floep ... Wat is dat nou? Alle lichten weer aan. Matthijs begint te mopperen. Hij sliep al lang, maar opeens is het zo licht in zijn kamer. We hadden vergeten de lamp uit te doen.