Levende stenen - en diep water
1990-08-17
- Jaargang 34
- nummer 17
| Zondag 10 juni hoorden we in Oalmally een vrouwelijk predikant, lekepreker, de echtgenote van ds Galbraith van Taynault. Met haar verlof publiceren we haar 'sermon', die ons - nu nog verwikkeld in de discussie of de vrouw ambtsdraagster kan of mag zijn - wellicht aan het nadenken kan brengen. D.W.L.M. |
Gelezen werd: Ezra 7: div. - 2 Tim. 1:1-14; Luc. 5:1-11 Teksten: Lucas 5:5 "Jezus zei tot Petrus: breng de boot naar diep water";
2 Tim. 1:7 "De Geest die God gegeven heeft maakt ons niet lafhartig, maar vervult ons met kracht en liefde en bezonnenheid".
Levende stenen
We lazen zojuist de bekende passage uit de tweede brief aan Timotheus, waar Paulus zijn jonge vriend bemoedigt door hem eraan te herinneren, dat hij niet bang hoeft te zijn, omdat de van God gegeven Geest ons vervult met kracht, liefde en bezonnenheid.
Ook lazen we dat Jezus zijn eerste discipelen riep. Ik was geneigd (1) een ander deel te lezen, uit Petrus' eerste brief, waar hij - sprekend tot de mensen in klein-Azië - hen oproept om levende stenen te worden in de tempel van onze Heer Jezus Christus. Misschien mogen we die twee delen samenvoegen.
Dan begin ik met de gedachte dat u en ik levende stenen zijn in de kerk, die het lichaam van Christus is. Stenen van uiteenlopende vorm en grootte, mannen en vrouwen, van verschillende afkomst, verschillende aard en temperament, verschillende leeftijden. Ook verschillende talenten en bekwaamheden. Allen kunnen wij worden geplaatst in de kerk, het lichaam des Heeren. Dat is een beeld, dat we allen gemakkelijk verstaan.
Het kost ons weinig fantasie om te zien, welke uitwerking het heeft voor een muur, een dijk of een omheining (2), wanneer een steen losraakt of uitvalt. En wat voor een verzwakkende uitwerking deze enkele steen kan hebben op het hele bouwwerk!
Het is voor ons allen goed, ons van tijd tot tijd af te vragen: wat soort steen zijn we eigenlijk? We zouden oriszelf graag als levende bruikbare stenen in Christus' lichaam willen zien; maar de meesten van ons aarzelen om zo vrijmoedig te zijn. Want als we eerlijk voor onszelf zijn moeten we toegeven: dat onze toewijding aan Christus en zijn kerk, en onze zorg voor het welzijn van onze naaste, dikwijls niet zo levend en werkzaam zijn als wel mocht ... Soms zien we dat in en worden dan gedwongen op te letten en te zien hoe we, bij Gods genade, een wat betere toewijding kunnen geven; opdat we samen en persoonlijk betere, bruikbare en levende stenen mochten zijn.
Diep water
Christus riep zijn discipelen om zijn helpers te zijn. Verder hebben we gelezen in Luc. 5 van de wonderbare visvangst en hoe Jezus tot Petrus zei: "weest niet bang, van nu af zullen jullie vissers van mensen worden". Daarmee illustreerde Hij, hoe ze - hoewel machteloos in eigen kracht - door Christus' kracht resultaten konden verwachten, die elke verwachting te boven gaan. Die discipelen waren echt gewone mensen, die gewoon werk deden; maar die Christus' oproep in het geloof aannamen, om uit te gaan en vissers van mensen te worden.
Ik herinner me dat ik lang geleden een preek hoorde over deze zelfde passage. De predikant zei dat het zo simpel is een brave visser te zijn in het rustige water van de haven; maar - zo ging hij voort - elke visser kan je vertellen, dat je geen visje vangt met in de haven te blijven.
Alleen als je je<boot uitzet naar diep water, heb je kans iets te vangen. En het kan daar buiten vaak wild en stormachtig zijn!
Jezus zei tegen Petrus: zet je boot ginds uit in diep water en laat je netten zakken. Christus riep Petrus en de andere discipelen voor een bizondere taak. Hij roept ook ons - u en mij - om zijn discipelen te zijn.
Soms denk ik: we hebben het te veilig en te goed. Als we bruikbare levende stenen willen zijn, dan moeten we bereid zijn om de veilige haven te verlaten en te luisteren naar Jezus' opdracht: de boot uitzetten in diep water en ook anderen te bemoedigen. Het maakt ons nuchter als we ons realiseren, dat Hij naar ons ziet, of we onze plaats en tijd gebruiken: als levende stenen in zijn kerk!
Misschien zijn we geneigd te zeggen: ik kan niets voor God betekenen, Hij kan mij onmogelijk gebruiken.
Velen van ons zeggen dat van tijd tot tijd (of we denken het). Onzekerheid over onze bekwaamheden kan wel eens gezond zijn: dat maakt ons van God afhankelijk. Maar dikwijls meten we ons naar wereldse maten. De wereld eist academische prestaties, lichaamskracht, gezondheid en ambitie. Maar dat is niet waar God naar kijkt. Hij heeft minder zorg over onze bekwaamheid dan over onze beschikbaarheid voor Hem. Er is werkelijk niets te vrezen.
Is het niet zo dat voor velen van ons - zo niet voor allen - geldt dat, als we iets bizonders voor Hem op ons genomen hebben, Hij ons reeds bekwaam heeft gemaakt voor die taak?
Hoe hadden we het anders kunnen doen? Onzekerheid over onze bekwaamheden is natuurlijk niets nieuws. In de verzen die we uit 2 Timotheus lazen schrijft Paulus om zijn jonge vriend te sterken en te bemoedigen. Hij vertelt Timotheus, dat de door God gegeven Geest ons niet bevreesd maakt - maar dat de Geest ons oplaadt met kracht en liefde en bezonnenheid (wijsheid).
Bemoediging
Net als Timotheus zijn wij allen vaak bevreesd, twijfelen aan onze bekwaamheden om levende christenen te zijn. Paulus en Timotheus leefden in een tijd, die vele godsdiensten kende. En daar moest het christendom bewijzen dat het echt is! Timotheus werd later wellicht bisschop van Efeze, maar eerst moest zijn geloof beproefd worden in de levensstrijd.
Paulus spreekt in heel zijn brief over toewijding, toevertrouwen, bemoediging en volharding. Even verder (4:2) lezen we Paulus' woorden aan Timotheus: ..verkondig het Woord, dring er op aan, gelegen of ongelegen, overtuig, bestraf, en' bemoedig, geef onderricht met alle geduld."
Ja, Timotheus mag bedeesd geweest zijn en dikwijls een bemoediging nodig gehad hebben - maar er is geen twijfel aan zijn toewijding en volharding. Het geloof van Paulus en Timotheus was zeer reëel: droeg bij aan de groei der kerk! Er waren geen mooie gebouwen als wij hebben, geen organisaties om leden te werven. Alles wat Paulus en Timotheus te bieden hadden was het evangelie en hun geloof. Zij brachten ze het Goede Nieuws. De Geest was aanstekelijk en verzekerde dat de jonge kerk groeide en gevuld werd met kracht en liefde en wijsheid.
Wij mogen denken dat we gewoon zijn. Maar God zegt ons: je bent niet gewoon, je bent buitengewoon. Ik heb je bekwaamheid en talenten gegeven en ik heb je eigen bijdrage nodig zodat Mijn kerk kan groeien tot een levend werkzaam lichaam.
Timotheus groeide op in de atmosfeer van het geloof; want Paulus spreekt ook over het geloof van zijn grootmoeder Loïs en zijn moeder Eunice - en nu over het geloof, dat hij bij Timotheus weet. Hier zien we even hoe belangrijk onze plaats tussen de levende stenen in de kerk is; stenen die gebruikt worden in de opbouw, de geestelijke groei van onze gemeente.
Bij elke doopdienst geven niet slechts de ouders hun belofte - maar de hele gemeente (3) aanvaardt haar aansprakelijkheid ..toe te zien dat de kinderen der ger:neente zullen opgroeien in de kennis en liefde van Christus". Voor ieder, ouders en gemeente, is dit een belofte en wijding.
Een eminent theoloog zegt het op bizondere wijze: ..geen christen is voor zichzelf verkoren - hij is verkoren om wat hij voor anderen kan doen" ... Een christen" - zo gaat hij voort - ..is iemand die zich verliest in verwondering, lof en prijs, om wat God voor hem deed, en is vol vuur om anderen te vertellen wat God voor hen kan doen".
Leven door de Geest
We zijn echt niet zo veel anders dan Timotheus - alleen onze situatie is anders. Timotheus had te maken met een jonge kerk, die geplaagd en vervolgd werd. Ons probleem is waarschijnlijk onverschilligheid en apathie tegenover de christelijke boodschap. Wellicht is dát ons probleem.
Hier moeten we dus luisteren naar Christus, die zegt: ga naar diep water en zet daar je netten uit - daar zijn er die je nodig hebben.
En zeker zijn we niet anders dan Timotheus in zoverre we dikwijls bemoediging nodig hebben. Hoe kan dat beter dan wekelijks samen te komen met andere christenen; om gelovig te volharden? En, geloof me, dat vraagt toewijding! Want maar al te gemakkelijk verliezen we onze geschonken tijd in dagelijkse kleinigheden.
In het oude testament lazen we hoe Ezra's opleiding als priester en leraar deel uitmaakte van Gods voorbereidingen.
God gebruikt onze achtergrond, ons karakter, onze ervaring voor zijn werk. Maar dat is niet alles. Wij moeten ook onze toewijding
geven. Ezra gaf een massa tijd om God te kennen - en dat niet met hersen-kennis. Kijk nog eens naar 7:10 ..Ezra had er zijn hart op gezet om de wetten des Heeren te onderzoeken en haar te volbrengen en om in Israël inzettingen en wet te onderwijzen".
Ezra praktiseerde. Hij werkte uit, wat hij geleerd had. Ezra wist dat de Heere werkte in zijn leven en hij was gehoorzaam aan de roeping; zelfs toen dat inhield de luxe van Babel prijs te geven voor de onzekerheden van Jerusalem.
Zo riep onze Heer Petrus en de andere discipelen. Gewone mensen, om ongewoon werk te doen. Hij riep Timotheus, die jong in het geloof was onderwezen - toch bedeesd en altijd hulp behoevend. En God roept ons om medewerkers te zijn. Levende stenen in zijn kerk. Die Hem graag geven hun rijkdom en talenten - waar Hij immers recht op heeft.
We zijn vaak vreesachtig en bedeesd en onzeker van onszelf. Maar dat hoeft niet, want achter ons, rondom ons en in ons is de belofte van de Geest, die ons vervult met liefde, kracht en wijsheid.
Amen en geve God zijn zegen over deze overdenking.
1 waarschijnlijk week zij at van de orde van hogerhand
2 vooral in dit land, waar natuurstenen gebruikt worden, die zorgvuldig aan elkaar gepast worden en elkander vasthouden, spreekt dit beeld
3 als elders in het buitenland neemt hier de hele gemeente staande de doopbelofte op zich.
D.W.L.M.
Errata
In het art. 'De barmhartige Samaritaan' van 3 dezer zijn 2 woorden weggevallen. Daar het citaten van Van Gogh zijn, wil ik ze graag alsnog completeren. Naast en onder de afbeelding moest staan: ..Het leven is maar kort en vooral de jaren dat men zich sterk genoeg voelt ..': ; en: ..De beste manier om God te kennen is: Hem zeer lief te hebben".
D.W.L.M.