Boekbespreking

1990-08-17
  • Jaargang 34
  • nummer 17
De Vrijmaking in het vuur
W.G. de Vries - DE VRIJMAKING IN HET VUUR

In nr. 14 van ons blad heeft drs. H. de Jong een m.l, uitstekend artikel geschreven n.a.v. de verklaring van de kerkeraden van de NGK van Enschede-Noord en de GKV van Enschede-Noord. Eén zin uit het artikel wil ik hier aanhalen. "Maar dat je ook anders in de vrijgemaakte traditie kunt staan dan degenen die zich de enige echte van die naam noemen, staat voor mij vast." Zonder enige twijfel zal W.G. de Vries dit ontkennen, getuige zijn nieuwste boekje. De ondertitel van dit geschrift luidt: Het ontstaan van de Nederlands Gereformeerde Kerken in de jaren zestig.
De auteur schrijft in zijn inleiding dat er steeds meer behoefte komt aan een kort overzicht over de situatie en de positiekeuze in de jaren zestig.
Ook vermeldt hij dat in dit cahier niet een volledig overzicht kan worden gegeven. En daar ligt precies de zere plek. Het boekje staat vol met citaten, uit alle mogelijke synodale acta, brochures en kerkelijke bladen.
Helaas blijft vaak de bron van allerlei citaten onvermeld, dus moeilijk controleerbaar en niet plaatsbaar in de kontekst. Dat de schrijver niet volledig kan zijn, is hem niet kwalijk te nemen. Wel dat hij diverse personen in een kwaad daglicht plaatst door niet vOlledi,g te zijn. Eén voorbeeld.
Hij haalt uit De Reformatie iets aan van prof. J. Kamphuis over het voorgaan van ds. G. Visee in de Vrije Geref. Kerk van Wolvega. Op dit artikel is ds. Visee ingegaan op een fijnzinnige wijze. Maar diens reaktie wordt niet eens genoemd!
Ik moet zeggen dat ik zeer verbaasd ben, dat iemand in staat is om nog steeds volledig achter alle besluiten te staan van de synodes van R'dam-Delfshaven (1964-1965), Amersfoort-West (1967) en Hoogeveen (1969-1970). Door W.G. de Vries wordt, in navolging van R'dam-Delfshaven, nog altijd volgehouden dat de schorsing van ds. A. van der Ziel terecht is geweest. En dat terwijl het geheel inging tegen de DKO. Een predikant mag slechts dan worden geschorst, wanneer de genabuurde kerk hem ook schorsingswaardig vindt. De kerkeraad van Groningen-Zuid, waar ds. Van der Ziel predikant was, had hem schorsingswaardig verklaard, de genabuurde kerk, Groningen-Noord, stemde niet in met dit oordeel.
Vervolgens beriep Zuid zich op de classis, die echter ook ontkent dat ds. Van der Ziel schorsingswaardig zou zijn. Wat doet dan de kerkeraad van Groningen-Zuid? Tegen het kerkverband in, tegen de geldende kerkorde in, schorst ze ds. Van der Ziel! Wanneer dit op de synode van R'dam-Delfshaven wordt goedgekeurd met de kleinst mogelijke meerderheid, is het 12 leden van de synode onmogelijk om hierin mee te gaan. De synode blijkt hier geen enkel begrip voor te kunnen (of willen) opbrengen. En De Vries sluit zich hierbij aan en spreekt zelfs van 'een juist besluit'. Op p. 58 lezen we dat de afzetting van ds. Van der Ziel "door het hele kerkverband (cursivering WGdV) gedragen wordt"! Onbegrijpelijk!
Ook de synodes van Amersfoort-West en Hoogeveen ontvangen aandacht.
En ook op de besluiten die daar genomen zijn acht de schrijver geen gegronde kritiek mogelijk. In het kader van deze bespreking heb ik er weinig behoefte aan om uitgebreid in te gaan op deze synodes en beslissingen. Eén ding is echter overduidelijk en daarover lees je in dit boekje niets: op grond waarvan heeft een synode de bevoegdheid (of zelfs de plicht) om een wettige afgevaardigde niet te ontvangen? Kerkrechtelijk rammelt het hier aan alle kanten. Ds. Schoep werd weggezonden en in hem dus de kerken die hij vertegenwoordigde. Wat echter schrijft De Vries? Met instemming neemt hij de konstatering over van de synode van Hoogeveen, dat "ten aanzien van het heenzenden van ds.
B.J.F. Schoep twee kerken en ook de classis Alkmaar-Zaandam besloten cursivering van mij, MJ) hebben dat zij niet meer in de synode van Amersfoort-West vertegenwoordigd zijn en dat haar besluiten voor haar geen rechtskracht meer hebben."
Deze kerken en cJassis besloten dit echter niet, ze konstateerden slechts.
Vaak wordt door de schrijver K. Schilder aangehaald. En juist Schilder heeft, naar aanleiding van de vrijmaking, zo duidelijk erop gewezen, dat leerverschillen geen kerkscheuring wettigen. Dat doen alleen kerkrechtelijke verschillen.
In twintig bladzijden schildert De Vries tenslotte de ontwikkeling sinds 1970, Zoals u al wel begrepen zult hebben, kunnen er maar weinig waarderende woorden af. Hij geeft o.a. aandacht aan het Akkoord voor kerkelijk samenleven. Uiteraard komt ook de Preambule ter sprake.
En hoe je daar ook over mag denken, het is mij een raadsel hoe de auteur als volgt de achtergrond hiervan kan typeren. "De gedachte dat een kerk, zolang zij geen valse kerk is, altijd aanvaard moet worden, hoe zij ook handelt en wat zij ook doet."
Zelfs meent hij dat uit het AKS duidelijk blijkt "dat de Nederlands Gereformeerde kerken het beeld vertonen van een huis dat tegen zichzelf verdeeld is. Volgens Christus zal zo'n huis niet kunnen bestaan". Ik ben bi ij dat wij mogen weten en ervaren dat het goed is dat wij wel bestaan en fijn wie we zijn onder de zegen van de HERE.
In een interview heeft De Vries ten aanzien van de samensprekingen met de Chr. Geref. Kerken gezegd: "Er is echt een wonder nodig willen we over drie jaar veel verder zijn."
Na lezing van zijn geschrift - en met de wetenschap dat De Vries voorzitter is van het deputaatschap van zijn kerken voor kerkelijke eenheidmoet je wel hetzelfde zeggen voor de kontakten tussen de Vrijgemaakte Kerken binnen en buiten verband.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief