Medische ethiek en medische technieken (3)

1990-08-17
  • Jaargang 34
  • nummer 17
In de vorige nummers van 'Opbouw' plaatsten wij een verkorte versie van de lezing van mevrouw drs. F.J. Laning-Boersema, zoals gehouden op de Jaarvergadering van 'Opbouw'.
In dit nummer komen we aan de hand van de diskussie over de Inhoud van het referaat nog een keer op het onderwerp terug. Vanwege het grote aantal vragen kunnen in dit verslag slechts enkele onderwerpen aan de orde komen.
De vragen betroffen zowel de praktijk van het medisch handelen als de politiek. Op belde terreinen heeft mevrouw Laning (als lid van de Tweede Kamer en als huisarts) veel ervaring opgedaan.


Instellingen op levensbeschouwelijke basis
Verscheidene malen kwam in de diskussie de vraag naar voren in hoeverre de overheid bezig is de identiteit van christelijke instellingen uit te hollen. Mevrouw Laning stelde dat christenen vaak kiezen voor een ziekenhuis omdat het dichtbij is, voor een chirurg omdat hij goede kwaliteiten heeft. De vraag vanuit welke geest er wordt gehandeld speelt nauwelijks een rol. "Als de vraag naar de levensbeschouwing niet meer leeft bij de patiënt, heeft de overheid ook weinig om op te steunen".
Mevrouw Laning bepleitte met name het bieden van zorg op levensbeschouwelijke basis in die instellinge'n die 'gezinsvervangend' genoemd kunnen worden (bv. inrichtingen en verpleegtehuizen). De patiënten die daar verblijven zijn immers vrijwel volledig afhankelijk van de zorg door het personeel. Helaas blijkt het voor christelijke instellingen steeds moeilijker om voldoende personeel in huis te halen dat vanuit die overtuiging wil werken.
Aan de andere kant konstateerde zij dat, ook als de identiteit van een instelling is uitgehold, men soms alsnog op levensbeschouwelijke gronden een fusie tegen wil houden.
Hoewel de identiteit geen inhoud meer heeft, vraagt men dan toch van de politiek om maatregelen. Echter: als de identiteit nog slechts op papier bestaat, heeft de politiek daarmee geen argument meer in handen om tegen die fusie te zijn.

Mongooltje
Het is tegenwoordig mogelijk om voor de geboorte afwijkingen bij kinderen op te sporen. Dit is o.a. het geval bij het syndroom van Down (mongooltjes). Veel ouders besluiten na zo'n diagnose om abortus provokatus te vragen.
Er zijn echter ook ouders die genetisch onderzoek weigeren. Het gevaar van de huidige ontwikkelingen is dat men deze ouders gaat uitsluiten van verzekeringen; men had immers kunnen voorkomen dat er een verstandelijk gehandikapt kind werd geboren? Hetzelfde risiko doet zich ook voor in gezinnen met erfelijke ziekten. Verplichte keuringen zouden ook hier kunnen leiden tot uitsluiting van een verzekering.
Mevrouw Laning stelde dat het genetisch onderzoek als zodanig niet kan worden stopgezet. Wel bepleitte ze een wetgeving waarbij duidelijke grenzen aan de gevolgen van het onderzoek worden gesteld. Zo is het van essentieel belang dat mensen die drager zijn van een erfelijke ziekte of die een gehandikapt kind hebben worden beschermd tegen de mogelijke negatieve gevolgen van deze onderzoeken, Om deze reden bepleitte ze een basisverzekering voor iedere Nederlander, ongeacht leeftijd, gezondheid en mogelijke erfelijke ziekten.
De kwestie van het 'mongooltje' kwam nog op een ander moment ter sprake. In Limburg werd een kind niet geopereerd aan een darmafsluiting.
Het kind was een mongooltje.
Mevrouw Laning was er van overtuigd dat deze verstandelijke hand ikap mee had gespeeld bij de besluitvorming.
En wat te denken van de redenering in verband met deze situatie: "Als ouders het voor de geboorte hadden geweten dat het kind gehandikapt zou zijn, dan hadden ze het laten aborteren. Waarom mogen ze het nu dan niet laten sterven?"
Dergelijke visies zijn levensbedreigend voor zieken en gehandikapten.
"Het is een taak voor christenen om te vechten voor een klimaat waarin ook deze mensen volledig geaccelllteerd worden," aldus mevrouw laning.

Het leven teruggeven aan God
Een vrouw moest opnieuw een ernstige operatie ondergaan. Kansen op herstel waren er niet; de operatie zou het overlijden slechts korte tijd uit kunnen stellen ... Hoe zou je als christen moeten handelen in zo'n situatie? Altijd opereren, omdat het leven heilig is? Mevrouw Laning: "Dat vind ik een verkeerde manier van omgaan met het leven, als je persé dat leven wilt rekken, ongeacht het geringe perspektief van een zoveelste operatie. Dat nietchristenen zo redeneren kan ik begrijpen: je moet alles uit dit.leven halen. Een christen weet echter dat er ook een leven na dit leven is."
En als de patiënt het zelf niet meer kan zeggen? Mevrouw Laning stelde dat dergelijke vragen eigenlijk in de wachtkamer aan de orde moeten worden gesteld áls je er nog over kunt spreken. Daarom is het ook zo van belang dat je een huisarts hebt met wie je een vertrouwensband op kunt bouwen. Als het kan ook een arts die je levensovertuiging kent en respekteert. Die arts kan ook samen met jou de kille klinische gegevens van onderzoeken uit het ziekenhuis nog eens doornemen en uitleggen wat de gevolgen (kunnen) zijn.

Wetgeving en persoonlijke keuzen
Hoe moet een christen politiek bedrijven in een samenleving die van God vervreemd raakt? De meningen hierover zijn verschillend. Mevrouw Laning merkte op dat er in het regeringsbeleid doorgaans sprake is van moeizaam bereikte compromissen.
Christenen zullen lang niet altijd tevreden zijn met zo'n compromis.
Toch wordt de politieker vaak toe gedwongen. De keuze is dan: een onverantwoorde situatie laten voortbestaan (een dijkdoorbraak), of achter het gat dat is ontstaan een nieuwe dijk aanleggen. Dit is naar haar mening momenteel het geval in de diskussie over de zgn. 'overtijdbehandeling'.
"Wanneer hier geen regeling getroffen wordt, is het ongeboren kind tot 40 dagen vogelvrij", aldus mevrouw Laning.
Een ander punt betreft de houding van christelijke patiënten in de praktijk van de huisarts. Laten zij zich leiden door hun overtuiging, 6f laten ze de politieke wetgeving bepalen wat mag en wat niet mag? Mevrouw Laning: "Het doet pijn als je merkt dat sommige christenen een beroep doen op de wetgeving bij sterk levensbeschouwelijke keuzen (bv. bij een vraag om abortus). Je kunt als christen niet tevreden zijn met de wetgeving, maar dat betekent dan tevens dat je binnen die wetgeving je eigen principiële keuzen moet maken. Als de wetgeving abortus mogelijk maakt, wil dat nog niet zeggen dat dat een vanuit principieel christelijk oogpunt verantwoorde keuze is. "Wie zo redeneert moet niet de overheid de schuld geven.
Nee, dan zij wij te zwak om te leven volgens onze overtuiging".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief