Persschouw

1990-08-17
  • Jaargang 34
  • nummer 17
Uit de gemeente…
In elk plaatselijk kerkblad en ook wel in ettelijke provinciale kerkbladen komt men een rubriek tegen waarin het wel en wee van de plaatselijke gemeente wordt vermeld. Zo 'n rubriek heet dan: pastoraal praatje, pastorale notities of in ons midden etc. terwijl vooral het opschrift: Uit de gemeente gebruikelijk is. Nu heeft iedere pastor zijn eigen stijl. Er zijn er, die kort en zakelijk het één en ander aangaande de zieken en bejaarden en andere kategorieën gemeenteleden meedelen terwijl er ook voorgangers zijn, die ellenlange verhalen houden. Ze zijn blijkbaar bang, dat de gemeente niet voldoende geïnfórmeerd is. Men moet naar vermogen exact op de hoogte blijven van de stand van zaken. Ziektesituaties worden tot op het bot ontleed. En wanneer er een in memoriam moet worden geschreven worden naast allerlei hebbelijkheden ook verschillende onhebbelijkheden van de overledene gereleveerd.
'Over de doden niets dan goeds' is immers meer een humanistische dan een christelijke uitdrukking!
En je moet eerlijk blijven!
Dus oppassen voor ophemelen. Ik weet niet of iedere zieke altijd gecharmeerd is van een gedetailleerde beschrijving van zijn of haar ziekteproces.
En voor de familie van de geliefde overledene lijkt het me verre van aangenaam een verhaal te moeten aanhoren waarin de zonden en gebreken van degene, die heenging, worden uitgestald. Ik weet, dat het geen sinecure is, het vullen van een ziekenrubriek en het leiden van een begrafenis. Jaren achtereen heb ik mij als predikant aan deze taken moeten en mogen wijden. En de H. Schrift leert ons, dat wie in zijn woorden niet struikelt een volmaakt man is. En waar is die volmaakte man op aarde te vinden?
Toch luistert het in dit opzicht nauw.
Een bepaalde soberheid is hier aanbevelenswaardig!
Er zijn ook dominees, die eerst vermelden wie er ziek is in de gemeente en daarna een hele 'preek' eraan toevoegen.
Zo kwamen wij in de 'Hervormde Kerkbode' - weekblad voor de Nederlandse Hervormde Kerk op de Veluwe - onder DOORNSPIJK het volgende tegen in de rubriek: ONZE ZIEKEN. Het is van de hand van de plaatselijke predikant Ds. L .Schaafsma, behorend tot de modaliteit van de Gereformeerde Bond.

"De Heere gedenke al onze zieken tot waarachtige bekering. Die moordenaar vroeg: "Heere, gedenk mijner ..." Wanneer gedenkt de Heere aan een zondaar? Als zij met ootmoed smekend komen en in Christus tot Hem naderen. Want de Heere vergeet het geroep Zijner ellendigen niet. Achteraf zien ze dat al hun zuchten slechts een nazuchten is van de Geest der genade en der gebeden. Wat is het toch een eenzijdig Godswerk. Er kan geen zucht van een mens bij, zelfs geen nagelschrap.
Als er van ons iets bij zit, dan is het nog eeuwig verloren. Al wat Gij wrocht, zal juichen tot Uw eer. En daar gaat het om. Daar gaat het Zijn Kerk ook om. Gods deugden mogen niet gekrenkt, Gods eer niet geschonden. Ze willen er niets van hebben als Gods eer schade moet lijden. God moet God blijven. Ik ben God, zegt Hij, en geen mens, de Heilige Israëls in het midden van u.
Wat is er veel dat zichzelf zalig spreekt en gerust stelt, maar God weet er niet van. Straks zullen ze het wel horen: "Ik zeg u, Ik ken u niet."
De Heere heeft nooit aan hen gedacht, en zij dachten nooit aan God en Zijn deugden. Och, dan hoor ik de dichter droevig, doch blijde zingen: Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere gedenkt aan mij. Op grond van dat gedenken Gods worden ze zalig. God heeft gedacht aan Zijn genade. God heeft Zijn volk bezocht. Van eeuwigheid gekend en toegebracht in de tijd. Want God gedenkt aan Zijn barmhartigheid en in Zijn welbehagen gedenkt Hij aan Zijn wormke Jakobs. Hij zal hen nimmer om doen komen, die duizendmaalomkomen met zichzelf."

Het past mij niet hierover allerlei laatdunkende opmerkingen te maken.
Maar ik vraag mij wel af: Moet dat nu zo? Toen ik aan een jonge broeder vroeg wat hij hiervan dacht antwoordde hij: Ik word er zo moedeloos van. Ja, dat is één facet van het geheel. Maar ik vind het vooral triest, dat hier ten aanzien van de zieken zo generaliserend gesproken wordt. Is de bekering de invalshoek voor de benadering van alle zieken in de gemeente? Waarom moeten regelmatig de zware bastonen van het gericht doorklinken? Zou een patiënt daar werkelijk van opknappen?
Wie durft zo maar een link te leggen naar de uitzonderlijke omstandigheden waarin die moordenaar aan het kruis zich eens bevond?
Waarom wenst deze pastor de zieken, die hij opsomt, niet heel eenvoudig en menselijk van harte beterschap toe en kracht om te dragen wat God hun oplegt? Waarom wordt de mens uiteindelijk mede teruggeworpen op zichzelf en niet in duidelijke woorden de weg naar Christus gewezen? Waar straalt hier de grote rijkdom van het genadeverbond door? Wij beklagen hen, die zo worden aangesproken en toegesproken!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief