Toevlucht en sterkte

1990-08-31
  • Jaargang 34
  • nummer 18
Psalm 46 moet geschreven zijn na een tijd van grote wereldcrisis ....Volkeren woedden, koninkrijken wankelden .;" (vers 7) in een niets en niemand ontziende strijd. Aan welke wereldcrisis in de geschiedenis we precies moeten denken bij deze psalm is onzeker, maar duidelijk is wel, dat het heel erg moet zijn geweest.
Zo erg, dat alle zekerheden in het leven onderuit gehaald dreigden te worden. Het was voor de dichter en zijn volk alsof de anders zo vaststaande bergen wankelden, ja, alsof de aarde zelf verplaatst werd (vers 3).

Schuilplaats
Maar nu is de crisis voorbij, en het kwaad ten goede gekeerd. De psalmist wil nu bezingen hoe de HERE zijn God in het geheel - crisis en uitredding de hand' heeft gehad en hoe Hij voor zijn volk is geweest in die moeilijke periode: ....God is ons een toevlucht en een sterkte .," Hij was het naar Wie het volk kon toevluchten, toen een vloedgolf van geweld over de wereld ging en alle zekerheden op losse schroeven kwamen te staan. De HERE was toen als een rots in 'die branding, een schuilplaats, waar je veilig was in die boze tijd.
Zo sterk heeft de psalmdichter die veiligheid bij de HERE ervaren, dat hij over die watervloed van geweld uitroept: ....Laat bruisen, laat schuimen haar wateren, laat de bergen beven door haar onstuimigheid .." (vers 4). Laat ze maar tekeer gaan, die geweldenaars, laat ze maar begaan die oorlogszuchtige leiders, laat het leven maar komen zoals het komt! Want God is onze toevlucht, ....Daarom zullen wij niet vrezen, al verplaatste zich de aarde, al wankelden de bergen in het hart van de zee .." (vers 3).
....God is ons een toevlucht .." , zingt de psalmist en in het tweede couplet (vanaf vers 5) blijkt dat hij daarmee een concrete plaats bedoelt: ....de stad Gods, de heiligste onder de woningen van de Attertiooqste .." Dat is Jeruzalem, de stad van God, waar Hij in de tempel woont en troont temidden van zijn volk. Wie daar z'n toevlucht zoekt, is veilig, in Jeruzalem, de stad van vrede.

Kracht tot behoud
Maar de HERE was in die tijd van wereldcrisis niet alleen een toevlucht voor de zijnen, maar ook een sterkte, ook Degehe die de kracht en de macht heeft om bevrijding te geven. Daarover gaat de tweede helft van de psalm ....Volkeren woedden, koninkrijken wankelden, Hij verhief zijn stem, de aarde versmolt...
In het laatste couplet (vers 9-11) horen we wat dat concreet inhield.
De HERE is woest over de oorlog en Hij verwoest haar. Al het wapentuig vernietigt Hij ..... Laat af en weet dat Ik God ben .." Geen mens, hoeveel wapens hij ook hèeft, hoe hij daarmee ook dreigt, kim ongestraft daarmee te keer blijven gaan. God is er ook nog. Hij is de Verhevene, een kracht tot behoud voor de zijnen.
In het refrein van de psalm (vers 8 en 12) zegt de dichter samenvattend: ....De HERE der heerscheren is met ons, een burcht is ons de God van Jacob .." God met ons, Immanuel, op twee manieren. Als sterkte, als God van de legermachten. En als toevlucht, als God van het kleine, zwakke Jacob, het onaanzienlijke Israël, een schuilplaats voor de zijnen.

Saddam Hoessein
Dat volkeren woeden en koninkrijken wankelen is de hele geschiedenis door zo geweest. En ook vandaag maken wij het mee. Ik denk aan de bedreiging van de wereldvrede door de crisis in de Golf. Ik denk aan de bloedige strijd in liberia, in Zuid-Afrika. Houdt het dan nooit op, dat woeden der volkeren en wankelen der koninkrijken. Is er nog een plek op aarde waar een mens veilig in vrede wonen kan? Is er nog een Jeruzalem, een oord van vrede, een land waar het leven goed is? En over wankelende koninkrijken gesproken, dat Koninkrijk van God, komt daar nog wat van? Waar is de hand van God in dit alles? Waar zijn geopende vaderarmen, waar zijn krachtige rechterhand? ' Al vragend echter dreigt een gevaar, dat groter is dan Saddam Hoessein of wie dan ook. Dit gevaar, dat wij in de wereldcrisis niet meer kunnen geloven, dat God God is. Dat de HERE ook voor ons vandaag een toevlucht en een sterkte is. Niet alleen een toevlucht, ook niet atleen een sterkte, maar het één én het ander. Onze God is beide en wat Hij heeft samengevoegd scheidde de mens niet.

Toevlucht of sterkte
En toch hebben de mensen van Gods volk de eeuwen door toch die twee eigenschappen van de Here God uit elkaar gehaald. Sommigen benadrukken God als toevluchtsoord, anderen geloven Hem vooral als sterkte, als macht en kracht tot behoud en bevrijding. Laat ik van elk van beide uitersten een paar voorbeelden geven.
Allerlei vormen van militant en nationalistisch christendom zijn een voorbeeld van een eenzijdig geloof in de HERE als kracht. De kruisridders in de vroege Middeleeuwen, Hitier, de militante protestanten in Noord-Ierland, zij menen met kracht en geweld Gods wil te moeten laten geschieden. En ze geloven, dat God mét hen is en tégen hun vijanden. In wat mildere vorm vinden we die neiging om vooral in God als sterkte te geloven, als God die aan onze kant staat, ook in onze eigen traditie.
Op de lagere school is mij geleerd, dat God, Nederland en Oranje een heel bijzondere band zouden hebben.
Willem van Oranje heeft - als ware hij Mozes - ons volk - als ware het Israël - bevrijd van de duivelse Spanjolen. God was met ons.
Ook in het activistische christendom neigt men tot die eenzijdigheid. God is vooral kracht, dat is zijn Heilige Geest. Als een mens nu maar een groot geloof heeft, kunnen er wonderen gebeuren. Wie ziek is zal op zijp gelovige gebed genezing ontvangen.
Die eenzijdige nadruk op Gods sterkte leidt tot het verwaarlozen van de HERE als toevlucht, als veilige plaats in tijden Van groot gevaar.
En dat gaat ten koste van de christelijke troost. Als de HERE op bepaalde momenten meent van zijn kracht geen gebruik te moeten maken, geen bevrijding of genezing te schenken, dan blijft er niets meer over. Dan heeft de HERE afgedaan.
Geen woord van troost voor lijdende mensen, geen toevlucht bij God.

Kracht naar kruis
Aan de andere kant zijn er christenen, die eenzijdig de HERE geloven als toevluchtsoord. In tijden van rampen en crises zien zij daar een oordeel van God in (terecht vaak!).
Zij zeggen dan: laten we ons buigen onder zijn toorn en onze toevlucht zoeken bij de HERE. Ik denk ook aan christenen die zich weigeren te laten inenten. Als de HERE ons iets ergs wil laten overkomen mogen wij ons daar niet tegen verzetten. De troost is dan dat de HERE in grote gevaren een toevlucht is voor de zijnen. Ook in de moderne theologie wordt de HERE vooral als toevlucht gezien.
De bekende rabbijn Harold Kushner met zijn boekje over Job heeft wat dat betreft z'n tienduizenden verslagen.
God is niet almachtig, zo wordt gezegd, aan alle ellende in de wereld kan Hij ook niets doen. Maar Hij kan wel meelijden, troosten, kracht geven naar kruis. Werd vroeger de bevrijdingstheologie omarmd, vandaag mag er weer getroost worden van de moderne theologen.

Troost èn hoop
Beide uitersten ondermijnen zo het geloof. Waar alleen in Gods bevrijdende kracht wordt geloofd en geleefd, blijven op den duur geen woorden van troost meer over. Waar de HERE alleen toevlucht mag zijn, blijven geen woorden van hoop meer over. Psalm 46 leert ons die twee eigenschappen van God niet te scheiden. Want de HERE is beide: toevlucht en sterkte. Soms zijn er tijden, dat Hij zijn bevrijdende kracht (nog) achterhoudt. Maar dan is hij nog voluit onze toevlucht en blijft de hoop dat er nog een dag zal komen, waarop God zijn kracht zal tonen.
Zoals Hij in Jezus Christus heeft laten zien, dat Hij toevlucht én sterkte is. De God die in Christus ons lijden meegeleden, gedragen heeft én die ons door Christus bevrijdt uit de macht van het kwaad.
Waar vinden we die God, vandaag in onze wereldcrisis? In Jeruzalem, zingt Psalm 46. In het midden van zijn gemeente, geloven wij. In de verkondiging van het Woord, in doop en avondmaal ontmoeten wij de God, die ons een toevlucht en een sterkte is, een Trooster én Bevrijder.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief