Tussen kerk en keuken

1990-08-31
  • Jaargang 34
  • nummer 18
Vakantie
De vakantie zit er weer op.
Mijn schoonmoeder liet vroeger zo'n mededeling altijd volgen door de oprnerklnq.i.Ach jae ...je hewone leven is't best van aol." Ze was een volbloed Zeeuwse en verbloemde dat nooit.
Ik denk achteraf dat ze met die woorden wel gelijk had, want wat is het verrukkelijk om thuis te komen.
Maar daar moet je wel eerst het huis voor verlaten en dat hebben wij ook met innig plezier gedaan.
We zijn dit jaar naar de Vogezen geweest en we waren bepaald niet de enige Nederlanders die deze vakantiebestemming als geschikt hadden bevonden.
De eerste camping was 'Complet'.
"Je moet ook reserveren", zei een van de Nederlanders die bij het receptiegebouw rondzwierf, met een bestraffende blik.
"We kamperen juist om niet te reserveren,"
antwoordde ik koel. Want ik vind het maar niets om met Kerst een vakantie voor een half jaar later te regelen.
Hij haalde zijn schouders op en drentelde met een blikje bier in zijn hand verder de camping op. "Dan moet je het zelf maar weten," zei zijn rug zo duidelijk als of hij het hardop had uitgesproken.
Ook de andere camping was vol en ik keek mijn man kommervol aan.
"Hadden we toch?" "Moeten reserveren?
...Ben je mal! We vinden wel iets." was zijn commentaar.
Inmiddels was het bijna avond en de temperatuur was voor onze begrippen erg hoog. Royaal boven de dertig graden. 't Was wel wennen!
Op de volgende camping was nog plaats en hij lag idyllisch tussen de bergen en aan een meer, maar het was er zo smerig, dat ik haast last kreeg van smetvrees. Zodra Reinier richting toilet ging, vloog ik hem achterna met een plastic tas met desinfecterende zeep, papier en een handdoek.
De camping was overigens ideaal voor jongeren, die dan ook in grote hoeveelheden aanwezig waren. 's Middags om twee uur werden de eerste vuurtjes voor de barbecue aangestoken en het fikte er door tot middernacht.
Hele bomen werden er uit het bos gesleept om met bijlen en zagen tot gewenste proporties terug gebracht te worden. Tot mijn verbazing hadden veel mensen dat gereedschap bij zich. Ik zou nooit op het idee gekomen zijn om naast de koffie en thee een bijl en een zaag in te pakken.
Het lijkt zo bedreigend.
"De zuivere lucht van de bergen,"
lachte mijn man toen we 's avonds om een uur of negen door de walm van vuurtjes en verbrande worst de camping overliepen.
"Weet je dat Jeanne d'Arc uit deze buurt kwam?" was mijn reactie.
"Wie was dat," vroeg Reinier onmiddellijk.
"Een mevrouw die akelig aan haar eind kwam," legde ik zuinig uit om hem niet te schokken.
"Wij gaan morgenavond ook een kampvuur maken hoor," zei mijn mail die Reiniers behoefte om ook een vuurtje te stoken haarfijn aanvoelde.
"Wij poffen wel aardappels," vulde ik haastig aan.

Na een paar dagen sloegen we onze tenten op bij een plaatsje zo'n hondervijftig kilometer zuidelijker. De ligging van de camping en de toiletgebouwen wedijverden met elkaar in schoonheid.
Reinier zette ik een half uur onder de douche terwijl ik mezelf er intussen van overtuigde dat de 'bomen op de berghellingen rondom ons echt waren en dat ik niet per ongeluk in een ansichtkaart was beland.

Langs de camping stroomde een riviertje door een bedding met veel stenen. Samen met een paar vriendjes maakte Reinier dammetjes van de keien in het water. Met moeite kregen we hem mee om de middeleeuwse stadjes en steden in de omgeving te bekijken.
Wat gebouwen ....Hij bouwde zelf!

Zondagsmorgens gingen we in Munster naar de Evangelische Kirche.
De Vogezen zijn als grensgebied tweetalig en dat was soms wat verwarrend.
De dienst om negen uur werd in het Duits gehouden en de Franstalige om tien uur. We kozen gemakshalve voor de Duitse dienst.
,,'k Versta er toch niets van," mokte Reinier die ook vakantie van de kerk wilde hebben.
"Je doet je best maar," antwoordde mijn man opgewekt.

We waren vroeg in de kerk en zagen de gemeenteleden en de vakantiegangers binnenkomen. Het was zonder meer duidelijk wie 'wie' was, want de vakantiegangers liepen de banken in en zetten zich neer, terwijl de gemeenteleden die in de banken schoven, even bleven staan, een gebed uitspraken en daarna gingen zitten.
De verhouding gemeenteledenvakantiegangers was fifty-fifty.
De gemeenteleden bestonden uit oudere zusters en een enkele oudere broeder. Er waren er maar twee bij die de vijf en dertig uiterlijk niet haalden.
"Die mensen daar zijn ook Hollanders ....en Gereformeerd. Ik wed dat ze nog Nederlands Gereformeerd zijn ook," zei ik tegen mijn man en wees bedekt naar een groepje vakantiegangers dat zich neerzette aan de andere kant van het gangpad.
"Natte-vinger-werk," zei mijn man nuchter.
"Niks hoor ....ik haal de onzen er zo uit," pochte ik. "Ik ken dat 'niet van de wereld, maar wel in de wereld'."
Dat het gezelschap uit Holland kwam konden we bij het verlaten van de kerk constateren toen ze met elkaar praatten. 's Maandagsmiddags zag ik een broeder uit het groepje bij de supermarkt in Munster uit zijn auto stappen. Janse ..Zwolle stond er op de bagageklep. Ik heb me beheerst en ik heb hem niet aan zijn mouw getrokken, maar de verleiding was groot.
Kampen was natuurlijk overtuigender geweest, maar Zwolle klinkt ook al erg Nederlands Gereformeerd.
Tenminste ...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief