De zeven werken van barmhartigheid

2007-10-26
  • Jaargang 51
  • nummer 21
De zeven werken van barmhartigheid
Dit zevenluik van een onbekende Alkmaarse schilder, ook wel de Meester van Alkmaar genoemd, toont de lichamelijke werken der barmhartigheid. De schilder maakte dit stuk in 1504 in opdracht van de broederschap van de Heilige Geest voor de Laurenskerk in Alkmaar. Het is in het bezit van het Rijksmuseum. V.l.n.r. De hongerigen voeden, de dorstigen laven, de naakten kleden, de doden begraven, de vreemdelingen herbergen, de zieken bezoeken en de gevangenen bezoeken. Bij elk van de afbeeldingen vindt u een hedendaagse invulling van elk van deze zeven werken van barmhartigheid. Daarin proeft u de liefde voor de naaste en de passie en vreugde die dit werk geeft. En dat is niet anders dan vijf eeuwen geleden.


1) Delen uit dankbaarheid
‘Wilt u een product kopen voor de arme naaste in Oost-Europa en Afrika?’ Met deze vraag verwelkomen vrijwilligers van hulporganisatie Dorcas 10 november supermarktklanten.
Ze krijgen een lijstje met producten, die Dorcas inzamelt voor ouderen, gehandicapten en grote gezinnen die in schrijnende omstandigheden leven in landen als Moldavië, Albanië en Lesotho. De meeste klanten reageren positief op de actie. Het is een kleine moeite om – bij de eigen boodschappen – een pak bloem, een fles zonnebloemolie of een doosje thee voor een ander te kopen. Veel mensen leveren zelfs meer dan één product in bij de vrijwilligers. De stapel dozen wordt in de loop van de dag hoger en hoger.
Elk jaar rond de Dankdag voor Gewas en Arbeid in november houdt Dorcas de Nationale Voedselactie in honderden supermarkten en kerken in Nederland. Delen met hen die niets hebben, uit dankbaarheid voor onze eigen overvloed. De actie levert jaarlijks ruim 45.000 voedselpakketten op voor mensen, die zelfs niet in hun meest basale behoeften kunnen voorzien. Dorcas beschouwt haar werk onder de allerarmsten als een bijbelse opdracht: ‘Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven.’

Gerdien Karssen-de Zwart werkt bij de afdeling communicatie van Dorcas.

2) Meer dan een beker water
Dorst lessen is meer dan een beker water aanbieden en verder gaan met de orde van de dag. Het is je medemens écht zien en daarvoor moet je luisteren en meedenken. De Meserete Kristos Church is een partner van Tear in Ethiopië en probeert dit toe te passen in het district Meta Robi. Deze regio wordt al jaren geteisterd door ernstige droogte. Mensen hebben te weinig drinkwater en zien hun oogsten mislukken. De MKC wil dit probleem bij de bron aanpakken. Niet door het uitdelen van bekers water dus, maar door natuurlijke waterbronnen te onderhouden, zodat het drinkwater niet wegstroomt, verdampt of vervuild raakt en door drinktroggen aan te leggen voor de dieren. Mensen worden opgeleid om voortaan zelf te zorgen voor hun waterbronnen, zodat ze niet afhankelijk blijven van hulp van buitenaf. Zo zijn ze verzekerd van voldoende en schoon water. En behouden ze ook hun eigenwaarde.

Suzanne Vermeulen-van Lokhorst is redacteur/ persvoorlichter bij Tear.

3) Een warme jas voor de winter
Ik ben in 1994 begonnen voor de stichting De Haven, die pastorale en maatschappelijke hulp geeft aan prostituees in de ‘Schilderswijk’ in Den Haag. Wij werden letterlijk en figuurlijk geconfronteerd met hun naaktheid.
Vrouwen die zwanger achter de ramen zaten en om hulp vroegen. Ze hadden werkelijk niets! Alles was ze afgenomen. Wij zijn in flats geweest, waar alleen een eettafel stond, het hele gezin (met jonge kinderen) sliep op de grond. Veel gezinnen hebben we kunnen ondersteunen met kleding en meubels. Ik zou er een boek over kunnen schrijven. Inmiddels is de ‘Havenkerk’ ontstaan. Hier komen veel mensen met een hulpvraag, vaak ook gewoon om kleding, andere schoenen of een warme jas voor de winter. Die steun wordt zo gewaardeerd, dat de mensen contact blijven houden met ons en wij een band met hen kunnen opbouwen. Wij krijgen nu voldoende kleding binnen, zodat wij veel mensen uit de wijk, juist de niet kerkelijken, in contact kunnen brengen met de ‘Havenkerk’. Wij hebben ervaren, dat God deze kleine handreikingen zegent.

Anneke de Vries is vrijwilligster bij het kledingproject van de Havenkerk.

4) Midden in het leven
Weet u waarom ik zo blij ben met mijn vak? Omdat het helemaal bij mij past. Ik ben verbindingsgericht, dienstverlenend, ondernemend, zorgvuldig, creatief, trouw en integer. Die kenmerken komen allemaal heel goed van pas als je uitvaartleider bent. En ik vind het ook zo mooi, omdat mensen in verdriet zuiver zijn, hun ellebogen zijn recht, hun maskers zijn af en hun harnas ligt in de hoek. De wereld is ineens heel klein en zij zijn op zoek naar wat echt belangrijk is. En ik ben blij met mijn vak, omdat ik zo midden in het leven sta: ik loop een eindje mee met een familie, heel dichtbij komend en weer afstand nemend en dat is zo divers als de mensen zijn. Elk leven groeit met nadenken over de dood. In mijn zoektocht naar ander werk, nu ruim vier jaar geleden, trof mij op een cruciaal moment de aandacht, zorg en liefde die zijn dierbaren gaven aan de begrafenis van Jezus. Ik bevind me in goed gezelschap en in een rijke traditie. ‘En toch is er Eén die dit vallen oneindig teder in zijn handen omsloten houdt.’

Wouter de Jonge is uitvaartleider bij Attendo Uitvaartzorg.

5) Mensen zonder dak
Op de afbeelding van de Meester van Alkmaar zie je een huis met een trapgevel waarvan de deur openstaat.
Letterlijk een open huis. Een herberg. Een plek onderweg waar je kunt eten en drinken en waar je tot rust en op krachten kunt komen. Op straat en in de inloop komen we ze tegen: mensen zonder dak, zonder thuis. Een kop koffie bieden we ze. Een luisterend oor. Gesprek, bemoediging, gebed. En we bidden ze een zegen toe – hardop of in stilte.
Contact kan een ontmoeting worden – en in de ontmoeting kan iets gebeuren.
Een man die volschiet wanneer hij een bijbel aangeboden krijgt. Een onrustige man, bang, die gaandeweg rustiger wordt wanneer je met hem bidt. Een man die zijn verhaal doet en aan het eind zegt: nu weet ik geloof ik wat me te doen staat – en weer verder kan. Jongens die over een paar maanden woonruimte krijgen en tot die tijd geen vaste woon- of verblijfplaats hebben, beamen van harte dat je leven een valse start kan hebben, maar dat je opnieuw kunt beginnen: die overtuiging houdt hen op de been. Al deze contacten gaan we als straatpastores en vrijwilligers aan in het vertrouwen dat de Eeuwige erbij is. En in dat vertrouwen proberen we steeds opnieuw een pleisterplaats te vormen voor onze medemens onderweg. In de hoop dat zij hun weg zullen vinden.

Wieke de Wolff is straatpastor in Utrecht.

6) Ons kleine begin van zijn groot ideaal
Hospice Dôme in Amersfoort bestaat sinds april 2004 en wil een gasthuis zijn met professionele zorg, onvoorwaardelijke liefde en ruimhartige aandacht voor mensen in hun laatste weken of maanden en aan hun naasten. Dôme wil voor hen een thuis zijn; zonder aanzien des persoons: ongeacht achtergrond, huidskleur of geloof, vanuit de overtuiging dat ieder leven uniek is en een gave van God. Onze dieper liggende inspiratie is het doorgeven van het grootste geschenk wat wij van onze Schepper hebben ontvangen: onvoorwaardelijke liefde en acceptatie. Wij willen zo handen en voeten geven aan de opdracht van Jezus: ‘Wat gij aan één van de minste broeders gedaan hebt, hebt gij aan mij gedaan.’ Belangrijk is de verzorging van de ernstig zieken: de goede pijnstillers, behandeling van wonden, een heerlijk warm bad. Onmisbaar daarbij is de persoonlijke aandacht, huiselijkheid, een luisterend oor, een bloem, een gebed – het zijn de kleine dingen die het doen… Wij kunnen de pijn van ziekte en afscheid niet wegnemen, maar we kunnen wel naast de ander staan in zijn of haar verdriet en zo een warme mantel om iemand heen slaan.

Carolien van Dam en Margriet Euwema werken in Hospice Dôme in Amersfoort.

7) In de gevangenis, daar woont Jezus zelf
Een sterke opgewekte man van ongeveer vijftig. Hij wilde in één klap van zijn schulden af. Zo komt hij vanuit Brazilië naar Nederland en zit - voor hij weet wat er eigenlijk van hem verwacht wordt - in een Nederlandse cel.
Hij spreekt Portugees en Spaans, een paar woorden Nederlands. In de kerk in de gevangenis sluit hij zijn ogen als een zangeres ’van buiten’ zingt. Tranen druppen langs zijn gezicht. ‘Waarom komen jullie hier muziek maken?’ wil hij bij het afscheid weten. De zangeres lacht, ze wijst naar het kruis aan haar ketting. Ze geeft hem een hand. Hij kust die eerbiedig. Hij leest zijn Portugese Bijbel en een dagboek dat ik van het internet haal. Hij bidt uren. ‘Dank je dat je komt’, zegt hij op een dag. ‘Je komt met God, je gaat en God blijft.’ En nu gaat hij. Naar een andere gevangenis. ‘In Brazilië’, zegt hij, ‘als ik vrij ben, ga ik naast mijn werk de gevangenissen in, mensen bezoeken.
Altijd dacht ik: daar woont de duivel. Ik zeg je: daar woont Jezus zelf.’

Jeannette Westerkamp is predikante in een jeugdinrichting van Justitie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief