Terloops

1990-08-31
  • Jaargang 34
  • nummer 18
Aan de gezegende Grot van Lourdes heb ik voor U gebeden!
Om meteen elk misverstand onmogelijk te maken: ik ben niet bezig over te gaan tot de rooms-katholieke kerk. Waarom dan wel dit opschrift?
Hier komt het antwoord: Ruim 4 jaar geleden schreef ik iets over Marietje.
Ze was toen 77 jaar. Ik schreef toen, dat Marietje bij ons thuis meer was dan een persoon. Marietje was voor ons ook zoiets als een begrip.
Was! Want in de maand mei, kort na haar 81ste verjaardag, is ze gestorven.
Ze was al een half jaar aan het tobben, dan met dit en dan met dat en uiteindelijk heeft Marietje het moeten aanvaarden, dat ze haar leven niet in eigen hand had. Dat was moeilijk voor haar. Als U zich nog iets kunt herinneren van wat ik vier jaar geleden over haar schreef, kunt U dat begrijpen.
Marietje was altijd nagal zuinig en op deze manier zeg ik het heel vriendelijk. Ze had een hekel aan geld uitgeven en mijn goede onderricht heeft weinig geholpen. Een mens ziet niet altijd vruchten van zijn werk. Dat kan wel eens jammer zijn, maar er zal ook wel een goede kant aan zitten. Ook in het goede onderricht blijft een mens mens, dus onvolkomen.
Een week voor haar sterven heb ik afscheid van haar genomen. Eigenlijk moet ik zeggen, dat Marietje afscheid van mij genomen heeft. Ze had wel in de gaten, dat ze niet meer beter zou worden. Ik zou met mijn vrouw op reis gaan ("U hebt groot gelijk" zei ze altijd, als ik een of andere reis aankondigde, "had ik er ook maar meer van kunnen genieten".) en met tranen in haar ogen verzuchtte ze: "Als ik U nog maar terug zie, maar ik weet het niet."
Ik weet het niet. Tot kort daarvoor wist ze het altijd wel. Het liefst had ze regelmatig briefjes naar de hemel gezonden om haar wensen en willen kenbaar te maken.
Maar toen wist Marietje het niet meer. Ik weet niet wat ze de laatste dagen van haar leven heeft gedacht, over God of over haar geld, over haar leven of over haar fouten. Eén ding werd me bij het laatste gesprek duidelijk, dat ze zichzelf wat had overwonnen. Ze kon de touwtjes niet meer in handen houden, maar het hoefde ook niet meer zo nodig.

Daar ik haar nalatenschap moet afwikkelen, moest ik contact opnemen met haar erfgenamen en degenen, die een legaat krijgen. Bij die laatste groep hoort ook de pastoor in het dorp, waar ze woonde. In haar testament staat, dat het bedrag wordt gelegateerd "onder de verplichting daarvoor maandelijks een Heilige Mis te celebreren tot rust van mijn ziel". Die woorden heeft Marietje niet gekozen, dat is de gebruikelijke formulering. Prompt kreeg ik van de pastoor een brief, waarin hij me voorrekende, dat, uitgaande van een 'H. Mis' per maand, er voor een bepaalde tijd voldoende was, mits de prijs per mis niet zal worden veranderd in de toekomst. Ik mocht die pastoor al niet, maar toen ik dat briefje kreeg, mocht ik hem helemaal niet meer. Toch heb ik hem in een net briefje verteld, dat ik die rekenerij maar vreemd vind en dat er volgens mij aan de zielerust van Marietje weinig zal veranderen door die missen. Maar die man moet nu toch maandelijks één keer de naam van Marietje noemen. En ik heb haar beloofd dit enigszins in de gaten te houden. Hoe ik dat doen moet, weet ik nog niet. Die pastoor had haar trouwens beter wat vaker kunnen bezoeken de laatste jaren. Maar ja ...
Ik denk, dat Marietje vaak eenzaam is geweest. Toen haar huis leeg was en de erfgenamen met allerlei spullen waren afgereisd, keek ik alle kasten nog even na. En toen vond ik in de keukenkast nog een stuk van een enveloppe, waarop ik in Marietjes handschrift het volgende las: "Ik zou iemand willen hebben die mij tot in mijn diepste wezen verstaat ik zou iemand willen hebben die samen met mij mijn wegen gaat Die in moeilijke donkere dagen mij mijn verdriet wil helpen dragen die ook in blijde gelukkige tijden in vreugde verbonden gaat aan mijn zijde ik zou iemand willen hebben als mijn liefste tochtgenoot ik zou iemand willen hebben die mij trouw blijft totterdood."

Aan het papiertje zat met een speld vastgeprikt een ansichtkaart uit Lourdes met een afbeelding van Maria ('De Verschijning') en nog een apart kaartje met Maria en een vrouw aan haar voeten met de woorden "aan de gezegende Grot van Lourdes heb ik voor U gebeden!"
In dat geloof heeft Marietje geleefd.
In dat geloof is ze ook gestorven.
En onze God is een barmhartig God.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief