Over het lopen met pak en zak

1990-09-14
  • Jaargang 34
  • nummer 19
Niet alleen drs. H. de Jong zal getroffen zijn door hetgeen 15 juni jl. in het Nederlands Dagblad was te lezen.
De Verklaring, waarin de Enschedese kerkeraden van de Nederlands Gereformeerde Kerk (Noord) en Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt) elkaar hebben gevonden, opent een perspectief, dat niet door iedereen op dezelfde wijze zal worden gewaardeerd.
Toch is het frappant, dat juist drs. De Jong reageerde. Hoewel er geen enkele reden is om blij te zijn met zijn reaktie, kan ik zeggen dat hij de kerk van Enschede-Noord helpt om haar positie duidelijk te maken. Juist omdat HIJ reageerde en omdat hij ZO reageerde.
Hij vindt de beweging die Enschede-Noord maakt niet goed. Hij noemt het een overlopen met pak en zak naar de vrijgemaakte opvattingen.
Het woord 'overloper' heeft in dit verband klaarblijkelijk de betekenis van het loslaten van eerder ingenomen standpunten en het overnemen van de opvattingen van een ander.
Als dat zo was, dan zou drs. De Jong gelijk hebben met zijn bewering.
Maar dat is niet de juiste tekening van de zaken. Enschede heeft principieel haar standpunt niet verlaten.
Enschede staat nog steeds op dezelfde grondslag. Wat dat betreft moeten wij constateren, dat drs. De Jong nog al eens van ons wegloopt.
Vaak zo ver, dat hij ons in moeilijkheden brengt. Dat geeft ons zorgen.
Hij denkt, dat wij een grote wandeling moeten maken en vanuit zijn standpunt gezien is dat ook een hele wandeling.
Maar in Enschede-Noord wandelt men niet zo hard en daar ben ik blij om. Drs. De Jong was zo ontzettend bang dat hij weer vast zou komen te zitten in verkramptheid, in stramheid en in een vast protokol (Opbouw, pag. 243), dat hij het nodig achtte om alvast maar een heel stuk voor ons uit te rennen. Nu zou hij dat hele stuk terug moeten lopen en dat wil hij natuurlijk niet. Dat is begrijpelijk, maar wel heel erg jammer.

Zo is het ook begrijpelijk, dat drs. De Jong op deze manier over het gebed van Christus voor eenheid van de zijnen schrijft en wijst op het grote verschil tussen een gebed en een gebod (Opbouw, pag. 259).
Hoe verder iemand in zijn begeerte naar eenheid van het gebed om eenheid afstaat, des te meer gaat hij de onontkoombaarheid van de konsekwenties van dit gebed relativeren.
Totdat er een moment komt, dat hij het niet meer kan bidden.
Het ontstaan van deze eenheid is in de eerste plaats een werking van de Geest. Daarom is het ook in de eerste plaats een zaak van het gebed.
Waar de Geest van Christus is, daar worden de werkingen van het vlees gedood. En dat doet nogal eens pijn.
Die pijn doet ons terugdeinzen voor de konsekwenties van dit gebed.
Maar die pijn hoort bij de goede strijd.
Mogen we de scheur die in Israël tussen het tweestammenrijk en het tienstammenrijk getrokken werd als rechtvaardiging gebruiken om gescheiden voort te gaan? (Opbouw, pag, 260) Natuurijk niet. Wat we daaruit kunnen leren, is dat de hardheid van de harten ook in die tijd vernietigend was voor een liefdeband. En dat de Here de trots van zijn kinderen breekt door ze klein te maken, want de Here woont bij de nederigen van geest.
Enschede zoekt ook niet de beschutting van een grote kerk. Het is ons er niet om te doen om sterk te staan in een moeilijke tijd. God Zelf is onze sterkte. Dat eenheidsstreven om groot te worden is veeleer gevaarlijk.
Wij zoeken niet de leiding van de grote mannen, die in een theologische universiteit werken, wij zoeken ook niet de leiding van het intellect, dat worstelt met de onduidelijkheden in de Heilige Schrift, maar wij zoeken de Leiding van de Heilige Geest. Onder zijn Leiding kunnen wij onduidelijkheden verdragen.
En als die Geest ons gebed wil verhoren, dan zal op zijn tijd de scheiding die door de hardheid van harten en door menselijke trots was ontstaan worden opgeheven.
Daarom zullen we wachten op zijn tijd. Intussen willen we elke verhindering, die de verhoring van dit gebed zou kunnen tegenstaan, vermijden.

Het is ook jammer, dat in het persbericht van 15 juni een belangrijk stuk van de Verklaring achterwege is gebleven. Juist uit dat gedeelte bleek, dat Enschede-Noord helemaal niet zoveel wil lopen, weglopen of overlopen. Enschede-Noord wil blijven staan op gereformeerde grond.
Ik citeer uit de Verklaring: "In deze besprekingen (nml. de samensprekingen tussen beide kerken) is geconstateerd, dat in beide kerken de uitgesproken wil aanwezig is om zich als kerken van de Here Jezus Christus te openbaren in deze wereld op basis van a. volstrekte erkenning van het onfeilbare Woord van God b. zoals dat door de kerken beleden wordt in de Drie Formulieren van Eenheid en aan welke geschriften de kerken gebonden zijn door middel van het ondertekeningsformulier voor ambtsdragers c. met volwaardige hantering van de kerkelijke regels, zoals die tot uitdrukking komen in de Gereformeerde Kerkorde."
Dat is het standpunt van Enschede-Noord. Onveranderd gereformeerd.
Levert Enschede zich nu over aan de Vrijgemaakten? Welnee, er is alleen een principiële erkenning gekomen: wij staan nog steeds op dezelfde grondslag. Keurt Enschede nu alles goed wat zij vroeger onrecht achtte?
Zeker niet! Men behoudt hetzelfde gevoelen ten aanzien van recht en onrecht, ook als men met waardering spreekt over de intentie van de strijd binnen het verband in de zestiger jaren. De Verklaring moeten we lezen in deze zin: "Je bedoeling kan ik nog wel waarderen; uiteindelijk was dat ook onze bedoeling.
Maar dat je het nu zo moest doen met die gevolgen in die situaties.
Daar zal ik me maar niet over uitlaten; ik denk er het mijne van. Maar goed ... je blijft mijn broer. En omdat ik van die broederband overtuigd ben, neem ik je graag zoals je geworden bent in die jaren na ons uiteengaan. (Con amore staat er in de Verklaring!) We moeten nu verder.
De buitenstaanders hebben lang genoeg gelachen om onze ruzies.
En ze hebben onze Vader om die reden beledigd. Laten we er toch alles aan doen om die schande voor onze Vader weg te nemen."
Deze toonzetting is alleen mogelijk als a. je standpunt onveranderd is gebleven (je van elkaar zonder enige terughoudendheid kunt zeggen: je bent nog steeds een kind van hetzelfde huis; je hebt niet puberaal voor je eigen identiteit gevochten; je bleef gehoorzaam aan de Vader.) b. je ook bereid bent onrecht te lijden ter wille van de broederband (I Kor. 6:7 - Dat gaat nog weer verder dan hetgeen waarop drs. dJ. wijst: de een achte de ander uitnemender dan zichzelf. Het staat vast dat bepaalde broeders van vrijgemaakte zijde in Enschede eenzelfde gevoel hebben en denken dat er onvoldoende recht is gedaan. Maar ze zijn bereid om te lijden ter wille van de broederband. Dat is prijzenswaardig.) Het hierboven gestelde onder a behoeft wel enige toelichting. Zijn de standpunten onveranderd? Nee. We zijn twintig jaar verder. Het gesprek dat toen onmogelijk was in Enschede, bleek nu wel mogelijk (o.a. in de benadering van drs. O. Mooiweer, waardoor hij veel makkelijker een broederhand kon uitsteken). Zijn de standpunten onveranderd? Ja!
Principieel staan we op hetzelfde fundament; vlak naast elkaar. We hoeven maar een vinger uit te steken en we raken elkaars hand.
Maar toch ... Wat is er een krachtige werking van de Heilige Geest nodig om elkaar werkelijk weer als broeders te omarmen. Om over veel verdriet heen te stappen om het eigen belang te vergeten om zich te verootmoedigen ... om elkaar weer lief te hebben en elkaar te zien als kinderen van dezelfde Vader. Daar is meer voor nodig dan de formuleringen van een gezamenlijke verklaring.
Daar is niemand van ons toe in staat. Dat zal de Heilige Geest moeten doen. Die Geest kan niemand annexeren of manipuleren. Om die werking van de Geest moet gebeden, ja gesmeekt worden. Die Geest kan wel door hardnekkige eigenwilligheid tegengewerkt en uitgedoofd worden. Laten we maar oppassen.
Verder staat er, dat de toonzeting van deze Verklaring alleen mogelijk is als je zonder enige terughoudendheid van elkaar kunt zeggen: je bent een kind van hetzelfde huis. Dat is niet exclusivistisch bedoeld; het is wel de grond waarop deze Verklaring kon worden afgelegd. Het ontbreken van elke terughoudendheid overwon de wederzijdse verdachtmaking.
Het feest der herkenning: "Wat fijn, dat jij niet steeds allerlei vraagtekens achter de betrouwbaarheid van de woorden van mijn lieve Vader zet!"

De grote aantrekkingskracht van de Vrijgemaakte Kerk is voor ons ook in de eerste plaats, dat ze staat voor een volstrekte erkenning van het onfeilbare Woord van God. Die erkenning wordt belijdend nagesproken in de Drie Formulieren van Eenheid.
En alleen als die erkenning er is mag men een goede en door liefde en geduld gedragen omgang met een Kerkorde verwachten: "Laten we elkaar maar goed vasthouden bij de erkenning van het onfeilbare Woord." (Als die intentie er is, dan kunnen we toch verdragen, dat dit 'vasthouden' soms wat krampachtig gebeurt? Er is immers nogal wat te verliezen!?

We hebben het over de toonzetting van de Verklaring. Wij zijn blij met deze Verklaring. Maar wij zijn Nederlands Gereformeerd. En van onze Nederlands Gereformeerde broeders en zusters weten wij, dat zij horen in het huis van dezelfde Vader.
Dat maakt onze situatie uiterst moeilijk.
Aan de ene kant: de ongeschonden eerbied voor Gods Woord die ons onweerstaanbaar naar de Vrijgemaakte broeders trekt. Aan de andere kant: de doodvermoeiende strijd tegen de kritische bevraging van de betrouwbaarheid van Gods Woord, die ons kramp in de vingers geeft om sommigen van ons toch maar vast te houden. Moeten wij dan blijvend onze energie verspillen aan schriftkritische vragen over het auteurschap van het boek Jesaja, van Deuteronomium ... welke geest vraagt dat van ons?
Hoelang houden we dat nog vol? Of moeten we een beetje met hen meegaan?
Nee! Wij willen niet veranderen, maar wij willen ook niet dat onze kinderen in kerkelijke moeilijkheden komen als ze verhuizen!
Daarom: niet in de eerste plaats de vraag of de Nederlands Gereformeerden gaan samenspreken met de Vrijgemaakten interesseert ons, maar de vraag of we met elkaar nog kunnen afblijven van de volkomen betrouwbaarheid van Gods Woord.
Pas daarna volgt de vraag of we bereid zijn zaken van recht of onrecht voor de troon van God te leggen.
En terwille van de Vader een bepaalde smaad, die op zijn gezin is gelegd door geruzie van Zijn kinderen, in verootmoediging weg te nemen.
Ik weet dat er velen onder ons zijn.
die niets liever willen dan onvoorwaardelijk buigen voor de Heilige Schrift, waar niets tegen te zeggen valt (NGB art. 4) en dat ook metterdaad doen!' Maar waarom maken onze kerken niet duidelijk waar zij staan?
Hoe' maakt u duidelijk, dat u niet tolereert dat het intellect met Gods Woord discussieert? Nu niet en nooit niet!
Hier ligt de vraag naar onze identiteit!
En die vraag kan niet beantwoord worden met: bij ons is meer vrijheid dan bij de Vrijgemaakten.
Dat zegt niets. Want waarin komt die vrijheid tot uiting? Is er ook vrijheid ten aanzien van fundamentele zaken (Gods Woord zoals dat beleden wordt in de Gereformeerde belijdenis)?
En waarin worden we beschermd tegen vrijheden die dit fundament wel aantasten?
Dit zijn de vragen, die niet meer door onze Landelijke Vergadering kunnen worden genegeerd:
1. Erkennen wij nog de onfeilbaarheid van Gods Woord?
2. Spreken wij Gods Woord nog steeds na zoals onze vaderen dat deden in de Drie Formulieren van Eenheid?
3. Hoe beschermen wij deze Erkentenis (1) en Belijdenis (2)?

Bij de vraag naar onze identiteit mogen we datgene wat we hebben gekregen (als een talent) niet losmaken van de Gever. De vraag die bij me boven kwam toen ik het opschrift van de artikelen van drs. De Jong las (Woekeren met het ene talent), was de volgende: woekeren voor wie?
Voor een eigen identiteit? Voor een eigen kleur in het Gereformeerde spectrum? Of voor de Here? Het is babylonisch om een talent voor de vormgeving van een eigen identiteit te gebruiken (Dan. 4:30). De talenten dienen te worden gebruikt tot eer van de Gever (Joh. 3:30). (Overigens, dit geldt ook voor onze Vrijgemaakte broeders, misschien zijn zij soms ook wat te zeer gefixeerd op hun eigen identiteit in het zich afzetten tegen anderen.) Het is in dit verband wel goed om op te merken dat wij, Nederlands Gereformeerden, als een uitgestoten groep op elkaar aangewezen waren.
We hebben elkaar niet gezocht, maar we hebben elkaar in een bepaalde nood gevonden en opgevangen.
Met alle onderlinge verschillen.
De verleiding is nu groot om in het leed van de uitstoting en in die onderlinge verschillen het kenmerk van een eigen identiteit te zoeken.
Zo'n identiteit wordt dan bepaald door een grote tolerantie ten aanzien van afwijkingen in de belijdenis.
Het is te vergelijken met de psychische verminking die iemand heeft overgehouden na het ondergaan van een sexueel misdrijf. Vanaf dat moment is die persoon getekend door dat misdrijf. Met alle nare gevolgen voor de gezonde sexualiteit binnen het huwelijk. Hoewel begrijpelijk, toch mag zo'n ellendige gebeurtenis niet het huwelijk blijven beheersen.
Het zou dan nog meer stuk maken dan het al gedaan heeft.

Volgens drs. De Jong dient de gereformeerde kerk steeds opnieuw gereformeerd te worden en moet zij oppassen voor verstening in de vormgeving: geen verstening in gebruik van formulieren. (Opbouw, pag. 276.) Hij wijst er zelf ook op, dat formulieren een antwoordend karakter hebben.
Zij antwoorden op Gods Woord en doen dat in bepaalde vormen, die uitkomen in de eredienst. Orthodox - recht in de lofprijzing.
Maar voorlopig ligt de vraag op tafel: waar antwoorden we op?
En met name: hoe staan we tegenover Gods Woord?
Zonder een juist verstaan van het Woord, is een orthodox antwoord onmogelijk! Enschede-Noord zou het een hele winst vinden als de Nederlands Gereformeerde kerken zich ondubbelzinnig opstelden tegenover elke kritische opmerking ten aanzien van de Heilige Schrift juist vanwege de mogelijkheid om steeds weer gereformeerd te kunnen antwoorden.
Bovendien, het is niet een liturgie of een formulier, dat ons in een kind van God aantrekt, maar (nogmaals!) het wonder dat Gods Geest Zich in die ander openbaart door een eerbiedige houding tegenover Gods Woord.
We prijzen hun godsdienst niet in de eerste plaats, niet de vormen waarin zij zich uiten, maar we prijzen God, die hen tot deze dienst van onvoorwaardelijke overgave brengt.
Daarom zullen we ons ook niet zo snel irriteren aan een gebrek aan flexibiliteit in een liturgische vorm.
(Misschien is dat gebrek aanwezig, dat is best mogelijk.) Evenwel, als de liturgische vorm een afgod dreigt te worden, dan moet een voorzichtige en liefdevolle onderwijzing hiervoor de ogen openen, voordat de echte en rechte lofprijzing alsnog verloren gaat.
(Wel wil ik opmerken, dat de aandacht voor de liturgie en de formulieren in kerkelijke discussies vaak buiten elke verhouding is. Mensen die graag willen discussiëren vinden in de liturgie, in de formulieren en in allerlei verlangde veranderingen het kenmerk van het ware en de aanleiding om kerkeraden op te houden .
van hun werk. Hoe belangrijk de wekelijkse samenkomsten ook zijn, en hoe mooi de Geest ook zijn rijkdom kan tonen in die samenkomsten, het leven door de Geest is veel meer dan dat: de eredienst die Romeinen 12 voorstelt!) Om werkelijk kritisch-gereformeerd te zijn moet de aanleiding tot het antwoorden in een bepaalde vorm ongeschonden blijven.

Drs. De Jong meent dat wij geen gelijkwaardige partij tegenover de Vrijgemaakten zijn. (Opbouw, pag. 292.) Deze opmerking sluit ook helemaal aan bij zijn positie na zijn ontwikkeling.
Maar dat was de ervaring van Enschede-Noord beslist niet. De terminologie van drs. De Jong suggereert iets, waarin hij zich met zijn positie zal herkennen. En zijn reaktie is zo meeslepend, dat je bijna zou denken: we hebben werkelijk een partij tegenover ons in de Vrijgemaakten.
Maar in Enschede ging men niet uit van partijschap. Het gesprek was niet altijd gemakkelijk; het was een tastend zoeken van elkaar en de Here heeft gegeven, dat wij elkaar mochten vinden in de Verklaring. Wat een barmhartigheid van Hem, na al die verdeeldheid! Wij mochten met elkaar spreken zoals Spreuken 17:9 ons leert: ..Wie een overtreding bedekt, jaagt liefde na; maar wie een zaak ophaalt, brengt scheiding tussen vrienden."
Nu wachten we rustig af wat onze Nederlands Gereformeerde broeders en zusters gaan doen. Onze positie is duidelijk. Wij willen onveranderd vasthouden aan Gods Woord, waar niets tegen te zeggen valt. En wij willen de Gereformeerde Belijdenis gehandhaafd en beschermd zien door een goed functionerende Kerkorde. Wij verdragen het niet, dat de Heilige Schrift zich steeds weer moet verantwoorden tegenover het intellect en dat de betrouwbaarheid van Gods Woord bevraagd en problematisch behandeld wordt. Helaas is bij ons de angst boven gekomen, dat onze kerken ten aanzien van de kritiek op Gods Woord steeds verdraagzamer worden. Zo schuift zich langzaam maar zeker de leidsman van de ratio naar voren.
Die ontwikkeling is gevaarlijk voor onze kerken. Daarom gaan wegen uiteen (Joh. 10:5!). Onze kerken moeten hieromtrent duidelijkheid geven. Wat daarna komt, zullen we dan wel zien ...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief