I have a dream

2007-10-26
  • Jaargang 51
  • nummer 21
Ik was begin dit jaar op de gemeenteconferentie ‘Open voor God’ van New Wine in Houten, waar Kenny Borthwick sprak over dromen, ofwel ‘de droom durven uitleven’. Hij noemde vijf (drog)redenen waarom we onze dromen niet uitleven en gaf als boodschap mee: ‘Laat je gebruiken in Gods Koninkrijk.’ Ik realiseerde me toen, dat ik eigenlijk al jaren een droom heb. En ik realiseerde me ook, dat ik een drogreden had om die droom niet uit te leven. Na de toespraak heb ik in een persoonlijke voorbede gevraagd om mijn droom te kunnen gaan uitleven.

Ik ben huisarts in Deventer en mijn droom heeft te maken met de zorg voor mensen in de laatste fase van hun leven. Mensen, die weten dat geen genezing meer mogelijk is en die beseffen dat ze binnen korte tijd gaan overlijden. Ik heb het dan vooral over mensen met kanker, maar je kunt ook denken aan mensen met andere ziekten, die ‘uitbehandeld’ en in hun laatste levensfase zijn.

Teamspeler
Ik ken de basisprincipes voor het leveren van zorg aan deze patiënten. Je behoort een professionele werkhouding te hebben, betrokkenheid te tonen, respect te hebben (en te houden) voor de autonomie van de patiënt, te anticiperen op wat er kan komen en je behoort te werken in teamverband. Bij dat team kun je denken aan de huisarts, thuiszorgmedewerkers, de partner van de patiënt, familieleden en vrienden en de fysiotherapeut.
Als je deze basisprincipes volgt en daarbij de best mogelijke kwaliteit van leven voor zowel de patiënt als voor diens naasten nastreeft, dan lever je palliatieve* zorg. Zo kun je het lijden op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied helpen verlichten. Zo stel je de patiënt in staat het leven af te ronden en afscheid te nemen.

‘Ik moet dokteren’
Ik ben voldoende opgeleid om palliatieve zorg te kunnen leveren. Maar… wat te doen met de ‘spirituele vragen’ van de patiënt, de zingevingsvragen? In de laatste levensfase komen zulke vragen vaak naar boven. Hoe ga ik daar als huisarts en christen mee om? Daar ben ik níet voor opgeleid. Ik ben ook niet de juiste persoon om hierover te praten in de laatste levensfase van mijn patiënt, want ik moet ‘dokteren.’ Natuurlijk kan ik de predikant, de pastoor, de imam of een humanistische hulpverlener erbij roepen. Maar wat, als de patiënt heeft gebroken met ‘de kerk’ of nooit ergens bij aangesloten is geweest? Wie moet er dan komen en hoe regel ik dat?
Met deze en nog meer vragen heb ik jaren geworsteld en daarom stelde ik in de palliatieve zorgfase wel allerlei zaken vroegtijdig aan de orde, maar geen ‘spirituele zaken’. Ik heb wel eens aan de predikanten van de CGK, GKV en NGK in de stad gezegd, dat ik mensen met spirituele vragen graag zou kunnen verwijzen. Ik heb zelfs voorgesteld hier eens over te brainstormen met andere predikanten en artsen. Ik stelde dat echter steeds uit, omdat ik niet wist of een bespreking wel zin had. Want zouden wij, een klein aantal predikanten en christenartsen, wel iets kunnen betekenen in de spirituele zorg voor mensen in hun laatste levensfase?
Je kunt wel iets bespreekbaar maken, maar als je vervolgens met lege handen staat, dan heeft praten geen zin.
Tijdens de conferentie in Houten realiseerde ik me, dat ík over déze zaken een droom had en dat ik die niet durfde uitleven. Na de voorbede ben ik blijven bidden en ik heb anderen deelgenoot gemaakt van mijn droom en mijn wens die ‘uit te leven’.

Leiding van God
Recent hoorde ik, dat het Palliatief Netwerk Salland (een samenwerkingsverband van alle zorgaanbieders in de regio die palliatieve zorg verlenen) een steunpunt Geestelijke verzorging wil oprichten. Alle ongeneeslijk zieken die ‘geestelijk dakloos’ zijn en behoefte hebben aan spirituele zorg, kunnen daar terecht. Het steunpunt kan deze patiënten in contact brengen met hun oude gemeente of met een groep van geestelijk werkers uit instellingen en kerken. Verder wil het steunpunt gezondheidszorgwerkers nascholen om (meer) oog te krijgen voor de geestelijke nood van mensen in hun laatste levensfase en om ze te trainen dit op een goede manier bespreekbaar te maken. Ik ben God dankbaar voor wat hier gebeurt vanuit een ‘wereldlijke’ organisatie. Ja, ik geloof en verwacht dat het steunpunt Geestelijke verzorging echt van de grond komt en ik hoop daar natuurlijk een bijdrage aan te leveren. Ik hoop ook dat onze kerken mensen beschikbaar gaan stellen. Zo denk ik aan het (belangeloos) parttime afstaan van pastoraal werkers en predikanten voor dit werk.

Durf
Waarom ik deze bijdrage voor de special van Opbouw over een naar buiten tredende kerk schrijf?
Ik hoop dat het aanstekelijk werkt en er elders broeders en zusters en gemeenten een bijdrage gaan leveren aan lokale initiatieven of zelf initiatieven gaan nemen op het gebied van geestelijke zorg voor ‘buiten-kerkelijke’ mensen in hun laatste levensfase. Ik denk ook dat het belangrijk is van elkaar te horen waar we buiten de kerk mee bezig zijn, om zo van elkaar te leren en elkaar te stimuleren navolgers te zijn van Jezus Christus, die zo speciaal oog had voor mensen in nood. Tenslotte wil ik doorgeven wat ik zelf heb mogen ervaren en leren: Durf je droom uit te leven!

* De definitie van de Wereld Gezondheids Organisatie: Palliatieve zorg is een benadering die de kwaliteit van het leven verbetert van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten van lijden, door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard.

Maarten de Jonge is lid van de NGK in Deventer en tevens huisarts in die stad.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief