Huisbezoek in de praktijk (1)

1990-09-14
  • Jaargang 34
  • nummer 19
Ter inleiding
Wat is de taak van de ouderlingen?
Op die vraag moet een duidelijk antwoord worden gegeven voordat men enig zinnig woord kan spreken over hun werk in de praktijk. Het desbetreffende formulier, dat in de Chr. gereformeerde kerken gebruikt wordt, stelt, dat het tot hun taak behoort de leden van de gemeente trouw te bezoeken en hun geestelijke leiding te geven ... Zij zullen ouderen en jongeren opwekken tot de dienst des Heren en erop toezien, dat een ieder naar het gebod des Heren zich zal openbaren als een levend lidmaat van Jezus Christus."
Ook ouderlingen zijn herders, die aan de gemeente geschonken zijn als ambtsdragers om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, naar het woord van Paulus in zijn brief aan de Efeziërs 4:11, 12. Heiligen, daarmee bedoelt Paulus de gelovigen zoals de kerk in zondag 21 en de H. Cat.
antwoord 55 wordt genoemd: de gemeenschap der heiligen. De kerk wordt dus benoemd, naar het woord van Augustinus, naar haar goede deel, de ware christgelovigen. De heiligen moeten worden toegerust tot d'ienstbetoon. Het woord dienen, dienst is een christelijk trefwoord.
Men moet dat dienstbetoon niet zonder meer of in de eerste plaats betrekken op de wereld. Sommigen stellen, dat de kerk er is voor de wereld. Dat is onjuist gedacht. De kerk is er wél om in de wereld Gods Naam uit te roepen, te verkondigen en zijn lof te verbreiden. Maar het dienstbetoon richt zich in eerste instantie op de opbouw van het lichaam van Christus. Opdat dat lichaam werkelijk funktioneren zal naar de norm van Gods wil. Het gaat vooral om dienstbetoon aan elkaar.
Niet om elkaar te bevitten en te bespioneren, maar om elkaar te dienen, te helpen, aan te vuren in de liefde en op te scherpen in het geloof.
Zo zal vervolgens de gemeente via de ambtelijke dienst van de ouderlingen als pastores naar buiten toe 66k haar dienst kunnen vervuIlen.
De benadering van de buitenkerkelijke medemens door ons als leesbare brieven van Christus is van geweldige betekenis voor de doorbraak van het Godsrijk en heeft ook naar binnen toe het nodige effekt. De ouderlingen mogen de kerkleden voor dàt dienstbetoon klaarmaken.
Ze mogen hun het materiaal leveren om aan hun opdracht naar binnen en naar buiten toe gestalte te geven. In dat kader heeft ook de prediking een aparte funktie om de ouderlingen steun te bieden voor hun arbeid in de praktijk zoals die zich met name in het huisbezoek manifesteert. Ze mogen en moeten de gemeenteleden informeren, instrueren en stimuleren!
Er is in het ambt een 'tegenover'.
Er vindt vertegenwoordiging plaats van God in Christus. Maar het ambt heeft ook een gemeentelijk karakter. In zijn funktionering is het ambt omgeven door de gemeenschap van de gelovigen. Het gaat om Christus, het ambt en de gemeente!
Waar het ambt de gemeente uit het oog verliest, vervalt men tot het kwaad van de hiërarchie. Maar waar het ambt gedegradeerd wordt en niet meer funktioneert, wordt het volk van God aan de willekeur prijsgegeven en doet ieder op den duur wat goed is in zijn ogen.

I Historische oorsprong van het huisbezoek
In de tijd van de Reformatie is aan het huisbezoek veel aandacht besteed.
Dat kon ook niet anders. Want aan de reformatietijd was een periode van ontstellende deformatie voorafgegaan. De mensen leefden in grote onwetendheid en waren op mondelinge voorlichting van anderen aangewezen. Een voordeel was, dat men meer rust en tijd had voor het huisbezoek. Het is goed aandacht te schenken aan wat het Convent van Wesel (1568) bepaalde inzake huisbezoek en ouderlingendienst.
Hier volgt een citaat"
.....het is daarom buiten kijf, dat hun ambt hierin bestaat, dat zij, een iegelijk over zijn parochie of wijk, naarstig de wacht houden en de hun toevertrouwde gemeenteleden van huis tot huis minstens eenmaal per week, en voorts zo dikwijls het de gewoonte zal zijn naar de regering van elke kerk, bezoeken, vooral echter tegen de tijd van de avondmaalviering; dat zij naar de zuiverheid van hun levenswandel en zeden, naar de getrouwe onderwijzing van hun huisgezinnen, naar de huisgebeden voor hun gezinnen 's morgens en 's avonds en naar soortgelijke dingen nauwkeurig onderzoek doen; dat zij hen kalm en toch ernstig vermanen en naar gelegenheid en bevind van zaken hetzij tot standvastigheid hen vermanen, hetzij tot geduld hen versterken, hetzij tot de vreze Gods hen opwekken; een iegelijk, die hetzij troost hetzij bestraffing van node heeft, vertroosten of bestraffen, en overal waar dit nodig zal wezen de zaak ter behandeling zuilen brengen bij hen, die mèt hen gesteld zijn over de broederlijke vermaningen, om gezamenlijk met deze de terechtwijzing naar gelang van de overtreding vast te stellen.
Ze zullen er ook aan denken allen en een iegelijk in hun wijk te vermanen, opdat zij hun kinderen ter catechisatie zenden."
Het is een heel verhaal! We moeten zonder meer vaststellen, dat geen enkele ouderling vandaag aan deze vereisten kan voldoen. Je zou dan alleen gepensioneerde ouderlingen moeten hebben, die veel tijd daarin kunnen investeren en tegelijk een goede gezondheid genieten.
Na Wesel hebben er wijzigingen plaatsgevonden uiteindelijk resulterend in artikel 23 van de DKO. Dat artikel luidt: ..Der ouderlingen ambt is, behalve hetgene dat boven in art. 16 gezegd is, hun met den dienaar des Woords gemeen te zijn, opzicht te hebben, dat de dienaren, mitsgaders hunne andere medehelpers en diakenen hun ambt getrouwelijk bedienen en de bezoeking te doen, naar dat de gelegenheid des tijds en de plaats tot stichting der gemeente, zoo voor als na het Nachtmaal, kan lijden, om bijzonder de lidmaten der gemeente te vertroosten en te onderwijzen, en ook anderen tot de Christelijke religie te vermanen."
Ook volgens dit KO-artikel is er nog de sterke betrokkenheid op de viering van het Avondmaal - al is er enige ruimte gelaten voor ontkoppeling.
Er is wel een bepaalde achtergrond aan te wijzen voor de sterke verbondenheid van het huisbezoek met het H. Avondmaal.
..In zekere zin wordt in de avondmaalsviering de gemeente zichtbaar.
Wanneer in de tijd van de Reformatie een gemeente werd geïnstitueerd of opgericht, geschiedde dit doordat men eerst avondmaal vierde en vervolgens uit de avondmaalsgangers een kerkeraad verkoos.
Dáár aan het avondmaal wordt zichtbaar voor het geloof, dat er een gemeente is." (W. van 't Spijker) Tóch is het goed, dat die betrokkenheid van het huisbezoek op het Avondmaal in onze tijd niet meer zo'n sterk aksent krijgt als vroeger.
Het kan gauw leiden tot overschatting van het sakrament terwijl het gaat om het naakte Woord naar een uitdrukking van Luther, dat aan de tafel van Christus zichtbaar wordt gemaakt. Het sakrament voegt niets aan het Woord toe, maar laat ons de rijdom van Gods belofte zien. Het is aanschouwelijk onderwijs voor de gemeente van God. Daarbij komt, dat mensen in de gemeente vandaag de dag helaas het Avondmaal soms gebruiken als pressiemiddel of breekijzer. De kerkeraad wordt onder druk gezet ... Als u dit of dat verandert in de kerk (en het gaat dan vaak om uiterlijke zaken, die het evangelie als zodanig niet raken) kom ik niet aan het H. Avondmaal", zo luidt dan de dreiging. Een kerkeraad, die daarvoor zwicht, degradeert zichzelf tot slaaf van de grillen en wensen en eisen van de gemeenteleden.
Ook komt het regelmatig voor, dat men wel met elkaar in de kerk kan zitten bij een sluimerend of publiek konflikt met andere gemeenteleden, maar niet met hen hetzelfde brood en dezelfde beker kan gebruiken.
Als het H. Avondmaal in zicht komt wordt alles plotseling heel ernstig en moeten de ambtsdragers een keus doen in het geschil. Daarvan zullen de betrokkenen dan hun avondmaalsgang laten afhangen.
Maar dit is een ongeestelijk bedrijf, want zèlf doet men intussen niets (meer) en zadelt men de ouderlingen en de dominee met het konflikt op. En men bezondigt zich aan een totale vertekening van Woord en sakrament!
Ons ..Akkoord van Kerkelijk Samenleven"
maakt in alle soberheid toch enkele treffende opmerkingen over de bediening van het ambt van de ouderlingen. In artikel 13 lezen we: "De dienst van de ouderling houdt in het weiden van de gemeente als kudde Gods, het trouw bezoeken van de leden van de gemeente, het toezien op de leer en de wandel van de medeambtsdragers en het tezamen met de dienaren van het Woord oefenen van de kerkelijke tucht." In de term 'weiden van de kudde Gods' komt duidelijk uit, dat ouderlingen pastores zijn. Aan hen zijn de schapen en lammeren van de kudde van Christus toevertrouwd en aan die Christus als de grote en goede Herder zijn zij verantwoording schuldig.
Wie gegrepen is door de tere zorg, die de Heer aan de Zijnen besteedt, kan als pastor in onderworpènheid aan Hem en in aanhankelijkheid jegens Hem niet anders doen dan zijn hele hart geven aan de gemeente.
De gemeente heeft daar ook recht op, want ze is het bezit van Hem, die als Herder Lam werd en zijn bloed voor haar gaf aan het kruis.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief