Horen naar het Woord (3, slot)

1990-09-28
  • Jaargang 34
  • nummer 20
In verband met het tekstgebruik van Janse wijst Vink er op, dat het volk in Jeremia's dagen zich niet verzetten mag, omdat het daartoe niet waardig is. Anders werd het volk opgeroepen tot strijd tegen de vijanden, maar nu wordt verzet verboden.
Maar in het Nieuwe Testament is de Geest van Christus aktief, terwijl Hij mensen aktiveert tot geestelijke strijd. Als die strijd wordt gestaakt, zal Gods Geest van de mensen wijken.
De kerk, die niet strijdt, wordt overgeleverd aan de geest, die ze bestrijden moet.
In Hebreeën 4 en 6 wordt gezegd tot de kerk, dat het voor haar veel gevaarlijker is dan voor de kerk in de dagen van Jeremia. Toen was het oordeel van het moeten bukken voor de macht van Babel maar tijdelijk.
Vink: "Maar waar nu de kerk overgegeven wordt, omdat de Geest van haar wijken zal bij Verbondsverlating-
in-continuïteit, daar is geen Evangelie meer, tenzij ze zich bekeert, als dat nog mogelijk is.
En wat de vernedering der arme prinsen in Babel betreft, die zich schikten onder Babels koning met behoud van hun godsdienst. Dat zal in de eindtijd niet meer mogelijk zijn. Dan is het buigen en uw godsdienst moet barsten. In de tijd van de Anti-christ is er geen mogelijkheid meer voor een Daniël-figuur. De anti-christelijke hoven zullen geen godvrezende ministers verdragen."
Dat is Nieuw-Testamentische openbaring, die niet mag worden verwaarloosd door wie vandaag naar de Godsopenbaring uit Jeremia's tijd wil luisteren. Vink: "Zo, zoals Hebr. 4 en 6 en het boek der Openbaring tot ons spreken, zo heeft Jeremia in zijn tijd het t.a.v. de concrete situatie van Juda nog niet hoeven doen."

Vink's conclusie
Vink: "We kunnen dus met een concreet woord van Jeremia tot Juda vandaag niet meer toe, tenzij we daar de Schriften in horen, die ons wijs maken ook hierin dat zij zeggen: dat een ieder die Jeremia 's boodschap opneemt om nu daarmede tot de kerk te komen, moet zeggen: wij zijn verder. Wat Jeremia zei betekent voor ons voor-Iopige openbaring ...
En daarom kunnen teksten uit Jeremia en Ezechiël en Daniël en Hebreeën en Openbaring maar niet naast elkaar gezet worden, alsof in al die teksten hetzelfde gezegd zou worden. Ook al spreken zij alle van Verbondswraak en Verbondsvloek.
Dat Janse dit deed is m.i. zijn principiële fout. Als we het zo gaan doen, dan gaan we naar teksten horen en bij teksten leven. Dan gaan we Jeremia overdoen. En wie vandaag preken moet, hoeft Jeremia niet na te doen. Die mag het ook niet doen.
Maar die moet de Schriften ontsluiten, ook in het woord, dat Jeremia als Woord des HEEREN vandaag zegt. Wie het anders doet, die maakt het concrete spreken Gods Los uit de volheid van het spreken Gods.
En nu nog eens: als Janse zegt dat hij voor zijn beoordeling van de concrete, historische situatie heeft willen horen naar het Woord, dan geloven we dat van hem. Daar kennen we hem te goed voor.
Maar we zeggen er bij: u hebt toch niet goed geluisterd, omdat u verwarde het horen naar teksten met het horen naar het Woord. "
Vink gaat dan verder alsof hij het tegen Janse zelf heeft: "We hebben u - en het stemde ons tot grote droefheid, broeder Janse - hierin zien derailleren van het goede spoor, waarvoor we zo dankbaar waren dat u het ons gewezen had.
Maar daarom zijn we er ook dankbaar voor, dat Schilder geworsteld heeft om het kerkvolk in dagen van grote nood te blijven leren om te horen naar het Woord, dat in de eindtijd ontzaglijk is van gericht, maar dat tegelijk de kerk, in de verleiding om onder de druk van Gods gericht vermoeid te raken, vertroost én activeert om de strijd te strijden tot het einde toe."

Aan het slot van zijn toespraak ging Vink in op een aantal andere zaken, waarin hij meent Janse te moeten bestrijden. Ik laat dat nu rusten. De tweede wereldoorlog is al lang voorbij.
In Oost-Europa is veel beweging.
Kerkmensen hebben mede voorop gelopen, toen ze in opstand kwamen tegen het communistische juk. Moeten we hen dat recht van opstand ontzeggen? Ik denk het niet. .
Moggré betreurde het in zijn eerder genoemde 'ingezonden', dat het Nederlands Dagblad ook de houding van Janse in de oorlog ter sprake bracht. Waarom? Gedenken kan soms pijnlijk zijn. Bij het gedenken van mensen past bescheidenheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief