Het avondgebed en het morgengebed
1990-09-28
In de 'Tehuisgemeente' in Groningen wordt sinds enkele jaren aan de namiddagdienst of avonddienst een aantal keren per jaar het karakter van een vesper of avondgebed gegeven.- Jaargang 34
- nummer 20
Dat gebeurt niet zozeer met de opzet de tweede dienst beter bezet te krijgen (hoewel dat altijd meegenomen Is) als wel om met hen die (hoe dan ook) aanwezig zijn een vorm van eredienst te houden, waarvan een eigen taal uitgaat en die als verrijkend ervaren wordt, juist omdat daarin andere accenten gelegd worden dan In de eerste dienst op zondagmorgen. De beperking die de voorganger zich in de overdenking oplegt kan de zeggingskracht ervan juist vergroten. De stilering van de dienst kan de betrokkenheid van de gemeente erbij versterken en bijdragen aan het blijven haken van de inhoud ervan.
Eigenlijk kan ik de lezer die zich bij een avondgebed weinig kan voorstellen alleen maar aanraden die vorm van eredienst eens mee te maken om te ervaren wat op papier nauwelijks overgebracht kan worden.
Behalve een enkel avondgebed kan ook een serie avondgebeden rondom eenzelfde thema belegd worden. Met name de adventstijd en de lijdenstijd lenen zich daarvoor, maar ook aan de zomertijd kan gedacht worden.
Overigens is het zeer goed mogelijk een avondgebed of een serie avondgebeden op een andere dag dan de zondag te houden. Ook het morgengebed zou een plaats in het gemeenteleven kunnen krijgen, bijvoorbeeld op nieuwjaarsdag of hemelvaartsdag.
Het avondgebed kan verder van betekenis zijn uit een oogpunt van gemeenteopbouw. Het leent zich bij uitstek voor voorbereiding en (mede) uitvoering door gemeenteleden.
Zo kan een thema dat een kring of wijk in de gemeente heeft beziggehouden tot een (voorlopige) afsluiting komen in een reeks vieringen van heel de gemeente of omgekeerd een avondgebed stof bieden voor verder gesprek in kringverband.
Voor wie met het morgengebed en het avondgebed als vorm van eredienst nog minder bekend is volgt hieronder een toelichting daarop (1).
Daarin is in ruime mate geput uit een door de werkgroep diensten in Groningen geschreven handreiking ten dienste van voorbereidingsgroepen (2).
Orde van dienst(3)
In het morgengebed en het avondgebed - de namen zeggen het al - valt de nadruk op verschillende vormen van gebed. Deze vormen van eredienst duren beide niet veel langer dan een half uur.
De orde van het morgengebed is als volgt:
• smeekgebed
• drempelgebed
• psalmengebed
• schriftlezing en overdenking
• canticum
• gebeden: • morgengebed • voorbeden • stil gebed • Onze Vader
• morgenlied
• zegenbede
De orde voor het avondgebed is een variant daarop:
• bemoediging
• drempelgebed
• hymne
• psalmengebed
• schriftlezing en overdenking
• canticum
• avondlied
• gebeden: • avondgebed • voorbeden • stil gebed • Onze Vader
• zegenbede
Enkele kanttekeningen bij deze orden van dienst zijn van belang.
De overdenking kan de schriftlezing inleiden of er op volgen.
Het verdient aanbeveling bij deze vorm van eredienst de collecte bij de uitgang te houden.
In het avondgebed kunnen de hymne en het avondlied eventueel van plaats wisselen. ' Om in het avondgebed een directe opeenvolging van twee gezongen delen te vermijden, kan tussen het canticum en het avOndlied een kort apostolisch woord geplaatst worden.
Ook kan overwogen worden het avondlied na in plaats van voor de gebeden te plaatsen.
Een ambtelijke voorganger is in deze diensten niet noodzakelijk en er kunnen meerdere voorgangers zijn. Een dienstdoende ouderling of een lid van de kring die de dienst heeft voorbereid kan in elk geval het smeekgebed of de bemoediging, het drernperçebeo, het psalmengebed, de schriftlezing en de gebeden verzorgen en desgewenst ook de overdenking en de zegenbede.
Karakter en achtergrond
Het driemaal daagse gebed (vgl. Ps. 55,18; Dan. 6:11) stamt uit de tempel en de synagoge en is daaruit overgenomen door de eerste christenen (vgl. Hand. 2,15; 10,9). In de vierde en de vijfde eeuw groeide in de kloosters het aantal dagelijkse gebedsuren uit tot zeven (vgl. Ps. 119,164). Aan het morgengebed (metten of lauden geheten) en het avondgebed (vesper genoemd) kon een bredere gemeente dan de kloostergemeenschap deelnemen.
Deze beide getijden zijn ook in de kerken van de Reformatie nooit geheel verdwenen. Bovendien stamt de in die kerken zo belangrijke doorlopende lezing van de Schriften uit de dagelijkse getijden.
In de getijdediensten ligt de nadruk op het gebed in allerlei vormen (drempelgebed, psalmengebed, avondgebed, voorbeden, stil gebed, Onze Vader). Deze diensten worden dan ook gekenmerkt door een sfeer van ingetogenheid en verstilling.
Na het smeekgebed (in het morgengebed) of de bemoediging (in het avondgebed) volgt het drempelgebed als voorbereiding op de dienst.
Het drempelgebed kan in het avondgebed het karakter van een schuldbelijdenis hebben: voor de eigenlijke dienst begint of de nacht invalt (vgl. Efez. 4,26), moeten we recht tegenover God en elkaar staan. Het drempel gebed kan ook vooruitlopen op het thema van de dienst.
Het psalmengebed behelst de lofzegging die in Israël is begonnen en voortduurt tot op de huidige dag. In het psalmengebed worden één of meer psalmen uit het Oude Testament bij wijze van gebed aangeheven, De lezing van één of meerdere gedeelten uit de Schriften kan ingeleid of gevolgd worden door een korte uitleg of overdenking. In deze overdenking kunnen enkele (verbindende) noties uit de schriftlezing(en) geaccentueerd en met onze dagelijkse werkelijkheid in verband gebracht worden.
Het canticum is een lofzang die in de Schriften voorkomt buiten het boek van de Psalmen. Te denken valt aan de liederen van Mozes (Exod. 15,1-18), Hanna (1 Sam. 2,1-10), Hizkia (Jes. 38,10-19) en Jona (Jona 2,2-9); de lofzangen van Maria (Luc. 1,46-55), Zacharias (Luc. 1,68-79) en Simeon (Luc. 2,29-32) en de lofprijzingen in het boek Openbaringen. Vanouds heeft de lofzang van Zacharias een vaste plaats in het morgengebed en die van Maria een vaste plaats in het avondgebed.
De hymne dateert uit de tijd van Ambrosius (vierde eeuw) en brengt het geloof van de gemeente onder woorden. De hymnen zijn bij uitstek morgenliederen en avondliederen.
Tegen de achtergrond van de ontluikende dag of de vallende nacht zijn de motieven van het licht en het duister (ook in diepere zin) in de oude hymnen des te sprekender. De dienst van de gebeden, waarop de getijden als gebedsdiensten uitlopen, bestaat uit een opeenvolging van gebeden: morgengebed of avondgebed, voorbeden, stil gebed, Onze Vader (Mat. 6,9-13) en zegenbede.
Gesproken en gezongen vormen
Een aantal elementen uit het morgengebed en het avondgebed kan in verschillende vormen zowel gesproken als gezongen worden.
Het smeekgebed (in het morgengebed) of de bemoediging (in het avondgebed) kan gesproken of gezongen worden. Binnen de gezongen vormen van de bemoediging valt nog weer te kiezen uit een berijmde psalm (bijvoorbeeld 121:1; 123:1; 124:4 of 146:3), een strofisch gezang (bijvoorbeeld de gezangen '17 of 73 uit het Liedboek) of een niet-strofisch gezang, dat in beurtzang tussen cantorij en gemeente gezongen wordt".
Gesproken kunnen het smeekgebed of de bemoediging in hun geheel door een voorganger uitgesproken worden of in beurtspraak tussen voorganger en gemeente. Een beurtspraak voor het smeekgebed kan als volgt luiden: V: 0 HEER, ontsluit mijn lippen: G: MIJN MOND ZAL ZINGEN VAN UW EER (vgl. Ps. 66,14; 118,19) en een beurtspraak voor de bemoediging zo: V: Onze hulp is in de naam van de HEER G: DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT (vgl. Ps.124,8) Dat betekent dat een voorganger zegt '0 Heer, ontsluit mijn lippen' of 'onze hulp is in de naam van de HEER' en dat de gemeente vervolgens antwoordt 'mijn mond zal zingen van uw eer' of 'die hemel en aarde gemaakt heeft'. Worden beide regels gezongen, dan ontstaat een korte beurtzang.
Het drempelgebed wordt bij voorkeur gesproken5, al bestaan er ook liederen die zich als zodanig lenen (bijvoorbeeld de gezangen 19, 250, 322,324, 328 en 329 uit het Liedboek).
Het psalmengebed kan volstaan met Psalm 70,2 (vgl. 40,14); al of niet in beurtspraak of beurtzang tussen voorganger of cantorij en gemeente: Het psalmengebed kan daarentegen ook - zoals de naam al doet vermoeden - één of meerdere psalmen in hun geheel omvatten. Mogelijke vormen zijn dan onder meer een onberijmde psalm in beurtzang tussen solist of cantorij en gemeente of een deels berijmd gezongen en deels onberijmd gelezen psalm. Hier volgt een voorbeeld van de laatste mogelijkheid: Psalm 143: de verzen 1-2 gelezen de strofen 3-4 gezongen de verzen 5-6 gelezen de strofen 7-8 gezongen de verzen 9-12 gelezen Het psalmengebed kan besloten worden met het Klein Gloria als lofverheffing: Ere zij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, als in den beginne; nu en immer en van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen".
De klassieke cantica kunnen zowel in onberijmde vorm? als in berijmde vorm (zie de gezangen 6, 8, 9, 29, 40, 66, 67, 68 uit het Liedboek) gezongen worden. Eventueel kunnen ook bijbelliederen in ruimere zin (zie met name de gezangen 1-115 uit het Liedboek) als canticum gekozen worden. De keuze van psalmen of vrije liederen verdient geen aanbeveling.
Het morgengebed of avondgebed kan door een voorganger uitgesproken worden. Als zodanig kan eventueel een fragment uit een morgenlied of avondlied (zie de gezangen 370-381 en 382-395 uit het Liedboek) gekozen worden". Het avondgebed kan ook de vorm van een beurtspraak of een beurtzang aannemen: V: Laat mijn gebed als reukwerk voor uw aangezicht staan G: HET OPHEFFEN VAN MIJN HANDEN ALS AVONDOFFER (vgl. Ps. 141,2) De voorbeden hebben bij voorkeur de vorm van de litanie: ze worden gegroepeerd naar vormen van nood op deze aarde" en de gemeente beantwoordt elke door de voorganger( s) onder woorden gebrachte voorbede met een gesproken of gezongen smeekroep, bijvoorbeeld:
Heer, ontferm u Deze vorm versterkt de betrokkenheid van alle aanwezigen bij de voorbeden. Het Onze Vader kan heel goed door de gemeente in spreekkoor uitgesproken worden.
Wat betreft morgenliederen en avondliederen kan ,geattendeerd worden op respectievelijk de gezangen 370-381 en 382-395 uit het Liedboek, al behoeft de keus niet daartoe beperkt te blijven.
Ook wat betreft de zegenbede zijn er verschillende mogelijkheden. Een door de voorganger uitgesproken zegenbede kan beantwoord worden met een gesproken of gezongen 'Amen' van de gemeente, bijvoorbeeld:
Amen, amen, a-men of met een beurtzang tussen cantorij en gemeente:
G: Amen
C: Loven wij de Heer
G: Wij danken God De zegenbede kan eventueel ook in de vorm van een lied door de gemeente gezongen worden (zie bijvoorbeeld psalm 67:1 of de gezangen 327; 408:5-6 en 456 uit het Liedboek).
In het algemeen verdient met het oog op karakter en stijl van het getijdegebed afwisseling in muzikale vormen aanbeveling en is terughoudendheid op zijn plaats wat betreft de keuze van losse strofen uit rijmpsalmen of liederen.
Noten
1 Wie verdere inleidende literatuur zoekt kan bijvoorbeeld terecht bij J. van der Werf, Kleine liturgiek (Boekencentrum 's- Gravenhage 1965; blz. 108-112); MA Vrijlandt, Liturgiek, (Meinema Delft 1987; blz.292-296) en vooral G.N. Lammens/Jan Pasveer/Niek Schuman, Vespers vieren (Kok Kampen 1974).
2 Deze werkgroep verstrekt desgewenst graag nadere informatie; daarvoor kunt u contact opnemen met ondergetekende (adres: Meander 19, 9951 VD Winsum (Gr.); telefoon: 05951-3708) of één van de andere leden van de werkgroep.
3 De orden voor het morgengebed en het avondgebed zijn ook te vinden in de uitgave 'Onze hulp' (1978; blz. 73-77); te bestellen bij de Prof.Dr. G. van der Leeuw-Stichting (Postbus 9390, 1006 AJ Amsterdam).
4 Voorbeelden van zulke openingsverzen zijn onder meer te vinden in de bundel Gezangen voor Liturgie (Gooi en Sticht Hilversum 1984).
te weten de nummers 351-355.
5 Voorbeelden van drempelgebeden zijn te vinden in de al genoemde uitgave 'Onze hulp' en in de bundel Bid om vrede van Huub Oosterhuis (Ambo Baarn 1966).
6 Een toonzetting van het Kleine Gloria is te vinden in de Hervormde bundel van 1938 (gezang 88).
7 Voorbeelden wat betreft de lofzang van Maria zijn de nummers 154 en 155 uit de al genoemde bundel Gezangen voor Liturgie.
8 Voor het avondgebed kan ook geattendeerd worden op het op bladzijde 563 van het Liedboek afgedrukte avondgebed van Luther.
9 Voorbeelden van voorbeden zijn te vinden in de al genoemde bundel Bid om vrede van Huub Oosterhuis.