Sekularisatie (2)

1989-04-28
  • Jaargang 33
  • nummer 9

De Schrift medeplichtig
Het verrast dan ook niet dat we in de Schrift zelf een tendens opmerken die heen werkt naar de afschaffing van de heerschappelijke struktuur.
Dezelfde Schrift dus die er een oordeel in ziet, vermag er ook een genade in op te merken en er een heilswerk in te ontdekken.
Dat lijkt vreemd en tegenstrijdig, maar we komen dat 'en ...en', vloek en zegen tegelijk, toch op meer gebieden tegen. Wat denkt u bijvoorbeeld van de spraakverwarring waar het boek Genesis over vertelt.
In de stad der verwarring. "Daarom noemt men haar Babel, omdat de HERE daar de taal der gehele aarde verward heeft en de HERE hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft" (Gen. 11 : 9). Als dat geen oordeel is! Verwarring en verstrooiing!
En toch, als God de mensen straft, is dat altijd een tuchtiging om haar bestwil. Want wat een rijkdom van verscheidenheid is uit deze verwarring en verstrooiing niet voortgekomen! De veelkleurigheid van de naties en van de talen.
Prachtig! Daarom zegt de Schrift ook: "Looft Hem, alle gij volken, prijst Hem, alle gij natiën ...!" (Ps. 117). Juicht voor Hem, alle gij talen!, mogen we aanvullen.
De Schrift zelf is dus ook werkzaam in het sekularisatie-proces en laat door de afbraak van de heerschappelijke orde heen de enkele mens, de eigenstandige, zelfverantwoordelijke persoon naar voren komen, die vrij en onafhankelijk is en die in z'n zelfontplooiing niet gehinderd wordt door afknellende strukturen.
Hij mag er zijn, van God Zelf.

De profeet
Waar denk ik nu aan als ik zeg dat de Schrift in dat naar voren komen van de enkele persoon zelf de hand heeft? Wel, ik denk dan met name aan de figuur van de profeet.
Het oude Israël had zijn priesters en zijn koningen en die beide ambten pasten wonderwel in de heerschappelijke ordening. Altaar en troon zou je zelfs de kroon OP die orde kunnen noemen. Maar de profeet in Israël was de ambtsdrager zonder status.
Zonder de bescherming van zijn positie doorkruiste hij alle geledingen van de samenleving, 'freelance, met geen ander gezag dan het 'zo zegt de Here'.
De profeet was de meest moderne figuur in het Israëlitische gemenebest.
Op die profetengestalte moeten wij ons oriënteren om onze plaats te bepalen en onze weg te vinden in de maatschappelijke struktuur die het leven van nu kenmerkt.
Want de profeet is de vrije mens, maar ... onder God en onder zijn gebod. De vrije mens, 'eigen meester; niemands knecht', maar toch is God zijn koning.

Eenzaam en alleen
Wij leven in een tijd waarin we veel dingen 'zelf moeten weten'. Dat zelfweten kan absurde vormen aannemen.
Een meisje vertelde me pas dat ze bij het zoeken van een woning en bij de aanbieding van een kans haar vrienden om advies vroeg. Maar niemand gaf haar dat.
'Ja, kijk 's, dat moet je helemaal zelf weten'. Alsof ze dat niet wist, dat je 't uiteindelijk zelf moet weten ..Toch
kan een advies daar een rol bij spelen.
Maar niemand was bereid het te geven. Want adviseren, dat is een zekere verantwoordelijkheid. nemen en in ieder geval je in de problematiek van de ander verdiepen. En daar heeft men geen zin in. Uit zo'n opstelling van je 'vrienden' blijkt dan hoe de samenleving, die eerst van heerschappij tot maatschappij is omgevallen, vervolgens ook nog haar onderlinge samenhang verloren heeft en hoe eenzaam en alleen de enkele mens erbij staat. Als je dan toch God niet hebt! Valt er dan wel aan te ontkomen dat je je aan ièts of aan iemand verslaaft? Wie kan deze zelfstandigheid aan? Verslaving!
Dat is een nieuwe heerschappij, maar dan één zonder een druppel zegen. Van David staat ergens geschreven, in een situatie dat hij alleen tegenover allen stond: "hij sterkte zich in de HERE zijn God" (1 Sam. 30 : 6).
Zo moeten ook wij in onze eenzaamheden ons sterk maken in de Here onze God.

De gemeente
Ja, ik weet het, daar is ook de gemeente.
Geen gering geschenk van Omhoog! Maar er zijn genoeg situaties, de hele week door, dat de gemeente ver weg is. In onze stad zijn er christenen die tussen de zondagen in geen broeder of zuster ontmoeten.
(Hoe sommigen van hen dan toch ook nog de zondagse kerkdienst kunnen verzuimen, is mij een raadsel!) De kerk is er dus, maar niet altijd en niet overal. Vaak en op vele plaatsen zijn wij alleen.

Koningen en priesters in het dienen
En de profeet dient ons dus als oriëntatiemodel. Maar ik haast me nu een misverstand af te snijden. Ik bedoel namelijk niet dat we nu niets meer zouden hebben aan de figuur van de priester of de koning, alsof die gestalten als behorend tot de heerschappelijke struktuur nu zouden hebben afgedaan. Geenszins! Veeleer is het zo dat het profetische het priesterlijke en het koninklijke doordringt. Zodat dat priesterlijke en dat koninklijke weliswaar hun status verliezen, maar toch zo aan hun bestemming van Godswege meer (kunnen) toekomen.
Hier wil ik verwijzen naar een passage uit de lijdensgeschiedenis van onze Here. Ik bedoel nu dat wondere woord van onze Zaligmaker over het dienen, waarmee Hij een deur naar de toekomst heeft opengestoten.
We horen Hem zeggen: "De koningen der volken heersen over hen en hun machthebbers, worden weldoeners genoemd". Een woord waarin de Meester ons de ogen opent voor de zegening van de heerschappelijke orde. Ik voor mij durf het tenminste geen ironie te noemen als Jezus hier van 'weldoeners' spreekt. Inderdaad is de gezagspiramide een weldaad voor het leven.
Maar tegelijk zien we de Heiland hier voorbereidselen treffen met het oog op de tijd dat die weldadigheid verdwenen zal zijn. Dat alsdan toch ons priesterschap en ons koningschap door zullen gaan. En wel in de dienstbaarheid aan elkaar, toegewijd (priester) en royaal (koning).
Je kunt dus zeggen dat de gemeente al van de oudste tijd af aan de vooroefening gezet is met het oog op die komende tijd. En hoe dan? Door de gemeentelijke orde .
die een omkering is van de heerschappelijke konstellatie: "de eerste onder u worde als de jongste en de leider als de dienaar".
Weliswaar stelt de Here hier twee ordes naast elkaar, maar je kunt je ze ook goed na elkaar voorstellen.
En dan mag je zijn woorden zo uitleggen dat Hij zegt: wacht niet af totdat dit omkeringproces u overkomt en u verlegen met de ogen staat te knipperen tegen het nieuwe licht dat dan binnenvalt. Kies er vrijwillig zelf al voor. Maak bijtijds van die nood een deugd. Grijp deze te voorziene ontwikkeling aan als een kans om tot meer dienstbaarheid te komen. Zet het verlies van status om in winst. Laat de leider dienaar worden.
Zoals toch onze Heiland Zelf zo allerindrukwekkendst gedaan heeft.
Hij heeft alle status afgelegd, heeft waskom en handdoek genomen en heeft de voeten van zijn jongeren gewassen. "Ik ben in uw midden als dienaar". Bij alle nivellering die we doormaken is dit de blijvende mogelijkheid: dienen. Daar komt zelfs meer ruimte voor vrij, omdat we van onze trappen afgestegen dichter bij de ander zijn.

Als Jakob
Welke houding moeten we dus tegenover de sekularisatie innemen?
Er is reden tot klacht en zorg. "Wij zien onze tekenen niet meer". De trap is weggereden en wij moeten nu zelf maar zorgen in het vliegtuig te komen. Is het een wonder dat er onder de christenen zijn die met alle geweld die trap terug willen pakken?
Die de gezagsladder weer overeind willen zetten? Dwars tegen alle emancipatie in?
Wel, dit is zeker dat wij niet degenen moeten zijn die de laatste restanten van die trap nog slopen. De gemeente lope dus in het sekularisatieproces niet voorop. Ze zou wel gek zijn als ze dat deed. Er is plaats voor afremming van de eenparig versnelde vaart, al was het alleen maar om tijd te winnen en
ons in die gewonnen tijd op het komende nog meer dan tot nu toe voor te bereiden. Maar het proces tegenhouden? Met alle geweld? Het mocht eens blijken dat we tegen God strijden (vgl Hand. 5 : 39) Nee, als de heerschappelijke struktuur wordt afgebroken en de hulplijnen en hulpstukken om God te vinden wegvallen, als de zichtbare ladder boven ons hoofd verdwijnt, - dan mogen we in de rustige zekerheid verder gaan dat de onzichtbareJakobsladder daarvoor in de plaats komt.
Jakob, eenzaam, op zichzelf teruggeworpen, buiten de veilige heerschappelijke orde van het ouderlijk huis. Was hij verloren? Nee, want we maken daar in Bethel, evenals bij Abrahams wegtrekken uit Ur, de geboorte mee van de enkele gelovige die God tot koning heeft. "Toen droomde hij en zie, op de aarde was een ladder opgericht; waarvan de top tot aan de hemel reikte, en zie, engelen Gods klommen daarlangs op en daalden daarlangs neer"
(Gen. 28 : 12). De ene ladder viel weg, de andere kwam daarvoor in de plaats. God bleef Jakobs koning.
En in deze God-koning maakte hij zich sterk. Dat mogen wij ook doen, 'als vader en als moeder van ons gaat' (Ps. 27 : 5, berijmd).


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief