Over de gaven van de Geest (1)
1990-10-12
Ik vraag in dit en het volgende nummer op deze plaats uw aandacht voor wat God ons in zijn Woord leert over de genadegaven, de gaven van de Geest.- Jaargang 34
- nummer 21
Maar voordat ik daar iets over zeg, wil ik het graag eerst plaatsen in een bepaald kader. Want het bijbelse onderwijs over de gaven van de Geest komt alleen tot z'n recht in het kader van gemeenteopbouw. En daarbij is de belangrijke vraag: Hoe zijn wij samen gemeente naar Gods bedoeling?
Het antwoord op die vraag wil ik geven in de vorm van een stelling: De gemeente van Christus is een persoonlijke gemeenschap met Christus en met broeders en zusters wier geloof in liefde aktief wordt.
Op de 3 extra geaccentueerde zaken wil ik nog wat dieper ingaan.
Gemeenschap met God
Ik hoop dat het geen betoog behoeft, dat het lidmaatschap van Christus' gemeente meer is dan dat je naam in de kaartenbak van de scriba staat.
Nee, het komt er op aan dat ieder gemeentelid een persoonlijke band onderhoudt met Christus en door Hem met de Vader. Het is absoluut onvoldoende alleen maar te geloven dat God bestaat. Het is onvoldoende alleen maar te geloven dat Jezus een groot mens was. God wil dat we een persoonlijke relatie met Hem hebben. Dat we Hem kennen, van Hem houden, met Hem omgaan in Bijbellezen en gebed.
Gemeenschap met elkaar
Het tweede is de gemeenschap met elkaar. D.w.z. het is niet Gods bedoeling dat we in één kaartenbak staan en in één kerk zitten - en dan verder aan elkaar voorbij leven. Gemeenschap moet konkreet worden.
Daarbij hoort het elkaar ontmoeten; samen Gods Woord lezen; naar elkaar luisteren wat de ander ervan begrepen heeft en met elkaar delen wat jij eruit leerde; met elkaar bidden en elkaar bemoedigen; elkaar tot Gods orde roepen; samen de verlossing vieren. En samen aan het werk gaan.
Dienst aan de wereld
Sámen aan het werk gaan. Dat is het derde. Want we hebben een opdracht in deze wereld. Sámen! Ook ieder voor zich, ook elk lid afzonderlijk.
Maar allereerst en vooral sámen.
Als gemeente van Christus staan we in deze wereld.
D.w.z. het is niet Gods bedoeling dat we als gelovigen om ons zelf cirkelen.
Nee, hét kenmerk van de gemeente is dat ze missionair is, d.w.z. dat ze in de wereld gezonden is, dat we in deze wereld een missie hebben.
Want de gemeente van Christus heeft een groot visioen. Ze gelooft erin dat haar Heer Jezus Christus Koning is in deze wereld. En ze is ervan overtuigd dat het leven pas echt goed zal zijn als iedereen erkent dat Hij op de troon zit. Als Hij het voor het zeggen heeft in de huwelijken en gezinnen. Als Hij het te zeggen heeft in de kerk. Als Hij de toon aangeeft op het terrein van wetenschap en techniek, in het onderwijs, in de ziekenhuizen, in de ekonomie en in de politiek.
God wil dat we als getuigen en als dienaars van zijn liefde ons wenden tot de wereld om ons heen, om aan allen die het maar willen horen in woord en daad zijn liefde te verkondigen en gestalte te geven.
Zo wordt het leven van de gemeente gekenmerkt door drie zaken: door geloof in God, door onderlinge broederschap en door dienst in woord en daad aan de wereld, waarin we leven.
God riep een volk
En dan leg ik nog eens alle accent op dat woordje samen! Want weet u wat het wonder is van het NT, het wonder van het nieuwe verbond?
Dat is dat God een nieuw vólk geschapen heeft.
Ja, God roept mensen tot nieuw leven. Dat doet Hij heel persoonlijk.
Hij doet hen wedergeboren worden en Hij herschept hen tot nieuwe mensen. Dat is al een wonder op zich. Dode zondaren worden levende kinderen van God.
Maar nog wonderlijker is dat God al die nieuwe mensen samenvoegt, bij elkaar brengt, verzoent tot een nieuwe gemeenschap, een nieuwe mensheid. Joden en heidenen, slaven en vrijen, blanken en zwarten, armen en rijken, analfabeten en professoren. Hij maakt er één nieuw volk van, de gemeente van Christus.
Gemeentegroei
En die gemeente moet zich als volk, als geheel verder ontwikkelen, ontplooien naar Gods bedoeling. Het is niet alleen de bedoeling dat we als énkelingen jagen naar de volmaaktheid en groeien in geloof, hoop en liefde. Maar God heeft ook een groei van zijn geméénte op het oog. Eengroei die afhangt van haar Heer, Jezus Christus.
Ik denk aan wat Paulus zegt in Ef. 4,16: Aan Hem ontleent het gehele lichaam ... naar de kracht die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei van het lichaam, om zichzelf op te bouwen in de liefde.
Dit woord van Paulus maakt duidelijk dat het Gods bedoeling is, dat we niet alleen ieder voor zich, maar ook samen als gemeente ons verder ontplooien en met elkaar verder komen. En daarvoor draagt ieder lid afzonderlijk verantwoordelijkheid.
Opdat we samen zullen uitgroeien tot een wondere, nieuwe gemeenschap van het volk van God.
De genadegaven
Binnen het hier boven aangegeven kader is het bijbels onderwijs over de gaven van de Geest van het grootste belang. De gaven, die Gods Geest geeft aan ieder lid van Christus' lichaam tot opbouw van zijn gemeente.
Ik ga daarbij uit van de volgende definitie: Een genadegave (charisma) is een bijzondere bekwaamheid die de Heilige Geest geeft aan elk lid van het lichaam van Christus - naar Gods genade (charis) om te gebruiken binnen het lichaam van Christus.
Het zal u niet veel moeite kosten, om hierin terug te vinden wat Paulus zegt in 1 Kor. 12,4-7 en in vs. 11.
Deze keer heb ik 5 onderdelen extra geaccentueerd, die ik stuk voor stuk nader wil toelichten.
Bijzondere bekwaamheid
Allereerst wordt gesteld dat het gaat om een bijzondere bekwaamheid.
Iedere gelovige heeft andere gaven.
Als u bij uzelf een bepaalde gave ontdekt, dan kunt u er zeker van zijn dat u daarmee binnen de gemeente in de minderheid bent. Van geen enkele gave kunt u verwachten dat de meerderheid van de gelovigen die bezit.
Kijk maar naar het menselijk lichaam, waarmee Paulus de gemeente vergelijkt. Er zijn maar twee handen, twee ogen, twee oren, één mond, één neus. Er is altijd meer aan een lichaam dat niét de funktie van het oog of het oor heeft dan wel.
Zo bestaat ook het lichaam van Christus uit vele verschillende leden, die ieder een eigen funktie hebben binnen dat lichaam. En welke funktie dat is, dat wordt bepaald door hun eigen bijzondere genadegave, charisma.
Gegeven door de Geest
De gave komt - en dat is het tweede - van de Heilige Geest. Het werk van de Geest is niet alleen om mensen te bekeren en gelovigen nieuw leven te geven en te heiligen. Maar het is ook zijn werk dat Hij mensen geschikt maakt voor een speciale taak in Christus' gemeente en in het Koninkrijk van God.
Alleen gelovigen hebben deze gaven.
Ieder mens heeft wel natuurlijke talenten en vermogens, al bij zijn geboorte meegekregen. En in zekere zin kun je ook daarvan zeggen, dat ze door de Geest gegeven zijn.
Maar dat zijn nog geen gaven van de Geest in bijzondere zin. Het bijzondere van de charismata is dat ze gegeven zijn met het oog op de geestelijke groei van de gelovigen en in het kader van de christelijke dienst aan de opbouw van de gemeente.
Je kunt hier overigens niet te strak scheiden. De grenzen zijn vloeiend te noemen. Natuurlijke gaven kunnen worden 'omgedoopt' in geestesgaven.
Maar het komt ook voor dat christenen na zich bewust te hebben toegewijd aan de dienst aan God gaven ontvingen, die ze daarvoor niet bezaten.
Voor iedere gelovige
En iedere gelovige heeft een gave van de Geest ontvangen. Iedere gelovige heeft van de Geest iets bijzonders ontvangen, een speciale gave, zeg maar: een bijzonder geschenk om daar de gemeente en Koning Jezus mee te dienen. Daar is Gods Woord heel duidelijk in.
Daarom enkele citaten: Aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen - 1 Kor. 12,7.
Dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder ... toedeelt gelijk Hij wil - vs. 11.
Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt - Ef. 4,7.
...de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent - vs. 16.
Dient elkaar, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods - 1 Petr. 4,10.
Sommigen hebben misschien meer dan één gave, een kombinatie van gaven. B.V. de gave van kennis en van onderricht. Dat is natuurlijk een prachtige kombinatie. Of de kombinatie van leiderschap en organisatievermogen.
Of de kombinatie van de gaven van barmhartigheid en zielzorg.
Er is ook verschil in kwaliteit. Sommigen hebben een bepaalde gave in meerdere mate dan anderen. De één bezit de gave van wijsheid of van evangelisatie in hogere graad dan een ander.
Maar één ding staat vast: elk gelovig kind van God bezit één of meerdere gaven. Iedere christen is een onverwisselbaar lid van het lichaam van Christus. En zijn identiteit wordt voor een groot deel bepaald door de gave of de kombinatie van gaven, die God hem of haar geschonken heeft.