Hoe onschuldig is loten?

1990-10-12
  • Jaargang 34
  • nummer 21
Het loten - knobbelen, gokken of dobbelen - lijkt vrij onschuldig. Bij kinderspelletjes is het vaak de clou, en de sleutel tot spanning en pret.
Grote mensen loten ook. De Staat bevordert de loterij. De militaire dienstplicht was jaren lang een zaak van 'erin' of 'eruit' loten. De talloze gokspelen berusten op een minimum aan handigheid en een maximum aan 'geluk'. Het loten is kort en eenvoudig gezegd: een beslissing 'nemen', waarvoor niemand aansprakelijk wordt geacht, maar die niet aangevochten kan worden. Alleen bij het kerkelijk loten wordt God de Heere erkend.

Kinderspel?
Toen onze kinderen klein waren speelden ze 'Mens erger je niet', of zo iets. Om beurten lootten er twee, met afwisselend geluk en ongeluk.
Tot er een zei: "nu moet en zal ik een 7 gooien, of ik lig eruit". Waarop onze jongste, die het spel nauwlettend had gevolgd, tussenbeide kwam: "een zeven? Laat mij die dan eens gooien". Ze schudde de dobbelstenen, gooide ze op tafel en... er lagen 7 punten! Even later werd haar gevraagd: "wil je voor mij dan een 6 gooien?" Ze deed het prompt. Vrijwel elk vooraf bekend getal werd gegooid. Waarom we zeiden: dit is geen kinderspel meer. En we gingen begrijpen, waarom onze ouders, grootouders en Calvijn zo furieus tegen het loten waren.

Het volk Israel lootte ook
De zondebok werd door het lot aangewezen (Lev. 16:8, 9). De delen van het land Kanaän werden door het lot aan de 12 stammen toegewezen (Num. 26, 33, 34 ,36). Het raadplegen van de Heere geschiedde met de urim en tummim, dobbelstenen. De schuldige Jonathan werd door het lot aangewezen (1 Sam. 14). De priesterdiensten werden door het lot geregeld (1 Kron. 24; Luc. 1:9). De portiersdiensten ook, 1 Kron. 26. De diensten van zangers en speellieden eveneens, 1 Kron. 25:8. En Salomo zei: "Het lot doet de geschillen ophouden" (Spr. 18:18).

De bijbel noemt ook loten door heidenen: de romeinse soldaten, de vijanden van Israël; het Purimfeest is zelfs op het lot gebouwd (Esther 3).

Maar al komt het lot tientallen malen in de bijbel voor, het maakt alles uit wie er lootten en waartoe. En Gods volk ging daarbij niet van 'toeval' uit, maar stelde de beslissing bewust in Gods hand. Dat alleen maakt al duidelijk, dat gokken geen kinderspel is. Onze intellectualistische wereld spreekt van kansberekening, wet der grote getallen, absolute gemiddelden en volmaakte kansspreiding.
Jawel. In theorie ligt alles vast. De mens wikt. Maar in de praktijk loopt alles anders. God beschikt.

Een potje knobbelen
Jaren geleden was ik verbonden aan een hoofdbank in Amsterdam. Eenmaal per kwartaal waren we daar met 7-8 collega's samen, voor enkele weken. Erg gezellig. Steevast vroeg iemand bij de koffie: "hebben we ook trek in wat hartigs?" Dan legde elk meteen een gesloten hand op tafel, met daarin maximaal 3 lucifers of paperclips. Op de rij af 'raadde' ieder het totaal van de onzichtbare fiches. Wie goed raadde viel uit, wie het vaakste mis was betaalde een rondje kroketten.

Nu mag ik zeggen dat ik nimmer het rondje heb moeten betalen omdat ik altijd gauw uitviel. En hoe kwam dat?
Eerst door mijn beetje verstand te gebruiken. Immers: waren we met 8 man, dus 24 fiches, dan raadde ik het gemiddelde = 12. Was dat cijfer al door iemand bezet, dan koos ik 11 of 13. En zo voort. Viel de eerste af dan bleven er 7 x 3 is 21 fiches over; gemiddeld dus 10 of 11. En zo voort.
Wie dat volhield maakte een nette kans te winnen.

Maar dat boerenverstand was niet genoeg. Er kwam ongetwijfeld een 'geluksfactor' bij en die gaan we nu bezien.

Gelukkig in het spel
In Groot-Brittanië leeft de liefdadigheid nog volop. Daar moeten blinden, gehandicapten, ouden van dagen, enz. liet nog voor een aanzienlijk deel van particuliere liefdadigheid hebben. Bijna geen winkel of er staat een altaartje voor misdeelden en er hangt een kous voor losse muntjes. Op elke feestavond, haast op iedere vergadering, wordt een goed doel aangewezen, geld ingezameld en... geloot.

Ja, want ook een Brit is niet spontaan in zijn 'charity'. Er is een lokkertje nodig om hem te laten meedoen.

Zo maakte ik wekelijks een vergadering mee, waar de meesten 20 pence offerden; de helft van het totaal ging in de kas, de helft werd verloot. Aanvankelijk deed ik mee, maar toen ik twee, drie keer de prijs won ging de aardigheid er af. Ik deed niet meer mee.

Vroegen de tafelgenoten: 'waarom speel jij niet mee?' dan was het antwoord: dan zou ik de prijs winnen en die gun ik jullie. Gelach natuurlijk.
Uitdagingen. 'Wedden?'

Ik nam een nummer, betaalde niet en schreef er mijn naam niet op. Er werd getrokken en 'het lot viel op Jona'. Onder daverend applaus toonde ik mijn nummer en vroeg om een nieuwe trekking, daar ik niet betaald had. Men was er beduusd van.

Jaren later werd dit feit opgehaald aan tafel. Een gast vroeg: wilt u zo goed zijn voor mij een lotje te kiezen?
Dat deed ik met genoegen, temeer omdat de prijs prompt op deze gast viel.

Nu hoor ik de pientere lezer zeggen: "zoveel geluk bij 1 persoon, het is (haast) niet te geloven." Lieve pientere lezer, ik schrijf geen smoesjes, maar put uit mijn eigen en naastbije ervaringen; dan behoeven we geen boeken te geloven. Laat me dan nog een andere geschiedenis vertellen, waarbij mijn Vrouw getuige was.

Liefdadigheidsconcert
Een charity-evening in Oban, wij van de partij. Op ons tafeltje werd een boekje met 10 loten gelegd en H.M. zei: 'betalen jij!' Ik betaalde, 5 pond of 10 pond, of zo iets. En dat was het begin van de ellende.

Het rad van avontuur draaide onder het oog van de notaris. Die rapporteerde al spoedig: ,,1 fles whisky voor O.M." Jawel. Onder gebruikelijk applaus moest ik naar het podium komen, om een fles sterke drank en een handdruk in ontvangst te nemen. Zo was mijn bijdrage aan de 'liefdadigheid' al gauw terugbetaald.

Een kwartier later was het weer raak: "nu een % fles whisky voor O.M.!" Gejuich, applaus en schaamte. Werden we daar voor sobere calvinisten aangezien en sleepten 1%liter vergif in de wacht.

Tegen het eind van de avond kwam de hoofdprijs in zicht. Ik voelde me onbehagelijk en stelde voor naar huis te gaan. Maar nee hoor. Onder hoorbare stilte snorde het rad van avontuur en de notaris riep: "de hoofdprijs: 3 dagen verblijf voor 2 personen in het 5 sterren hotel Eriska. De winnaar is ... O.M." Onder eindeloos applaus schaamde ik me eindeloos: had voor mijn 10 pond ongeveer t 400 teruggekregen. Dat was geen liefdadigheid maar gewoon gokken. (We hebben de hoofdprijs lang uitgesteld, maar werden door de hotelier na 1 jaar gemaand.) Naarder Meer In een vergadering van medewerkers aan 'De Ned. Jager' zei de toenmalige hoofdredacteur: ik heb voor 3 van juillie een jachtdag Naarder Meer op de eenden beschikbaar. Hij stapte met zijn hoed vol dichtgevouwen lotjes op mij af. Ik 'wist' op dat ogenblik, dat ik raak zou trekken en vroeg: loop eerst maar door, ik kom straks wel. -Nee, trekken, beval hij.
Ik trok:1 dag eendenjacht Naarder Meer ...
Weer hoor ik u denken: is die man altijd zo gelukkig? Of verzint hij de verhalen? Het antwoord is: ik put gemakshalve uit eigen herinnering, dat bespaart napluizen en verifiëren.
Maar iedere lezer zou, als hij er op lette, dezelfde en betere verhalen kunnen schrijven. "Maar de mens let er niet op", zei Job. Alles wat ons aan occultisme doet denken schrikt de meesten af; het wordt snel vergeten.
Maar wie in alle 'toeval' de 'Bestierder van ons lot' ziet, bewaart alle interessante ervaringen, die overleggende in zijn hart.

Wat zeggen deze voorbeelden?
Ze bevestigen m.i. dat loten nimmer op toeval berust. Er schuilt in veel gevallen Gods goede vaderhand achter - er kan even goed een demonische hand achter zitten. Denk aan de velen, die geplaagd door hebzucht of verslaafd aan 'spelen', hun zinnen kwijtraken, alles op alles zetten en met een daverende klap alles kwijt zijn, behalve hun schulden en de kater. Niemand ziet toch Gods hand achter deze ellende?

Voorspoed en tegenspoed, zo belijden we, komt niet bij geval maar uit Gods goede hand. Salomo leerde: "Het lot wordt in de schoot geworpen - maar elke beslissing daarvan is van de Heere", Spr. 16:33. Daar tegenover past eerbied, geen lichtzinnigheid.
Genoeg hiervan. Dies zwijg ik nu. En zelfs een dwaas (zei Salomo) die zwijgt, schijnt wijs te zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief