Diskussie rondom het ene talent (1)
1990-10-26
Mijn indruk is dat er wel met erg grote verwachtingen wordt uitgezien naar wat ik nu zal terugzeggen op de kritiek die ik op mijn artikelen reeks 'woekeren met het ene talent' gekregen heb. Om er verlegen van te worden, .als je leest dat zelfs het Nederlands Dagblad die beantwoording aankondigt. Zou men echt verwachten dat ik nu heel anders zal schrijven dan in mijn artikelen? Of zou men denken dat die artikelen niets anders waren dan het produkt van een overstelpte geest die nu weer nodig in moet binden? Als men dat denkt dan moet ik met een teleurstelling beginnen. Het zal niet zoveel anders zijn dan eerder. Wat verduidelijkingen, meer niet. Ook herhalingen zijn niet te vermijden.- Jaargang 34
- nummer 22
Verdediging
Eerst een opmerking vooraf. Laat ik nog eens duidelijk zeggen waarom ik de pen heb opgenomen om op het initiatief van Enschede-Noord te reageren. Daar zat de behoefte achter om mezelf en mijn plaatsje in de nederlands gereformeerde kerken te verdedigen. Dat moet men nu niet helemaal strikt persoonlijk opvatten.
Er zijn er immers meer die net als ik iets zien in de vrijheid die we in de nederlands gereformeerde kerkvorm gekregen hebben: een wat lossige struktuur die een zekere ruimte laat aan de onder ons voorkomende verscheidenheid. Welnu, die vrijheid zie ik in gevaar komen als doorgaat wat in Enschede-Noord is begonnen.
Er zal voor mij (en anderen) geen plaats zijn in een verenigde vrijgemaakte kerk. En waar moet ik dan heen? Ik zou het echt niet weten.
Moet ik synodaal worden? Of hervormd?
Ik zou het niet kunnen. En wel om redenen waarover ik in die eigenste reeks artikelen niet onduidelijk ben geweest. Laat dus de lezer van ons blad zich eens proberen te verplaatsen in de positie van een predikant die dankbaar is voor zijn plekje in onze kerken en die moet vrezen dat hem die bodem onder zijn voeten vandaan getrokken wordt. Niet dat anderen dat bewust en met boos opzet willen doen, allicht niet, maar het valt als konsekwentie van hun opstelling te voorzien.
Nu, dan is het toch te verstaan dat zo'n predikant krachtig aan de bel trekt? Mijn reaktie is een reageren uit zelfbehoud, zo moet men het zien.
Verscheidenheid
En verder: mij gaat het er in mijn persdiskussies steeds om dat we met verscheidenheid leren omgaan.
Ik zie dat als noodzakelijk. En tevens als een ereschuld aan ons verleden.
En dat in tweevoudige zin. Toen we ons destijds vrijmaakten hebben we een welkom toegeroepen aan een grote variëteit van broeders en zusters die tegen de synodale kerkleiding een verscheidenheid van bezwaren meebracht. De een was kerkrechtelijk bezwaard, de ander dogmatisch en weer een ander was het oekumenisch. We hebben elkaar toen in die verscheidenheid aanvaard.
Dat is later niet waargemaakt.
Toen een meerderheidsopinie zich ging aftekenen begonnen al gauw de minderheden gediskrimineerd te worden. Wij moeten hierover maar niet al te verontwaardigd doen want sinds de buitenverbandstelling staan wij voor hetzelfde probleem: hoe zullen wij recht doen aan de verscheidenheid waarmee we toen in zee gingen. Over de vorderingen die we op dit punt gemaakt hebben ben ik nog niet helemaal gerust. Wel is de voorwaarde daarvoor enigszins voorhanden. We hebben een niet al te strak kerkverband. Tot die voorwaarden reken ik echter ook een soepele binding aan de belijdenisgeschriften en een behoorlijk inzicht in de grenzen van hun gezag. Het moet echt uit zijn met de gedachte dat we met deze geschriften over de hele linie een eenheid van opinie kunnen afdwingen. Of zouden we het destijds misschien helemaal ten onrechte voor ds. Telder hebben opgenomen, die toch op een bepaald punt onmiskenbaar van de belijdenis afweek?
Ds. G. Vrooland
Als ik nu konkreet tot antwoorden overga wil ik beginnen met mijn geachte kollega Vrooland uit Enschede-Noord. Dat lijkt me voor de hand liggend omdat in wat in zijn gemeente speelde de aanleiding tot mijn geschrijf gelegen was. Ds.
Vrooland trekt zich tegenover mij helemaal terug op de betrouwbaarheid van de Heilige Schrift. Daar komt hij herhaaldelijk op terug, dat is het aambeeld waarop hij voortdurend hamert. Maar ik vind dat hij er dat punt met de haren bijsleept. Dat was toch niet aan de orde tussen de beide kerken in Enschede-Noord?
Ja, goed, zijdelings misschien, maar zo hangt alles met alles samen. De indruk wordt nu gevestigd dat de kerkeraad van Enschede-Noord uit bezorgdheid over de aanranding van de Heilige Schrift in onze kerken tot samenspreking met de vrijgemaakten is overgegaan. Maar is dat geen achteraf-rekonstruktie? Het maakt op mij de indruk dat ds. Vrooland door deze draai aan de hele affaire te geven een goedkoop sukses tegenover mij nastreeft: bij ds. De Jong is de Schrift niet veilig en dus moeten we tegenover hem de stellingen betrekken en daarin past wat in Enschede-Noord tot stand is gekomen.
Dit lijkt mij een vertekening en het grenst bovendien aan stemmingmakerij.
Zo zou ik nooit meer wat kunnen schrijven, alleen omdat ik mij volgens ds. Vrooland ooit eens aanvechtbaar heb uitgelaten over de Heilige Schrift. Het is waar, als ds.
Vrooland bij mij een lust tot kritiek op de bijbel zou kunnen aantonen dan zou hij gelijk hebben. Zo'n geest immers verspeelt alle recht van spreken in dechristelijke kerk. Maar zo ligt het toch niet? Er is geloof ik geen reden om mij voor te houden zoals ds. Vrooland doet: "Wij verdragen het niet dat de Heilige Schrift zich steeds weer moet verantwoorden tegenover het intellect en dat de betrouwbaarheid van Gods Woord bevraagd en problematisch behandeld wordt". Moet ik mijzelf hier echt in herkennen? Ds. Vrooland is toch zelf theologisch geschoold? Nu, dan weet hij toch dat niet ik problemen verzin maar dat er zich sinds de informatiestroom van de laatste twee eeuwen bepaalde moeilijkheden voordoen in het lezen van de Heilige Schrift waar onze vaders zich het hoofd nog niet over behoefden te breken? Daarover heb ik publiek geschreven, en dat zeker niet onfeilbaar. Telkens heb' ik gezegd dat ik mijn formuleringen voor beter geef en meermalen heb ik dat ook konkreet gemaakt: terugnemen van dit, terugnemen van dat, als ik merkte dat ik met een bepaald woord of uitdrukking mijn broeder of zuster ergernis gegeven had. Ik wil nog veel meer terugnemen, alleen, een ding kan ik niet doen: de moeilijkheden zelf waarop ik wees terugnemen.
En laat dan een ander er maar verstandiger over schrijven dan ik gedaan heb.
Wanneer ik de pen erover oppakte heb ik er trouwens steeds naar gestreefd dat dit om zo te zeggen linkerhandswerk zou blijven. Met mijn rechterhand deed ik andere en mijns inziens ook belangrijker dingen. De Schrift uitleggen. Het is nu ongeveer veertig jaar dat ik met een op de verkondiging gerichte belangstelling aandachtig Gods Woord lees. Het heeft me veel vreugde geschonken.
Nieuwe en oude dingen heb ik uit mijn schat tevoorschijn mogen brengen, naar de belofte van de Meester.
Maar ik heb in die veertig jaar ook dit ontdekt: een rigoureuze inspiratieleer die de onfeilbaarheid van de Heilige Schrift drijft heeft tot achtergrond het geloof in de onfeilbaarheid van eigen opvattingen en heeft meer te maken met een te serieus nemen van jezelf dan met werkelijke eerbied voor Gods Woord. Echte eerbied voor Gods Woord immers betekent ook dat je niet lichtvaardig heenhuppelt over de problemen die de bijbel zoals elk dokument uit het verleden (wat hij toch ook is) oproept. Die eerbied maakt ook dat je je groen en geel kunt ergeren aan de gezochte redeneringen die die onfeilbaarheid overeind moeten houden - redeneringen die ervoor zorgen dat het gezag van Gods Woord aan de zijden draad van onze spitsvondigheid komt te hangen.
Liefde tot de Heilige Schrift drijft ds. Vrooland maar drijft ook mij. Ik geloof er daarom niets van dat bij het verschil dat we op het ogenblik met elkaar hebben de Heilige Schrift tussen ons in zou staan. We moeten ons gesprek dan ook niet met deze zware ernst belasten.
De zaak zelf
Wat dan de zaak zelf betreft die tussen ons ligt blijf ik erbij dat de nederlands gereformeerde kerkeraad van Enschede-Noord met een volstrekt eenzijdige verklaring tot overeenstemming met de vrijgemaakten gekomen is. De wederkerigheid, het geven en nemen, ontbreekt geheel.
Ik heb dat een overlopen met pak en zak genoemd en de lange bestrijding van ds. Vrooland heeft mij niet van deze typering af kunnen helpen. Ik vind die eenzijdigheid niet goed.
Voor ons niet, maar voor onze broeders en zusters aan de overkant ook niet. Die moeten zeker niet gestijfd worden in de gedachte dat ze eigenlijk alles (op enkele schoonheidsfoutjes na - die dan ook nog weer aan beide kanten liggen!) goed gedaan hebben. Bovendien, het zal niet werken, want zo zitten we morgen weer met dezelfde problemen.
Weer verdacht van ontrouw aan dit of aan dat, weer geschorst - brr, ik moet er niet aan denken. En de spot van de wereld waar ds. Vrooland terecht zo benauwd voor is, zal dan pas echt hoog oplaaien, om van de ere Gods nu maar geheel te zwijgen.