Kinderen van één Vader (2)

1990-10-26
  • Jaargang 34
  • nummer 22
De vrijgem. gereformeerden staan ongetwijfeld het dichtst bij de ned. gereformeerden, al zou je bij het lezen van de vrijgemaakte pers de indruk krijgen, dat ze door een onoverbrugbare kloof gescheiden zijn.
Gelukkig zijn bij beide kerken mensen, die vinden, dat ze bij elkaar behoren, maar de vooruitzichten op wederzijdse toenadering zijn niet zo goed.
In het onlangs verschenen boek van dr. W.G. de Vries wordt van onze kerken een schildering gegeven, waarin de ned. geref. kerken absoluut niet te herkennen zijn.
In Zwolle, waar ds. De Vries vrijg. geref. predikant is, zijn juist samensprekingen tussen beide kerken geweest. Gemeend werd, dat de kerk van Zwolle(1) de gemeente was, die het dichtst bij de vrijgem. kerken stond. Bovendien had de ned. geref. kerk verklaard, dat het kerkelijk akkoord haar niet zinde.
Men wilde terugkeer naar de D.K.O.
Verder was men kritisch tegenover eigen kerken wegens de leer van Telder, het toelaten van kinderen aan het Avondmaal, de vrouw in het ambt en het liedboek.
De kerkeraad van Zwolle 1 verklaarde dan ook bij de samensprekingen, dat belijdenis en kerkorde gehandhaafd moesten worden, dat men steeds heeft gepleit voor terugkeer naar de D.K.O. en dat men wil, dat de belijdenis "onverkort en onbekrompen"
gehandhaafd wordt.
De vrijgemaakten vroegen echter nog meer. Mee in verband met de discussie rond de 'Open Brief' werd gevraagd in te stemmen met de uitspraak: "Daarom erkennen en aanvaarden wij de Gereformeerde kerken in haar strijd voor de integrale handhaving van de belijdenis sinds de veroordeling van de Open Brief door de synode van Amersfoort West in 1967."
Er moest dus nog een soort 4e formulier, een bovenschriftuurlijke binding, bijkomen.
Terecht wees de kerkeraad van Zwolle 1 dit af. Het beroep op de 'Open Brief' was ook nogal dwaas.
Deze is nooit een kerkelijk stuk geweest en was bij de breuk in Zwolle ook helemaal niet in geding.
De samenspreking in Zwolle is in zover leerzaam, dát hieruit blijkt dat er sinds de breuk in veel vrijgemaakte kerken nog weinig veranderd is.
De oorzaak van de breuk wordt zorgvuldig verzwegen (uit schaamte?) en men voert nu allerlei bezwaren tegen ons aan, die toen helemaal niet in geding waren. De oorzaak lag niet bij de 'Open Brief', of de zaak ds. v.d. Ziel of ds. Telder of ds. Oosterhof.
Wie dat meent heeft van de kerkelijke moeilijkheden weinig begrepen.
De moeiten kwamen voort uit het feit, dat men een bepaalde opvatting over de vrijmaking als bindend ging opleggen. Vanaf het begin van de vrijmaking werd hier verschillend over gedacht. Daar waren er, die de vrijmaking zagen als een afscheiding van de ware kerk van de valse, volgens art. 28 N.G.B. Er was echter ook nog een andere opvatting over de vrijmaking, het zich vrijmaken van bepaalde besluiten, afwerping van het hiërarchisch juk van de synode om op de gereformeerde weg te blijven. Deze opvatting is duidelijk verwoord in het vrijmakingsbesluit van de kerk van Enschede in sept. 1944. Men wilde niemand om een andere beschouwing uitwerpen. In dat besluit werd tevens uitgesproken, dat men wilde samengaan met alle gereformeerden, die het hiërarchisch juk hadden afgeworpen en allen die in de chr. geref. kerk en de Ned. herv. kerk hetzelfde geloof met ons deelachtig zijn. Helaas heeft men later in Enschede ook gekozen voor de eerste visie over de vrijmaking en de tweede als niet goed vrijgemaakt verworpen.
Dit was helaas de algemene lijn in de vrijgemaakte kerken. Vrijgemaakt zijn mocht niet betekenen gewoon gereformeerd blijven, neen, de vrijgemaakte kerken moesten iets speciaals worden. Er kwam een vrij makingsideologie op, zoals ds. Lok eens als volgt verwoordde: de zaak van Jezus Christus zal in ons land alleen toekomst hebben, als zij die bij deze zaak betrokken' zijn, voor alles elkaar vinden in de waardering en benoeming van wat in 1944 is geschied binnen de geref. kerken.
Wanneer men zo'n ideologie gaat opbouwen, dan gaat het grondig mis. Dan binden we elkaar aan meer dan de Schrift. Het gevolg was dan ook, dat je als goed vrijgemaakte lid moest zijn van exclusief vrijgemaakte organisaties.
In 1987 stelde ik op een Paascongres van de (vrij gem.) Gereformeerde Studentenverenigingen, dat de grote meerderheid van de ned. gereformeerden wel met de vrijgemaakt gereformeerden zou willen verenigen.
Onmiddellijk stond een vrijgemaakte student op, die mij vroeg of ik dan ook lid van het G.P.V. wilde worden. Mijn antwoord was toen en nu: als wij ooit kerkelijk samengaan, zal men ons als ned. gereformeerden moeten accepteren zoals we zijn, dat houdt o.m. ook de vrijheid in in de keus van een christelijke politieke partij. Deze student had zich in elk geval nog niet kunnen losmaken van de vrijmakingsideologie.
En hij is helaas niet de enige. Zo maakte ds. Goedhart zich al zorgen voor de gereformeerde politiek en het gereformeerde onderwijs als vrijgemaakten en chr. gereformeerden zouden samengaan.
Ik merkte al op, dat de 'Open Brief' geen kerkelijk stuk was. Merkwaardig daarom dat deze O.B. door de synode van Amersfoort veroordeeld werd en nog steeds als bewijs van niet-gereformeerd zijn tegen de ned.
geref. kerken wordt aangevoerd. De O.B., zelf was ik medeondertekenaar, was niet anders dan een poging om de 'Tehuisgemeente' in Groningen vast te houden.
Vreemd ook is, dat anderen blijkbaar beter wisten dan wij zelf wat met deze O.B. bedoeld werd.
Daar zou in de O.B. gesuggereerd zijn, dat de geref. belijdenis in deze tijd niet meer als grondslag zou kunnen fungeren. Daarvan staat echter niets in de O.B. Er staat slechts in, dat er kerken zijn, die wegens een andere geschiedenis en andere omstandigheden een belijdenis hebben, die niet op alle punten met onze belijdenis overeenkomt. En dat behoeft wederzijdse erkenning niet te verhinderen. Ik meen dat dit goed gereformeerd, helemaal naar de Schrift is.
Een ernstig bezwaar van vrijgemaakte zijde tegen onze kerken is het feit, dat wij de oude D.K.O. vervangen hebben door het' Akkoord van kerkelijk samenleven'.
Ja, wanneer men tweemaal een kerk is uitgezet zog. met gebruikmaking van de D.K.O., terwijl deze in werkelijkheid met voeten getreden werd, dan is het begrijpelijk, dat het vertrouwen in die oude D.K.O. wat minder geworden is. De ned. geref.
kerken hebben gestreefd naar een korter, moderner, duidelijker geformuleerd akkoord van kerkelijke samenleving, waarbij de gereformeerde beginselen werden gehandhaafd en de hiërarchie zoveel mogelijk wordt tegengegaan. Een inbreuk hierop is het later toegevoegde art.
34, dat een kerk het recht geeft een besluit van een regionale of landelijke vergadering niet uit te voeren om redenen die het welzijn van de gemeente betreffen. Daar staat echter bij, dat men bij niet-uitvoering van een besluit daarvan aan de zusterkerken rekenschap moet geven.
Dat betekent aan de andere kerken meedelen op welke gronden men een bepaald besluit niet kan uitvoeren.
T.a.v. deze bepaling is helaas nog wel eens een kerk in gebreke.
Daar de vrees voor hiërarchie nog niet bij alle kerken was weggenomen is een preambule opgenomen, waarin staat dat kerken die het akkoord niet aanvaarden hierom toch niet uitgestoten worden. Wel wordt hen verzocht zoveel moge Iijk naar dit akkoord te leven. Tevens wordt hierin de belofte afgelegd, en dat is het belangrijkste, zich aan het Woord van God en aan de belijdenis van de kerk te houden.
Van vrijgemaakte zijde wordt hierover veel ophef gemaakt. Merkwaardig, omdat juist bij de breuk in de vrijgemaakte kerk niet geschroomd werd om de K.O. te schenden als het te pas kwam.
Zo nam de synode van Amersfoort een verstrekkend besluit over de 'Open Brief', terwijl dat punt helemaal niet door de kerken op de agenda geplaatst was. Dit was in strijd met art. 30 K.O. Art. 31 werd meermalen geschonden. Art. 33 betreffende de credentiebrieven werd door de synode van Amersfoort genegeerd. Art. 79, waarin wordt voorgeschreven, dat een naastgelegen kerk bij de schorsing van een predikant bijstand moet geven, werd bij de schorsing van ds.
v.d. Ziel genegeerd. Het zog. wegroepingsrecht van prof. Kamphuis stond evenzeer op gespannen voet met de K.O. Het is maar een greep uit de vele overtredingen. Was het vreemd, dat er na de buitenverbandzetting twijfel kwam over het nut van de D.K.O.?
Bij contacten van vrijgemaakte en ned. geref. kerken zal gesproken moeten worden over de werkelijke punten van verschil: bindingen, die boven de Schrift uitgaan, de vrij makingsideologie en de kerkrechtelijke verschillen.
Daar zijn tekenen, die wijzen op een beter begrip.
De overspannen kerkidee, gepaard met exclusief vrijgemaakte organisaties is wat minder algemeen geworden.
Lidmaatschap van gereformeerde organisaties wordt niet meer zo absoluut geëist.
Hier en daar worden zelfs samensprekingen gehouden. Een goede zaak, mits men maar niet particuliere overgangen op het oog heeft.
Daar wordt de kerkelijke eenheid juist door geschaad.
Samenspreking is alleen al nuttig om elkaar beter te begrijpen en mogelijke misverstanden weg te nemen. Wellicht kan men dan zelfs komen tot onderlinge erkenning.
Wat zou het geweldig zijn als de chr. geref., de vrijgem. geref en de ned. geref. kerken kwamen tot wederzijdse erkenning en samenwerking.
Dat zou een goede aanloop tot echte eenheid zijn.
Tot slot nog een deel van de oproep, die wij in 1970 zonden aan de raad van de Geref. Kerk van Enschede Zuid-West (vrijgemaakt):

"Sinds geruime tijd zien wij, met grote droefheid, dat kerken die trouw willen blijven aan de Schrift en de belijdenis, door classes en synoden worden uitgestoten en dat kerkleden, met bewilliging van meerdere vergaderingen, hun medebroeders en -zusters wegroepen van achter trouwe kerkeraden.
Thans ervaren wij, dat ook de cl. Enschede in haar vergadering van 11 febr. 1970 de kerk van Nijverdal, die trouw is en wil blijven aan de Schrift en de belijdenis en die ook verklaard heeft de band met de andere gereformeerde kerken te willen handhaven, heeft uitgestoten.
Naar de Heilige Schrift zijn wij echter geroepen gemeenschap te onderhouden met hen, die heilig willen leven overeenkomstig Gods Woord en de belijdenis, ook al worden zij door meerdere vergaderingen uitgestoten. Wij zijn immers, zoals ook bij de Vrijmaking in 1944 werd uitgesproken, onder beding van Gods genade, aan niets onderworpen dan alleen aan de Here en Zijn Woord.
Wij verklaren dan ook de uitstoting van de Gereformeerde Kerk van Nijverdal te verwerpen en de gemeenschap met deze kerk te handhaven.
Wij roepen u met de meeste ernst op, met ons het uitstotingsbesluit van de classis te verwerpen en de Gereformeerde Kerk van Nijverdal te blijven erkennen als wettige gereformeerde Kerk.
U toebiddend de leiding van de Heilige Geest."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief