Dominees in dienst
1990-10-26
Hij was een verlegen jongen van amper 19 jaar jong. Hij had gevraagd om een gesprek en kwam op de afgesproken tijd naar mijn bureau.- Jaargang 34
- nummer 22
Hij had verschillende problemen. Hij had geen aansluiting bij zijn maten.
Thuis boterde het niet en zijn vriendin had het onlangs uit gemaakt.
Bovendien had hij financiële problemen.
Achter dit alles ging een ander, een groter probleem schuil. Hij was gokverslaafd.
Daar sta je dan als argeloos gemeentepredikant.
Je hebt nog nooit eerder zoiets meegemaakt. Wat is je taak als predikant, als dienaar van het Woord?
De jongen vroeg om hulp, maar ik denk, dat ik op dat moment de meest hulpeloze was.
Toch hebben we gesproken. Over zijn verblijf op de kazerne, over zijn maten. We hebben gesproken over zijn ouders, het onbegrip thuis. We spraken over zijn angst om zijn probleem te bespreken, zijn schaamte.
Uiteraard bespraken we ook zijn verslaving en dat hij hulp nodig had.
Hulp die ik hem niet kon geven. Professionele hulp.
Het contact verliep heel plezierig. Hij bleef komen. Maar ik voelde me eigenlijk vooral een sociaal werker.
Over God hadden we nauwelijks gesproken, dacht ik.
Totdat hij op een gegeven moment met een vraag kwam.
"U bent dominee, hè?" Ja, ik was dominee.
"Is dat niet christelijk of zo?" Ja, dat was christelijk of zo.
Het bleef even stil en ik vroeg waarom hij dat wilde weten.
Toen vertelde hij, dat hij al eens eerder contact had gehad met een christen en dat het hem toen opgevallen was, dat die echte belangstelling had voor hem. Persoonlijke belangstelling. En dat viel hem nu weer op.
Niet langer voelde ik me toen een sociaal werker maar voluit dienaar van het Woord en dat met terugwerkende kracht.
Ik heb niet veel meer gezegd. Alleen nog dit: "Ik ben blij dat ons contact zo bij je overkomt. Dat is nl. de reden waarom ik dit werk doe, want ik geloof in een God, die zo belangstelling heeft voor mensen zoals jij en ik. En dat wil ik graag met je delen."
Al snel liep toen het contact ten einde. Via de hulpverlening heeft deze jongen de dienst mogen verlaten.
Wat verder het resultaat is van ons contact, is niet meer te achterhalen.
Maar ik weet, dat het meest wezenlijke onderwerp van ons gesprek is geweest: Gods liefde in Jezus Christus.
Dat is het geheim en het eigene van het werk van een legerpredikant: het is "christelijk of zo".
(Ds. C. Smit is Reserve-legerpredikant)