Persschouw

1990-10-26
  • Jaargang 34
  • nummer 22
Over de prediking
In hetzelfde nummer (d.d. 14 september 1990) van het 'Centraal Weekblad' kwam ik een inspirerend artikel tegen van de bekende Ds. L.H. Kwast te Leeuwarden onder de titel: 'Kan de kerkdienst een happening worden?- PREEK VLAK NAAST HET BED '. Wij knipten daaruit het votaende gedeelte:

Als dominee zijn uiterste best doetgoede tekstkeuze, zorgvuldig zoeken naar de boodschap in de tekst, evenwichtige opbouw van de preek, taal en stijl aangepast aan het bevattingsvermogen van de hoorders - is hij er dan?
Nee, want dan heeft hij één ding - en nog wel het allerbelangrijkste - over het hoofd gezien. Dat is, wat de Duitsers noemen, de Sitz im Leben van de gemeente. Mensen gaan, althans in overgrote meerderheid, niet naar de kerk om theologisch bijgespijkerd te worden. Of om geïnformeerd te worden over dominees inzichten in wat in de wereld gaande is. Of om voor de nieuwste actiekar te worden gespannen. Ze hebben andere dingen aan het hoofd Mensen komen in de eredienst zoals ze zijn. Ze hebben een brok verdriet bij zich of soms zelfs een hele vracht. Ze lijden onder de angst dat ze het leven niet aan kunnen. Sommigen onder hen kunnen niet van de drank af blijven en hebben daarom een permanent schuldgevoel. Er zijn tot op de draad versleten huwelijken.
Er zitten Kaïns, Judassen en Petrussen die elke dag in de spiegel kijken en zich over zichzelf geen illusies maken. Tussen de psalmzingers zitten toneelspelers die zich in hun rol niet gelukkig voelen. Op de galerij bevinden zich jonge mensen met een verborgen wanhoop. Er is iemand die niet los komt van wrok om wat ergens in het verleden gebeurde.

Het gaat om hun zaak
Dát zijn de mensen die in de eredienst verschijnen. Daarom moet de preek, zal er iets gebeuren, vlak naast hun bed komen. Ze moeten in de eredienst zichzelf ontmoeten en desnoods met een harde bons tegen zichzelf aan lopen. Onze overgrootouders noemden dat een ontdekkende prediking. En dan moet het kerkgangers gaan als Zacheüs in de boom. Of als Thomas die weg bleef.
Of als die vrouw die vijf mannen had gehad en met de zesde vals spel speelde. Ze moeten allemaal linea recta tegenover Jezus Christus komen te staan.
Als dat gaat gebeuren, kun je onder de prediking een speld horen vallen.
Daar gaat de Geest van de herkenning rond. Daar gaan mensen anders zingen. Je hoort de organist meedoen. Zo'n kerkdienst wordt een happening.

Is het een moeilijke opgave om in de eredienst op dat niveau te komen?
Ongetwijfeld omdat je mensen moet motiveren om uit hun struikgewas te voorschijn te komen. Daarvoor zijn ál die dingen nodig die eerder al werden genoemd. Maar ook nog iets meer. Bijvoorbeeld open ogen en oren voor wat mensen iedere dag beweegt. Dat zijn meestal niet de grote dingen die in de krant staan.
Maar wel alle kleine dingen waarmee het leven voor negenennegentig procent is gevuld. Wat in andere harten omgaat, moet in je eigen hart meevibreren. EIlIdan heb je geoefende en ervaren ogen nodig om te ontdekken dat dat kleine en bedreigde mensenleven al in de bijbel voorkomt en daar telkens met God in ontmoeting treedt.
Ype Schaaf, hoofdredacteur van Friesch Dagblad, constateert terecht dat in de prediking nogal eens vragen worden gesteld die het leven van mensen niet raken. Ik vrees dat hij gelijk heeft. Belast mensen niet met wat hun niet aangaat en waaraan zij geen boodschap hebben!

Het is goed om voor deze dingen permanent de aandacht te vragen.
Over de preek en het preken raakt niemand ooit uitgedacht, uitgepraat en uitgeschreven. Het gevaar ligt voor de hand, dat de predikant wat om de tekst heen aait en alleen maar troost zonder te vermanen. Het gaat allemaal zo goed met de gemeente!
Althans die indruk krijgt men soms. We zijn er eigenlijk al.
Wat moet er nu nog gebeuren? Ja, dan is de kerkdienst verre van een happening. Het blijft allemaal bij het oude. Waar geen ontdekkende prediking plaatsvindt, waar de voorganger in de exegese blijft steken en de toepassing van de tekst naar de gemeente toe verzaakt, daar kunnen de kerkgangers misschien zeggen, dat ze veel geleerd hebben. Maar komt men zo verder dan een theoretisch kennen van bijbelse gegevens?
Heeft men zo konkreet leren wandelen met God? Heeft men gezien wat er in zijn leven veranderen moet? Is er op bekering aangedrongen? Men moet niet denken, dat dat laatste een christelijke gereformeerde hobby is.
Nee, het behoort wezenlijk tot de voorwaarden, die aan de verkondiging van het evangelie moeten worden gesteld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief