Bestaat er toeval?

1990-10-26
  • Jaargang 34
  • nummer 22
Jaren geleden liep mijn Vrouw met onze jongste - toen nog een klein meiske - op een avond in een donkere laan. Iemand passeerde hen en de kleine meid vroeg achteraf: was dat niet mevrouw X.? - Nee, die was het niet. Maar enkele ogenblikken later passeerde mevrouw X. wel en terdege! Toevallig dat haar naam juist tevoren was uitgesproken. - 0 ja? was dat toeval?

Want dat is nu net de vraag: bestaat er toeval? U bent uw reservebril kwijt, net nu de goede gerepareerd moet worden. En zoekend naar iets heel anders komt u de reservebril tegen. Is het toeval?

U bent van plan een verre vriend te schrijven - en de post brengt u een brief van die verre vriend in de bus.
Is het toeval? U piekert zich naar over de naam van een vroegere buurman, aan wie u een geleend voorwerp wilde teruggeven - en zoekend naar het telefoonnummer van de slager staat naam en adres van die vroegere buurman voor uw neus. Is het toeval?

Onlangs verscheen een boek 'Toeval of voorbestemd?", dat bol staat van dergelijke toevalligheden. De journalist Rudie Kagie besteedde er een halve pagina van NRC-Handelsblad aan. Voorbeelden? De kleine groene vouwfiets van haar man was gestolen en dezelfde avond zien ze op de televisie zijn fiets op de Dam rijden.
- Ze komt in een kerk te Deventer en zegt tegen de koster: "in deze akoestiek zou Bach's Hohe Messe goed klinken"; de koster antwoordt: "die is hier gisteren uitgevoerd, mevrouw". - Ze koopt een andere krant dan gewoonlijk en vindt daarin het portret van een vroegere buurvrouw; heeft een kruidenboek gekocht en wordt aangesproken door iemand, die dat boek juist gelezen heeft; denkt over een reisverzekering en vindt een folder over reisverzekeringen op de deurmat liggen; brengt een paar dagen in een onbekend Frans dorpje door en ziet thuis een TV-reportage over datzelfde dorpje! En zo voort. Is het toeval?

Wat betekent het woord toeval?
Het is: wat u toevalt, wat het lot u toespeelt. A ha! en wat is het lot?
"Hoe onschuldig is loten?". AI's we aan ons vorig artikel terugdenken herinneren we ons, dat het 'lot' echt niet mechanisch werkt. David zong in psalm 16 dat de Heere zelf het lot regelt en dat zijn 'erfdeel' uit liefelijke dreven bestond, omdat de Heere het hem had toegewezen. En wat voor David gold zal zeker ook voor ons opgaan: "het lot wordt in de schoot geworpen, maar elke beslissing daarvan is van de Heere"··.

Er zijn daarom veel mensen, die het woord 'toevallig' mijden. Dat woord wekt immers lichtzinnigheid. Maar om het woord nu te vervangen door 'bij ongeluk' (zoals we nog al eens horen) is ook niet gelukkig gevonden: dat is immers een regelrechte vertaling van het Engelse accident, dat zowel toeval als ongeluk kan betekenen. (Terwijl ons 'toeval' in het Engels weer 'chance' wordt genoemd: een kans, die bij kansspelen thuishoort.) Misschien zou 'toevallig' het best vervangen kunnen worden door 'bij geval' en dan hebben we een oud woord uit de Statenvertaling, dat door het gebruik aldaar geheiligd is - en daarom enigszins wereldvreemd werd.

Want tegenover het 'toeval' staan christenen, heidenen en ongelovigen totaal verschillend. De laatsten aanvaarden voor- en tegenspoed als volkomen onberekenbare voorvallen, omstandigheden die niemand in de hand heeft, die aan niemand kunnen worden toegerekend. Heidenen schrijven deze dingen nog aan hun 'goden' toe, die hun goed of kwaad gezind zijn, die de toekomst in hun schoot'" verborgen houden.
Maar gelovigen weten, vertrouwen en belijden dat 'alle dingen niet bij geval maar uit Gods vaderhand ons toekomen". Ja, ze belijden dat Gods almachtige voorzienigheid de schepping zozeer regeert, dat Hij ze als met zijn hand onderhoudt.

Als met Zijn hand
Gods Woord laat er geen twijfel over bestaan, dat alle kleine details in ons leven - laat staan grote voorspoed en tegenspoed - "gelijk als uit Gods vaderhand komen". Dat woord 'als' in Zd 10 H.C. is daar niet zonder grote oorzaak geplaatst. Er staat niet dat alles 'uit' Gods hand komt. Denk bijvoorbeeld aan ernstige ziekte, ontijdige dood, rampen, epidemie. Maar we belijden: "gelijk als uit Zijn hand". Dat ligt ruimer, de dingen komen wellicht uit een andere hand - maar dan toch binnen Gods voorzienig bestel. Hij doet het zelf niet, maar heeft er wel weet van, telt onze tranen, meet ons verdriet.
Dan denken we aan Job, wie de zwaarste tegenslagen overkwamen, "gelijk als uit Gods hand"; waarover Job niet met de Satan ging twisten, maar in zijn pleidooi God zelf aansprak!
Want wie ons de voor- en tegenspoeden ook aanreikt - onze beschermengel dan wel een demoon - het geschiedt alles onder Gods voorzienig bestel en bij Hem moeten we aankloppen voor onze dank, onze boete of ons verweer .•••• Vandaar dat de christenheid in navolging van de Schrift belijdt: dat alle dingen niet bij geval, niet toevallig, naar ons toekomen. Dan denken we ook aan David, die door de Heere (in zijn toorn) werd aangezet om zijn krijgsvok te tellen - maar waarover elders staat dat de Satan hem opstooktev"?").

Er is geen toeval
Wat stom eigenlijk om te gokken. Om bewust het 'toeval' uit te dagen! Een athleet zal wellicht nog voor de wedstrijd zijn knieën buigen (en sommigen doen het, want ze hebben bijzondere bijstand nodig). Maar kunt u zich voorstellen dat een heer in het casino, een dame bij de paardenrennen, Gods vriendelijk aangezicht zoekt? Nee toch? Wie gokt legt een uitdaging voor God neer, zonder Hem aan te zien. Het resultaat kan hem door een engel worden aangereikt, kan hem ook door een demoon worden toegewezen; maar beide onder Gods bestel, onder zijn regering, onder zijn oog.

We kunnen ongelovigen horen zeggen: "God kan immers niet overal tegelijk zijn?" Dat houdt in: Hij kan onmogelijk miljoenen beslissingen in een seconde nemen.

Misschien wel, misschien niet. Wanneer onder Hitier vreselijke dingen zijn gebeurd, schrijven we die aan Hitler toe, al zouden we weten dat nooit Hitier persoonlijk al die wandaden kan hebben gedaan - ze alleen bevolen en met zijn gezag gedekt heeft. Nu is de vergelijking gebrekkig, want God de Heere is alomtegenwoordig en Hitier was dat niet.
Maar niettemin is het goed mogelijk om de uitvoeiing van Gods bestel in de handen van Zijn dienaren te zien.
De Schrift geeft enkele gevallen, waarin God Zelf tegen een mens sprak - maar talloze voorbeelden waarbij een engel optrad. Een engel is immers een "gedienstige geest, uitgezonden terwille van hen die op weg zijn naar de zaligheid"? En als we er aan twijfelen, of de Heere wel genoeg boodschappers heeft om met ons allen gelijktijdig bezig te zijn, dan leert ons de Schrift (Daniël en Openbaring) dat er zeker zoveel engelen beschikbaar zijn als de wereldbevolking nu telt!

Als we geloven in het Godsrijk met zijn ontelbare legioenen van engelen, moeten we ook huiverend denken aan de talloze demonen die, in dienst van de Vorst der duisternis, ons evenzeer omringen. De een stookt u op - de ander waarschuwt u. De een legt een bananeschil voor uw voeten - de ander draagt er u overheen. De een tracht u te laten vallen - de ander heeft zorg dat ge uw voet aan geen steen stoot.

Geloven we aan de Satan, dan moeten we ook aan zijn demonen denken: ze omringen ons aan alle kanten.
Maardenken we aan en geloven we in de Heiland, dan moeten we rekenen op zijn engelen. Zijn die eigenlijk geen apart artikel waard?

*) EI. Bierens de Haan
**) Spr. 16:33
***) schoot: kluis, duister, geheim .
•••• ) A.M. de Jong geeft in zijn roman 'Merijntje Gijzen' een rake tekening van de machten, die elke minuut onze keus tussen goed en kwaad beïnvloeden
••••• ) 2 Sam. 24:1,2 en 1 Kron. 21:1.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief