Eert de overheid
1989-04-28
Mensen in opstand - Jaargang 33
- nummer 9
De mensen in de gezondheidszorg roeren zich. De verplegenden en verzorgdenen zijn in opstand (VVIO). Ze willen er dolgraag 5% bij, want zij werken doorgaans hard en worden er maar matig voor beloond.
Zij zijn de eersten niet, die hun protest laten horen, en na hen zullen anderen wel vlug volgen.
Bij dit soort akties, die naarmate een konflikt voortsleept steeds harder worden, komt altijd weer de vraag boven naar de rechtmatigheid va,n zulke akties en naar de aard van het overheidsgezag.
Een gegeven structuur
In vs 19 van hoofdstuk 12 heeft de apostel Paulus geschreven: "Wreekt u zelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here."
Je zou daaruit de konklusie kunnen trekken, dat voor een christen alle geweld, in de zin van wreken en vergelden, uit de boze is. Maar die kant wil Paulus niet uit. Hij laat zien, in hoofdstuk 13, dat er op aarde wel degelijk ruimte is voor wraakoefening, dat er vergelding plaats vindt, wanneer mensen kwaad bedrijven.
De instantie, die God hiertoe in het leven heeft geroepen, is de overheid, die hier genoemd wordt: een macht (eks-oe-sia), die door God gesteld is (m.n. de vss 1-3). Deze macht wordt uitgeoefend door dienaren (diakonoi vs 4) of rijksdienaren (Ieitourgoi vs 6), die in dienst' staan van God. De overheid is dus geen onpersoonlijke macht, maar krijgt mond en oor door haar dienaren.
Door middel van deze machten (overheden) wil de Here het samenleven van mensen ordenen. De wetenschap, dat hun burgerschap in de hemelen is (Fil. 3:20), mag de gelovigen er niet toe brengen zich aan het gezag van aardse overheden te onttrekken. Zij zijn immers door God 'u ten goede' gegeven. En tot het ordenen van de samenleving behoort ook de zwaardmacht van de overheid. "Zij staat immers in dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft" (vs. 4).
Kijk maar naar het Oude Testament
De apostel spreekt over de overheden in algemene zin. Hij (h)erkent ze als de machten, die God gebruikt om het samenleven van volkeren te ordenen en zó ook de chaos te beteugelen.
Daarin verkondigt het N.T. ons niets nieuws. Met name het O.T. heeft ons immers al laten zien, hoe God d.m.v. zijn dienaren zijn volk regeert. Denkt u bijv. maar aan de oudsten in de dagen van Mozes, de richters, de rechters, de koningen.
Machten, die door God gebruikt worden om recht en gerechtigheid te oefenen onder zijn volk.
Dat God zulke machten geeft, zegt nog niets over de kwaliteit van zo'n overheid of van de overheidsdienaren.
Ook in Israël had je goede en betrouwbare overheidsdienaren, maar er waren ook hele slechte koningen en rechters. Lees er de profeten maar op na. Maar een slechte koning betekent nog niet het faillissement van het koningschap.
Saul wordt ondanks z'n falen door God als koning gehandhaafd. Zelfs David mocht de hand niet opheffen tegen de gezalfde des Heren.
Dat God d.m.v. overheden het samenleven van volkeren wil regeren, betekent niet, dat ook alle uiterlijke verschijningsvormen van overheden door God gewild zijn. Of we nu een republiek, een monarchie of een diktatuur hebben, het wil niet zeggen, dat zo'n verschijningsvorm van God gegeven is. Het is goed om in dit verband 1 Petrus 2:13-17 naast Rom 13:1-7 te leggen. Petrus spreekt daar over de konkrete overheden, "hetzij keizer ..., hetzij stadhouder ... ", als menselijke instellingen.
Instellingen, die God gebruikt tot lof voor wie goed doen en tot bestraffing van boosdoeners.
Voor een goede vergelijking van deze twee schriftgedeelten leze men wat ds. De Jong daar enige tijd geleden over schreef in Opbouw.
Protest en opstand
De overheid is door God gegeven.
Vs 2 benadrukt daarom ook de ernst van tiet negeren en omverwerpen van de overheid: "Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen". Revolutie is dus niet hét antwoord, wanneer je met de overheid in een konflikt ligt. Dat wil echter niet zeggen, dat het overheidsgezag een absoluut gezag is, dat je altijd rücksichtslos aan de overheid moet gehoorzamen. Je mag tegen uitspraken en handelingen van overheden in 't geweer komen. Je mag protesteren via de kanalen, die daartoe gegeven zijn. Bijv. via de onafhankelijke rechter. Je mag Om wille van het geweten, wanneer je ervan overtuigd bent, dat de overheid tegen Gods Woord ingaat, weigeren de overheid te gehoorzamen.
Je mag de overheid ophaar verantwoordelijkheid wijzen t.o.v, de burgers of het milieu. Je mag de overheid ter verantwoording roepen, wanneer er sprake is van slecht bestuur. Wanneer een overheid de kanalen, waarlangs onderdanen kunnen protesteren, dichtknijpt, haar krediet aan geloofwaardigheid verspeelt door wanbestuur, en burgers komen in verzet, dan zal een christen soms voor de keus geplaatst worden: voor of tegen de overheid. En dan kan het wel eens onvermijdelijk zijn om tegen de overheid te kiezen.
Het zal duidelijk zijn, dat zo'n situatie zich pas voordoet, wanneer de overheid zich zodanig gedraagt, dat zij zelf anarctue.In de hand werkt, haar onderdanen onderdrukt en ter dood brengt, en daarmee ook de ordening van God op z'n kop zet.
De apostel Paulus raakt dit probleem overigens niet aan in dit hoofdstuk. Hij ziet een overheid voor zich (weliswaar geen volmaakte overheid), die God gegeven heeft tot ordening van het leven. Een overheid, die de rechtvaardige goed doet en het kwade straft.
Wie goed doet, behoeft voor de overheid niet bang te zijn, wie. kwaad doet moet vrezen, "want de overheid draagt het zwaard niet tevergeefs".
Onderwerping aan de overheid moet men niet doen uit angst om straf, maar om des gewetens wil. D.w.z. omdat men inziet en erkent, dat wat de overheid doet, over het algemeen billijk en redelijk is. Vandaar ook, dat men zich niet aan het betalen van belasting moet onttrekken. Wat voor velen, ook vandaag, blijkbaar een zeer verleidelijke zaak is.
Tevens zal men ontzag en eer geven aan wie dat toekomt. Ook daarin schieten wij veelal tekort. In het aanheffen van leuzen en beschilderen van spandoeken spreekt vaak nauwelijks meer een greintje ontzag en eerbied. Met overheidspersonen, de ministers voorop, mag je alles doen. Je kunt het zo gek niet bedenken. Als burgers mag je kritisch zijn t.o.v. de overheid en haar dienaren, maar wel met respekt en op een fatsoenlijke toon.