Fundamentalisme (1)

1989-05-12
  • Jaargang 33
  • nummer 10
1. Van Opbouw tot Khomeini

Het lijkt mij zinvol om in dit en de komende nummers van 'Opbouw' iets te schrijven over het fundamentalisme.
Die term blijkt namelijk verschillend gebruikt te worden en gaat daardoor aan duidelijkheid verliezen.
In de eerste plaats is het een aanduiding van een bepaalde wijze van bijbellezen. Zo schreef drs. H. de Jong in mei 1986 een artikel in dit blad onder de titel Tussen fundamentalisme en modernisme. Daarin noemde hij het 'fundamentalistisch' om "allerlei oneffenheden, (in de bijbel) op een gewrongen wijze weg te praten".
In de tweede plaats wordt de term gebruikt in diskussies rond de feitelijkheid van de geboorte van de Here Jezus uit de maagd Maria en zijn lijfelijke opstanding uit het graf.
Toen bv. de Duitse theologe Uta Ranke-Heinemann in 1987 het leerstuk van de maagdelijke geboorte verwierp, werden mensen die daartegen een fel protest aantekenden als 'fundamentalist' betiteld. Dan gaat het dus over meer dan over een "gewrongen wegpraten van oneffenheden in de bijbel".
Een weer ander gebruik van de term 'fundamentalisme' treft men aan, waar bepaalde fanatieke vormen van godsdienst ermee worden aangeduid. Zo kunnen de Amerikaanse televisie-dominees in één adem genoemd worden met de Iraanse leider Khomeini: vanwege hun even extreme als intolerante religieuze instelling worden zij als 'fundamentalist' aan de schandpaal genageld. Dat alles levert een verwarrend beeld op. De verwarring neemt nog' toe, doordat het woord 'fundamentalisme' hoe langer hoe meer gaat fungeren als een benaming voor alles wat in tegenstelling staat tot het 'verlichte' denken van de moderne tijd. Zo kwam ik in 'Trouw' de bespreking van een boek tegen, waarin de klassieke theologie van de Reformatie 'orthodox-fundamentalistisch' werd genoemd, dit dan in tegenstelling tot het later opkomende humanisme, agnosticisme en atheïsme. En in een interview met dezelfde krant zei een - overigens tamelijk behoudende - rechter: "De buitenlanders zijn wat drugs betreft fundamentalisten. Die geloven nog in zware straffen." Als dat zo doorgaat, is niemand die zich onwennig beweegt in het moderne levensklimaat, zijn leven als nietfundamentalist nog zeker!

2. Wat is fundamentalisme?

Hoog tijd dus voor de vraag, wat fundamentalisme nu precies is. Het is onomstreden, dat de term in zwang is gekomen nadat in Amerika van 1910-12 een reeks geschriften werd gepubliceerd onder de titel The Fundamentals. Daarin werd het christelijk geloof scherp afgezet tegen het evolutionisme van Darwin en de radikale Schriftkritiek van de 1ge eeuw. Men poneerde de onopgeefbaarheid van 5 punten: de foutloosheid van de bijbel, de maagdelijke geboorte, het plaatsvervangend zoenoffer van Christus, zijn lijfelijke opstanding en zijn wederkomt. De beweging van waaruit dit protest ontstond en die er verder vorm aan gaf, is sindsdien 'fundamentalisme' genoemd.
Toch is hiermee nog niet precies aangegeven wat wij onder het fundamentalisme hebben te verstaan.
Er zijn namelijk heel veel christenen die het evolutionisme afwijzen en de bijbelse verkondiging van de grote heilsfeiten zeer serieus nemen, zonder dat zij thuishoren in die uit Amerika afkomstige protestbeweging.
Ik geef daarom in 5 punten een nadere karakterisering van het fundamentalisme, waarbij ik heel wat ontleen aan het kritische en 'uitvoerige boek Fundamentalism van de Britse bijbelgeleerde James , Barr.
Karakterisering in 5 punten
1. Het fundamentalisme komt tegenover de Schriftkritiek in die zin op voor de betrouwbaarheid van de bijbel, dat het er van uit gaat dat er in de bijbel absoluut geen fouten staan. Het een hangt met het ander samen: de gedachtengang is namelijk, dat de bijbel alleen betrouwbaar is in zijn verkondiging van de grote heilsfeiten, als hij in àlles betrouwbaar is. Dus gaat men ervan uit dat er in de Schrift geen enkele onjuistheid of vergissing voorkomt.
2. Het fundamentalisme staat zeer argwanend en vijandig tegenover de moderne theologie en bijbelwetenschap.
Het staat niet open voor een zakelijke bestudering van werken die in meerdere of mindere mate Schrift-kritisch getoonzet zijn, maar wijst ze fel af zonder er wezenlijk op in te gaan.
3. Binnen het fundamentalisme heeft men er grote moeite mee, gelovigen die anders denken als 'ware christenen' te zien. De instemming met de hierboven genoemde fundamentele geloofswaarheden is daarvoor een beslissend kriterium.
Zo is het problematisch voor een fundamentalist, om iemand die bv.: niet gelooft dat de Here Jezus uit de maagd Maria geboren is, als ware broeder of zuster in de Here te erkennen.
4. Het fundamentalisme is nauwelijks geïnteresseerd in de theologische doordenking van het evangelie.
Het hanteert de fundamentele geloofswaarheden als losse leerstukken waarmee instemming betuigd moet worden, zonder dat zij in hun onderlinge samenhang worden gezien en gehonoreerd. Zo wordt er bv. heel sterk gehamerd op de lijfelijke opstanding van de Here Jezus, maar laat men na om de plaats van de opstanding in het geheel van de heilsgeschiedenis te bepalen.
5. Het fundamentalisme is in die zin een 'modern' verschijnsel, dat het zich door een moderne probleemstelling kenmerkt. Het is immers een .reaktie op de opkomst van de moderne natuurwetenschap en de moderne kritische benadering van de bijbel. Daardoor onderscheidt het zich van bv. de klassiek reformatorische benadering van het geloof, die veel onbevangener met oneffenheden inde bijbel en het scheppingsverhaal omging.

3. Omgaan met de Bijbel

Het loont de moeite om speciale aandacht, te geven aan de manier, waarop het fundamentalisme met de bijbel omgaat. Niet voor niets staat de 'foutloosheid' van de bijbel bovenaan de lijst van fundamentele geloofswaarheden. Als je ergens de 'huisstijl' van het fundamentalisme terugvindt, dan wel in zijn kijk op de Heilige Schrift.
Uitgangspunt is, dat Gods woord in de bijbel absoluut geen hinder ondervindt van de menselijke bijdrage aan de totstandkoming van Oude en Nieuwe Testament. Weliswaar zijn mensen inderdaad ingeschakeld om Gods openbaring op schrift te stellen, maar die heeft daarbij niets van zijn verblindende glans verloren.
Het menselijke karakter van de bijbel is volkomen ondergeschikt aan de goddelijke inhoud. Er ligt hier een parallel met de visie van de fundamentalisten op de persoon van Christus. Van de oude kerk hebben zij de belijdenis overgenomen, dat Hij werkelijk God en werkelijk mens is, maar in de praktijk funktioneert die belijdenis nogal eenzijdig: Christus' mens-zijn wordt overstraald en gedomineerd door de majesteit van zijn God-zijn. Zo is het ook met de bijbel: Gods Woord komt tot ons in mensenwoorden. maar die zijn als het ware doortrokken van hemelse volmaaktheid.
Dat betekent, dat de bijbel per definitie een gaaf geheel is, waarin geen enkele oneffenheid of onjuistheid kan voorkomen. Want stel, dat een bijbelschrijver een fout zou maken bij het verslag van' een gebeurtenis, of een bewering zou doen waarvan de natuurwetenschap zou vaststellen dat ze onjuist is, dan zou de bijbel niet meer het volmaakte en betrouwbare woord van God zijn.
Met de konsekwenties hiervan gaan we over twee weken verder.




Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief