Tussen kerk en keuken
1989-05-12
Vorige week was er bij ons thuis een vergadering van de kerkeraad. Hoewel deze bijeenkomst openbaar heet te zijn, was ik er van overtuigd, dat de broeders mij pijnlijk verrast aan zouden kijken als ik ook knus een stoeltje bij trok, dus ik zocht mijn vertier bij een zuster, die door dezelfde vergadering het rijk alleen had.- Jaargang 33
- nummer 10
Ze stond toen ik daar aankwam in de keuken en logenstrafte energiek de stelling, dat een mens maar een ding tegelijk goed kan doen. Ik keek vol bewondering toe hoe ze a: een was streek, b: een saus voor de spaghetti maakte, c: een cryptogram oploste en d: de preek besprak die we de zondag daarvoor hadden gehoord. Nu ging die preek over een tekst uit Jacobus nl.: het gebruik van de tong. Met name hoe je je naaste, je man, of je kind kunt kwetsen door onnadenkende woorden.
Bezwaard keek ze me aan en zei: "Ik dacht meteen toen hij begon ...ai... dat slaat ook op mij ... wie de schoen past, trekke hem aan". Nu zat het modelletje mij ook als gegoten, dus ik leefde van harte mee.
Onwillekeurig moest ik denken (want de geest van Eva om ook anderen bij mijn misstappen te betrekken, is nog steeds vaardig over mij), aan wat een vriendin, die op het synodale erf kerkt, overkwam.
Hun nieuwe predikant kwam kennismaken op een regenachtige en wat sombere middag. Zij zelf was in een gedeprimeerde bui en de nieuwe predikant was ook meer met hemelwater dan spraakwater overgoten.
Ze zaten zwijgend en klammig een tijdje tegenover elkaar, terwijl af en toe een van beiden een opmerking maakte, die sloeg op het weer of op iets anders ongevaarlijks. Na één van de stiltes, die een paar minuten duurde, zei de predikant bedrukt: "U zult wel denken .. Wat is die man stil" "Om maar niet te zeggen SAAI!" ging mijn vriendin met dezelfde intonatie verder, om vervolgens verwezen om zich heen te kijken en zich af te vragen wie zo iets verschrikkelijks had gezegd, want het kon toch niet dat zij dat er uit had geflapt. De dominee kleurde lichtrood en beaamde toen "Dat ook wel een beetje misschien ..."
Hoe ze zich er uit heeft gered weet ik verder niet.
lets dergelijks overkwam mijn dochter.
Erfelijk belast vrees ik.
Om haar financiële toestand een beetje op te vijzelen heeft ze sinds jaar en dag een baantje voor de zaterdag in een schoenenzaak. Ze vindt dat best leuk werk om te doen, vooral als de klanten haar nadrukkelijk bij de keuze van hun schoeisel betrekken. Een tijdje geleden kwam er een meisje in de winkel schoenen kopen, die ze op haar .trouwdag wilde dragen. Ze had haar oog laten vallen op een paar schoenen, wit met gouden hakken en gouden strikken. Op een vertrouwelijke toon vroeg ze aan mijn dochter: "Zeg ...hoe vind jij ze eigenlijk". Op even vertrouwelijke toon zei Janneke terug. "Ik vind het echte bordeelstappertjes".
Achter haar, snakte de baas, die zich ongelukkigerwijs binnen gehoorsafstand bevond, naar adem. "Ik bedoel natuurlijk ...hm... hm", hoestte de dochter radeloos, en gaf er een andere draai aan.
Het meisje ging de deur uit met een paar gladde wit leren pumps en dat was wel een geluk voor Janneke, want de blikken van haar baas beloofden minimaal een uitbrander.
Enfin ... Ze werkt er nog.
"Proef eens even", zei mijn kerkelijke zuster en switchte moeiteloos van de ongerechtigheden van de tong, naar de spaghettisaus. Het smaakte werkelijk heerlijk en aan het eind van de avond lag haar was gestreken in de kast, de saus stond na te pruttelen, de puzzel was op een woord na opgelost, maar de preek ... daar waren we nog niet klaar mee.