Trommius en de vrouw

1989-05-12
  • Jaargang 33
  • nummer 10
U kent de onsterfelijke figuur van Dik Trom? Een bijzonder kind, zeiden zijn ouders, en dat was-ie.
Welnu, aan de faam van deze held uit onze jeugdjaren gaan we vandaag niets toevoegen. Maar liever willen we nu eens spreken over Abraham Trommius, misschien wel een voorvader van Dik Trom.

Bram Trom (op weekdagen) heette 's zondags ds. Abraham van den Trommen, en op hoge feestdagen Abrahamus Trommius. Hij leefde van 1633 tot 1719 en in zijn kleuterjaren hoorde hij veel spreken over de eerste statenbijbel, die immers in 1637 verscheen. Zeg nu eens, dat ook Abraham geen bizonder kind was, want dat was-ie.
Hij werd predikant en in 1657 beroepen te Haren Gr. -waar later onze ds. G. Visee zijn ambtelijke loopbaan beëindigde. In 1671 werd hij naar Groningen geroepen. Op zich het vermelden nauwelijks waard.

Maar zijn 14 Harense jaren heeft de zeergeleerde Trommius lang niet stilgezeten: hij schreef een Concordantie op het nieuwe testament van de statenbijbel. En daar is het niet bij gebleven, want in zijn Groningse jaren voltooide hij de concordantie op het oude testament (1685/91), publiceerde voor zijn dood een concordantie op de Septuagint en liet zijn autobiografie liggen tot 1720, het jaar na zijn dood.

Wat is een concordantie ook weer?
Volgens de handboeken is het een alfabetisch register van trefwoorden en verwijsplaatsen voor 1 auteur of 1 boek. Trommius had vertrouwen in de duurzaamheid van de statenvertaling.
Terecht, want nog in 1952 werd zijn handboek herdrukt en de statenvertaling wordt nog volop gebruikt, al schijnt deze door de tijd te zijn achterhaald.

Werkwijze
We kunnen ons voorstellen hoe hij gewerkt heeft. Hij besefte dat de bijbel het begin en het eind van de pastorale wijsheid en het dagelijks brood voorde gelovigen is. Daarom wenste hij - voor zichzelf, zijn collega's en de bijbellezende gelovigen - een sleutel te bezitten, om elke schriftplaats zonder tijdverlies op te sporen.
Hij begon dus bij Mattheus en noteerde op een vel papier, waarboven een B stond: Boek (+ 3 Griekse woorden) Matt. 1:1 Het B. d. geslachts v.
Jez. Chr." Na deze regel vond hij het woord Geslacht. Hij nam een nieuw papier, waarboven hij een G schreef en toen: ..Matt. 1: 1 Het boek des G. van Jezus Chr .".
De volgende namen -Jezus Christus, David en Abraham - schreef hij op 3 aparte vellen. Toen begon hij aan Matt. 1:2 en vond Gewinnen.
Hij sloeg de stamtafel der vaderen maar over en ging verder bij Mat. 1:17 ..AI de G. van Abr. tot Chr." en voegde dit op het papier G, achter het reeds bestaande trefwoord Geslacht.
Hij zou dit woord nog 50 maal tegenkomen in het NT en later nog 175 maal in het oude testament.
We hebben weinig fantasie nodig om te beseffen dat zijn werktafel al gauw te klein was om alle papieren en stroken te plaatsen. Zijn hele werkvloer werd ermee bezaaid.
Toen ook alle tafels en stoelen belegd waren, zijn schoorsteenmantel, zijn boekenschappen, zijn .aanrecht en zijn fornuis, zijn bed en... nee, van het kleine vertrek is niets bekend ...
Rekent u voor de aardigheid eens mee. Een pagina van Trommius telt ca 168 verwijsplaatsen. Er zijn 976 pagina's in oud en nieuw testament samen: Dat levert ca 164.000 verwijsplaatsen, allemaal in "handwerk opgezocht, met de ganzeveer genoteerd, alfabetisch gerangschikt en eindelijk als een eenheid persklaar gemaakt. "

Dat is toch monnikenarbeid? Zeven jaren van dienstbaarheid, bijzondere dienst aan het Woord, zonder dat er - als bij Jacob - een vrouw mee verdiend werd! Integendeel: er is stellig weinig speelruimte voor mevrouw Trommius overgebleven, want - en nu vertel ik de legende, die mij door mijn vaderen is overgeleverd - mevrouw Trommius verscheen pas bij de slotacte te Haren op het toneel. En stelde een daad!

Toen Trommius namelijk met een zucht van dankbare trots zijn eerste boek - nadat hij de talloze kladaantekeningen in het open vuur geworpen had - aan zijn eega toonde, zei deze critisch: zo, is het dat nu helemaal? En legde het kostbare manuscript boven op de vurige resten van de kladstroken, in het open vuur.
Volgens genoemde bronnen is Trommius de volgende dag opnieuw aan dezelfde taak begonnen, waarmee hij andermaal zeven jaren van zware dienstbaarheid inging. Hij was, toen hij naar Groningen ging, juist gereed met zijn tweede manuscript en zorgde dat het ditmaal niet in het vuur maar op de drukpers terecht kwam. Veertien jaren van dienstbaarheid, en nog zijn vrouw niet verloren - indien de latere Dik Trom tot zijn nageslacht mag worden gerekend.

Ik vertelde deze overlevering aan twee zusters. Beiden hielden de adem in toen het manuscript in het vuur terecht kwam. Beiden waren geëmotioneerd. De een zei: "kan ik goed begrijpen, wanneer je als vrouw op een dergelijke manier verwaarloosd bentI" De ander zei: ..nee, onbegrijpelijk, wanneer je toch van je man houdt en hem in zijn werk steunt." En aangezien de titel meer belooft dan Trommius .
alleen, gaat het nu nog even over: De vrouw.
Het behoeft geen lang betoog om te stellen, dat wijlen mevrouw Trommius een hard leven heeft gehad.

Niet alleen in Haren (dat was nog maar de aanloop) maar haar hele huwelijksleven. Een man te hebben, die met verplichte maaltijden en minimale bedrust in leven moet worden gehouden - nu, daar zou menige vrouw tureluurs van worden.
En dat slechts om een"enkel geesteskind te baren! Ze zal wel eens wat anders gewild hebben van haar droge Bram. Een huishoudster zou al lang weggelopen zijn uit de rommel.

Aan de andere kant - want eerlijk is eerlijk - heeft Trommius juist dit machtige werk kunnen voltooien, dank zij de spontane of geprikkelde hulp van zijn vrouw. Die zorgde voor zijn natje en droogje, hield hem overeind en in de kleren, reed zijn gezondheid na en inspireerde (naar wij vurig hopen) hem om dit werk, dat het drie eeuwen uithield, klaar te krijgen.

Ik ga u niet alles vertellen - maar mijn lieve moeder zei weleens, als mijn vader 14-16 uur per daq met ambtelijke bezigheden belast was: ..een predikant behóórt niet te trouwen en een gezin te stichten!" Vandaar het werkwoord monnikenarbeid.
Alleen kloosterlingen kunnen zich vandaag zo iets veroorloven.
Maar wat zou uzelf nu prefereren?
Een dienende Martha? Of een luisterende Maria?
Hebben we ze niet beide nodig: de dienende Martha die ons op de been houdt en de meedenkende Maria die ons inspireert?

Vandaag
Om nog even compleet te zijn: hoe gaat zo'n werk vandaag? Wel, op de vertaling van het Ned. Bijbelgenootschap gaf Kok een concordantie uit, die door de onder ons bekende schrijver W. v.d. Kamp (destijds Kampen, nu Brits Columbia) werd ontworpen: in doorschrijfpapier, waarvan 1 deel in reepjes kon worden verdeeld, die in de sorteermachine terecht kwamen. En vandaag is dat natuurlijk allang vervangen door de computer, het chipswonder, dat al onze problemen oplost. Maar nu zijn we van de mens naar de machine afgezakt. En die mens heette Trommius. Een bijzondere man en dat was-ie.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief