Post uit Rwanda

1990-11-09
  • Jaargang 34
  • nummer 23
Oorlog
Opeens was het oorlog in Rwanda.
De zon scheen, net als altijd en de vogels floten en alles leek gewoon net als anders en toch was in één dag alles veranderd. We mochten niet meer naar buiten na donker.
Een paar dagen later mochten we zelfs helemaal niet meer naar buiten.
Iedereen moest in zijn huis blijven.
Dat was voor de zekerheid, want in het noorden van het rand werd gevochten en wie weet zouden hier ook soldaten komen.
Jonathan, Matthijs en Gersom konden niet naar school. We konden ook geen dingen kopen. Het leek wel een beetje feest. We deden spelletjes en we aten pudding uit Nederland bij het eten, pudding die we bewaren voor speciale dagen. Maar echt leuk was het natuurlijk niet.
Gelukkig kwamen: hier geen soldaten.
Ja, er zijn wel soldaten, de soldaten die hier wenen. Ze hebben nu grote geweren bij zich en ze controleren alle mensen. Ik moest ook van mijn fiets en de soldaat wilde in mijn tas kijken. Er zat suiker in en rijst en twee bijbels en twee schriften, want ik had net les gegeven. Ik moest ook mijn kaart laten zien met mijn naam en mijn foto erop. Alles was goed.
De soldaat begreep dat ik met dat eten en die bijbels niet van plan was om mee te doen aan de oorlog. Drie dagen moesten w.ebinnen blijven maar nu is de school gewoon weer begonnen. We mogen niet met de auto rijden, maar-dat zouden we niet eens willen want er is geen benzine.
Nu moeten we afwachten wat er gebeurt daar in het noorden van het land. Sommige blanke mensen zijn weggegaan, terug naar hun land. Ze willen hier niet blijven zolang er oorlog is. Jonathan is verdrietig. Zijn beide vrienden gaan weg. Een is al weg, de andere gaat vrijdag. Is het hier dan gevaarlijk? Welnee, nu niet en zeker voor ons niet. De soldaten die begonnen zijn met vechten willen de regering van het land aanvallen, zij willen hier de baas worden.
Maar het nare is dat je nooit weet wat er gebeuren gaat als er gevochten wordt.
We vonden het niet leuk dat we in huis moesten blijven die dagen.
Jonathan en Matthijs verveelden zich een beetje en toen kwam er zelfs ruzie. Ze wilden alletwee de baas zijn bij een spel en opeens was het schreeuwen en vechten. Gebeurt dat bij jullie ook wel eens? Ik werd boos, vreselijk boos, veel bozer dan anders. "Is het hier in huis nu ook al oorlog?" riep ik heel hard. "Vinden jullie dat soms leuk?" De jongens hielden meteen op. "Dat is niet eerlijk,"
zei Jonathan. "Je weet wel dat wij oorlog niet leuk vinden."
"Waarom vechten jullie dan?" zei ik.
"Omdat hij altijd de baas wil zijn,"
begon Matthijs. "Ikke?" riep Jonathan boos. "Jij." Bijna was het weer ruzie. Hoe komt dat toch dat er zovaak ruzie is? Waarom wil altijd iedereen de baas zijn? Waarom is er zoveel oorlog? Snappen jullie dat?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief