Verantwoording van een christen
2008-01-18
J. Lakerveld Bescheidener titel kan haast niet: Waarom ik een christen ben. John Stott, in al zijn geleerdheid, schrijft geen stoere verdediging van het christendom, maar vertelt vanuit zijn liefde voor de Heer waarom hij zich vol overtuiging aan Jezus heeft toevertrouwd.- Jaargang 52
- nummer 2
Het boek is geen felle reactie op Bertrand Russell’s Waarom ik geen christen ben; Stott valt geen ongelovigen aan, hij laat zien waarom voor hem het christelijk geloof de enige mogelijkheid is. Persoonlijk, niet zweverig, helder argumenterend.
Het resultaat is een boek dat overzichtelijk is, met een duidelijke structuur; met functionele voorbeelden en citaten. Uiterst leesbaar.
Met liefde
De auteur kent alle tegenwerpingen van ongelovigen en zoekenden. Hij weerlegt ze en maakt duidelijk waarom ze niet vol te houden zijn. Altijd met liefde, zonder zwaar in de aanval te gaan.
Natuurlijk kom je een hoop bekende dingen tegen, het zou slecht met ons gesteld zijn als dat niet zo was, maar Stott gaat diep en weet alles een plaats te geven.
Hemelse Jager
Aan het eigenlijke betoog gaat het hoofdstuk Een hemelse jager vooraf.
‘Op een bepaald moment nam ik de beslissing een volgeling van Christus te worden. Op die avond opende ik mijn hart voor Christus, dat is waar, maar het is slechts één kant van de waarheid.’ De andere kant is dat de hemelse Jager zelf hem gevangen heeft. Het initiatief lag bij Christus.
Die heeft hem achtervolgd tot hij zich overgaf. Met opzet vertelt hij dit op deze manier. Tot troost van mensen die het jammer vinden dat ze niet als Saulus een ‘Damascus-ervaring’ hebben, laat hij zien dat bekeringen helemaal niet zo plotseling plaats vinden. Bij Saulus zelf ook niet. Christus verwijt Saulus bij Damascus zijn halsstarrigheid (Handelingen 26:14).
Betrouwbaar
Stott is een christen omdat de aanspraken van Christus betrouwbaar zijn. In Hem zijn Oudtestamentische profetieën vervuld: Hij is de Mensenzoon waar Daniël het over heeft en de lijdende knecht uit Jesaja 53.
Bovendien is Hij aantoonbaar dé Zoon van God. Stott laat ook zien hoe hij overtuigd is geraakt door het gezag waarmee Christus spreekt en de macht die Hij heeft om te verlossen en te oordelen. En vooral door de merkwaardige paradox dat Jezus met zijn geweldige pretenties zo nederig en zachtmoedig blijft en de voeten wast van zijn dienaren, terwijl Hij hen zojuist gezegd heeft dat Hij hun meester en Heer is.
Het woord ‘kruis ‘alleen al
Stott is ook overtuigd door Jezus’ missie: zijn sterven aan het kruis.
Objectief bekeken is het merkwaardig dat Jezus’ dood zo veel aandacht krijgt: Lucas besteedt er een kwart van zijn evangelie aan; Matteüs en Marcus een derde en Johannes de helft. Notabene de kruisdood waarvan Cicero gezegd heeft ‘dat een Romeins burger zich verre moet houden van het woord ‘kruis’ alleen al, dat hij het uit zijn gedachten, zijn ogen, zijn oren moet verbannen.’ En dat kruis is symbool geworden voor het christendom. Niet de kribbe of de droogdoek van de voetwassing. Het kruis dat laat zien hoe God trouw bleef aan zijn rechtvaardigheid en zijn liefde door in zijn zoon zelf de straf te dragen. En daarmee tegelijkertijd de macht van de zonde overwonnen heeft.
‘Ik denk dat ik nooit in God zou hebben kunnen geloven als het kruis er niet geweest was. Het is het kruis dat God zijn geloofwaardigheid geeft. Hij is onze wereld van vlees en bloed, tranen en dood binnen gekomen.
Vrijheid
Een heel hoofdstuk wijdt Stott aan de ‘paradox van het mens-zijn’. De mens die product is van schepping en zondeval.
Aan de ene kant glorieus – als evenbeeld van God met al zijn mogelijkheden met aan de andere kant de schande, de onreinheid die binnen in ons zit, ons egocentrisme. Heerlijk dan de boodschap van het evangelie: Christus reinigt ons en kan door de werking van de heilige Geest in ons hart komen wonen, ons nieuw maken en omvormen tot zijn beeld.
En dat brengt hem bij de volgende reden. Dat Jezus Christus de sleutel is tot echte vrijheid.
Vrijheid die inhoudt dat de mens tot de bestemming komt waarvoor hij geschapen is, namelijk om lief te hebben, zowel God als zijn naaste.
Vervulling van verlangens
Het evangelie betekent ook de vervulling van onze verlangens. In de eerste plaats, het verlangen van de religieuze mens naar iets dat de stoffelijke wereld ontstijgt. Stott herkent het en vindt de vervulling in de persoonlijke relatie met God. Hij noemt als andere verlangens, het zoeken naar de zin van het leven en de behoefte aan gemeenschap en liefde.
Het is de drievoudige zoektocht waar elke mens mee bezig is; het is eigenlijk de zoektocht naar God, naar zichzelf en naar de naaste. Het is Christus die onze aspiraties vervult en ons zo naar de volheid van het leven leidt.
John Stott heeft met dit boek – zijn vijftigste? – een warm boek geschreven. Met geweldige pretenties en toch bescheiden. Uitnodigend. Eigenlijk zonder dat hij dat expliciet zo zegt, lokt hij de lezer ermee naar Christus toe.
John Stott, Waarom ik een christen ben. Novapress, Hoenderloo, 2007.
144 pag., € 12,90.
Jan Lakerveld is neerlandicus, lid van de NGK te Emmeloord en redacteur van Opbouw.