Post uit Rwanda
1990-11-23
Oorlog- Jaargang 34
- nummer 24
"Vader! De soldaten zijn in de buurt en ze doorzoeken de huizen!!"
Emmanuel praat zachtjes maar toch klinkt het als een schreeuw, zijn ogen staan angstig en hij hijgt. Aan de tafel zit zijn vader. Hij zit daar al de hele morgen, haast zonder te bewegen met zijn handen voor zich gevouwen. Nu kijkt hij op en vraagt: "Was je buiten?" "Hier vlak om de hoek, zegt Emmanuel, even maar en ik zag..." "Niemand mag naar buiten, ik dacht dat je dat wist" zegt vader rustig. Vader is altijd zo rustig en stil, begrijpt hij dan niet wat er aan de hand is? "Vader," fluistert Emmanuel. "Natuurlijk komen er soldaten om de huizen te doorzoeken"
zegt vader dan. "Natuurlijk, het is oorlog. In de hoofdstad zijn wapens gevonden en mensen in de stad zijn zelfs mee gaan doen met de vijand. Natuurlijk zoeken ze hier ook naar verraders en naar wapens."
"Maar vader, begrijpt u het dan niet?" Emmanuel beeft haast. "De vijand komt uit Oeganda. Marthe studeert in Oeganda, Jafet woont in Oeganda, ze gaan denken dat wij er ook wat mee te maken hebben."
Vader schrikt helemaal niet van die woorden. Hij kijkt Emmanuel alleen maar aan. Ach, natuurlijk heeft hij daar ook al aan gedacht. Natuurlijk.
Marthe is nu thuis bij haar vader en haar broer. Op de universiteit in Oeganda was een opstand. Studenten hebben gevochten met politiemensen.
Er zijn mensen gedood.
Marthe is gauw naar huis gekomen en nu wacht ze wanneer ze terug kan gaan. Jafet,. hun broer, is politieman in Oeganda. Hij vindt dat prachtig.
Hij was altijd al een jongen met een grote mond die ervan hield om stoer te doen. Vader hield er niet -van en moeder schudde vaak haar hoofd over Jafet toen ze nog leefde.
Laatst stuurde hij nog een briefje, weer vol stoere taal. Hij werd al rijker en rijker, schreef hij. Hij liep met een enorm geweer rond en kon doen wat hij wou.
Hij schreef dat hij het prima had in Oeganda en dat het beter was dan in Rwanda waar alles zo precies geregeld is. Emmanuel krijgt een schok als hij aan dat briefje denkt. "Vader", zegt hij ongerust, "waar zijn de brieven van Jafet en Marthe. Als de soldaten die vinden denken ze helemaal dat Jafet er wat mee te maken heeft. We moeten die brieven verbranden." Vader haalt zijn schouders op. "Je moet maar doen wat je goed vindt" zegt hij zacht. "Wat wilt u dan doen?" vraagt Emmanuel ongeduldig "Bent u dan niet bang?"
"Ik bid" zegt vader. Hij buigt zijn hoofd en blijft weer doodstil zitten.
Zo gaat het altijd. Emmanuel weet niet wat hij ervan moet denken. Vader bidt. Als er iets ergs is bidt vader.
Hij kijkt naar de oude lange magere man aan de tafel.
Hij, Emmanuel, is de jongste zoon.
Het lijkt of zijn vader altijd oud is geweest. Soms wordt hij er zo ongeduldig van. Wat er ook gebeurt vader heeft altijd maar een antwoord: bidden. ja, vader doet zijn werk, vader krijgt erg veel bezoek, en hij bezoekt veel mensen, hij zit helemaal niet stil, maar altijd als er iets is om boos over te wezen of verdrietig of bezorgd dan gaat vader ergens zitten, heel stil om met God te praten, soms dagen lang. Emmanuel wil dan juist iets dóen. Iets, geeft niet wat, maar niet stilletjes afwachten.
Hij wordt er boos van en angstig. Hij houdt veel van zijn vader, heel veel.
Toen zijn moeder gestorven was zeiden de vrienQen tegen zijn vader: "Je moet een andere vrouw zien te vinden. Je bent een oude man. Je hebt iemand nodig die lekkere dingen voor je kookt, die je warm houdt als je het koud hebt, een vrouw die voor je zorgt als je ziek bent." Maar vader zei: "Later misschien, als ik geen kinderen meer in huis heb.
Jullie weten toch dat een vrouw hier meestal niet houdt van de kinderen die niet van haar zijn. Nee ik trouw niet weer voor mijn kinderen allemaal zelf een gezin hebben." Dat zei vader en hij sprak er niet meer over.
"God weet wat we nodig hebben"
zegt hij altijd. Emmanuel kan niet blijven staan en kijken naar zijn vader. Hij loopt met grote passen naar de la waarin meestal alle papieren liggen. Hij pakt de brieven eruit en loopt naar de keuken. Marthe heeft een vuur gemaakt en staat te koken. "Alle brieven uit Oeganda, van jou en Jafet. Ik denk dat we ze maar beter kunnen verbranden, de soldaten komen de huizen doorzoeken."
Marthe knikt zonder iets te zeggen. Ze ziet er een beetje grijs uit i.p.v. zwart, zie je wel, zij is ook bang. De brieven glijden in het vuur, ze krullen op en .naeven is er niks meer van over dan as. Emmanuel voelt zich iets rustiger. Hij wil wel met Marthe praten, maar die zegt niks, die zwijgt en roert in de pan en van vader krijgt hij ook geen woord meer.
Dan wordt er aan de deur geklopt.
Marthe blijft staan met de lepel in de hand of ze van steen is. Emmanuels hart begint wild te kloppen. Ze horen vader langzaam opstaan en naar de deur lopen. Ja", het zijn de soldaten.
Ze stellen allerlei vragen, kortaf. Ze vragen of vader kinderen in Oeganda heeft. "Ja, zegt vader, "twee, één is nu thuis". "Waarom is ze thuis? Wat doet de ander en waar is hij?" De soldaten willen alles precies weten. Ze kijken in de kamers, in de keuken, in de tuin. Ze vinden niks dat er niet zou mogen wezen.
"Waar zijn brieven van uw kinderen?"
vraagt een soldaat ineens.
"Brieven?" "Ja, uw kinderen schreven toch wel eens vanuit Oeganda."
,,O, die brieven, die hebben we niet bewaard," zegt vader rustig. "Niet bewaard? En waarom niet?" Vader haalt zijn schouders op "Gewoon we hadden ze niet meer nodig." "Waarom bewaart u die brieven niet?" Nu praat de soldaat voor het eerst boos.
"Wat stond er dan in dat u ze wegmaken moest? Nou?" "Werkelijk er stond niets bijzonders in" blijft vader heel rustig zeggen. "Toch is het gek" antwoordt de soldaat. "U gaat maar even mee." Nu wordt Emmanuel ook grijs. Hij zou de soldaat wel aan willen vallen, maar hij weet wel dat dat idioot zou zijn. Vader loopt mee naar buiten naar de auto vol soldaten en andere gevangenen. Hij kijkt nog even om naar Emmanuel en Marthe. "God weet wat we nodig hebben" zegt hij. Marthe valt neer op een laag krukje in de keuken. Ze huilt zonder een geluid. En Emmanuel blijft staan, stokstijf.