Depressiviteit en depressie

1990-11-23
  • Jaargang 34
  • nummer 24
De afgelopen jaren werd de boekenmarkt overstelpt door boeken over depressiviteit. Daarbij kwam ook de relatie tussen depressies en christelijk geloof aan de orde. Is het bv. waar dat christenen eerder neigen tot depressiviteit?

Rechterflank
Onlangs verscheen in de serie 'Praktisch en pastoraal' het boek 'Depressiviteit en depressie, een christelijke handreiking' (a). Het is met meer dan de gebruikelijke nieuwsgierigheid dat ik dit boek ter hand nam. De auteur, drs. P.J. Verhagen, heeft een bijzondere kombinatie aan studies achter de rug: hij studeerde theologie en volgde de opleiding tot psychiater. Uit de inhoud van zijn boek kan duidelijk op worden gemaakt dat hij zich verwant voelt met de rechterflank van de gereformeerde gezindte. Hoe weet iemand met deze achtergrond, die bovendien preekbevoegdheid heeft én psychiater is deze vakgebieden te kombineren?

Niet neutraal
Verhagen steekt zijn christelijke achtergrond niet onder stoelen of banken. "Ik heb niet de minste poging ondernomen mij neutraal op te stellen. Neutraliteit is immers onmogelijk.
Mijn levensbeschouwelijk kader is voortdurend aanwezig. De Bijbel ligt voortdurend binnen handbereik" (9).
Het spreekt bijna vanzelf dat de auteur al heel snel in gaat op publikaties die suggereren dat er een verband bestaat tussen christelijk geloof en depressiviteit. In dit verband kan o.a. de studie van Van Scheyen worden genoemd. Hij schreef in 1975dat er een verband bestaat tussen de geloofsovertuiging van de Nadere Reformatie, levensstijl en karakterstruktuur en het ontstaan van depressies. In de kring van de Nadere Reformatie legt men sterk de nadruk op de zondigheid van de mens. Van Scheyen schreef dat als iemand zegt dat hij heel zondig is dit ook een uitingsvorm kán zijn van een depressie. Door geloofsgenoten kunnen deze uitspraken echter worden uitgelegd als een bevestiging van het geloof. Het sombere denken wordt dan als het ware aangemoedigd. Dit kan de psychiatrische hulpverlening in ernstiqe mate doorkruisen (14).
Verhagen heeft bezwaren tegen sommige konklusies van Van Scheyen. Toch neemt hij diens publikaties serieus. Hij bepleit openheid naar de psychiatrische hulpverlening.
Goede voorlichting is nodig, omdat er vaak sprake is van "argwaan jegens alles wat met psychiatrie en psychiaters te maken heeft"
(14).
Ook Aleid Schilder wordt in het boek van Verhagen genoemd. Hij noemt haar behandelmethode een goede vorm van psychotherapie. De vraag of er ziekmakende faktoren aangewezen kunnen worden binnen een bepaalde geloofsovertuiging vindt hij terecht. Hij deelt echter niet de visie van Schilder dat de gereformeerde leer 'op de helling' moet (15).

Geestelijke en psychische problemen
Enige tijd geleden verscheen de vertaling van een boek met 21 preken van Ds. D. Martyn Lloyd-Jones (engels arts en predikant; b). Er zijn depressieve mensen die bemoedigd werden door het lezen van dit boek.
Is het boek dus een handleiding voor de manier waarop we depressiviteit kunnen 'behandelen'?
Verhagen maakt onderscheid tussen geestelijke en psychische problemen (17, 69). Dit onderscheid wordt in de literatuur over depressies weinig gebruikt. Toch is het niet onjuist om de beide aspekten 'in het achterhoofd' te houden. Met geestelijke problemen doelt Verhagen op de situatie waarin mensen het juiste zicht op God en op de bijbel kwijt zijn geraakt. Het boek van Lloyd-Jones kan worden gezien als een antwoord op die problematiek. De wortel van dit onjuiste beeld van God kan echter liggen in een depressie.
Psychische problemen (bv. eenzaamheid of onrust) stralen vrijwel altijd uit naar het geloofsleven.
Hulpverleners die dit over het hoofd zien of hier niet over willen spreken slaan een essentieel onderdeel van de christelijke hulpverlening over.
Iemand die alléén aan de 'geestelijke depressiviteit' werkt echter evenzeer.
Wanneer bv. een zuster in de gemeente zeker weet dat haar zonden niet worden vergeven, is dit niet zelden een gevolg van de depressie.
Dan zal de depressie ook (bv. met behulp van medicijnen) behandeld moeten worden.

Positieve zelfwaardering
Verhagen besteedt een apart hoofdstuk aan het ontstaan van depressies in de gezinssituatie. Daarbij stelt hij tevens de vraag of de dubbele predestinatieleer (de leer van de Goddelijke verkiezing en verwerping) een onzekerheid geeft, die ook in de opvoeding zijn sporen nalaat (47).
Immers: als ouders hiermee tobben, welke gevolgen heeft dit dan voor de kinderen? (vgl. cl. Opvallend is dat de auteur zelf geen antwoord geeft op deze vraag; hij legt hem als het ware in het midden om eens over na te denken.
Verhagen gaat er bij het ontstaan van depressies vanuit dat er altijd sprake is van een kombinatie van faktoren. Een bijzonder belangrijke faktor is de kwetsbaarheid. En dan: "de kwetsbare plek is onze zelfwaardering: het geheel van gedachten en gevoelens, die we over onszelf hebben. Een positieve zelfwaardering maakt ons minder kwetsbaar voor depressieve klachten" (53).
Verhagen is een auteur die de gereformeerde leer van harte onderschrijft.
Hij weet dat de mens 'geneigd is tot alle kwaad' en dat we daarom uit genade moeten leven.
Toch benadrukt hij dat een positieve zelfwaardering belangrijk is. Er zijn (OOkin onze lezerskring) mensen die zich afvragen hoe het een met het ander te rijmen valt. Misschien kan er daarom in 'Opbouw' nog eens uitgebreider aandacht aan worden besteed.

Zonde tegen de Heilige Geest
In het 5e hoofdstuk noemt Verhagen o.a. de zonde tegen de Heilige Geest. Sommige depressieve mensen vertonen dwanggedachten: ze willen een bepaalde gedachte van zich afzetten, maar ze kunnen het niet: ze zijn er voortdurend mee bezig. Deze gedachten kunnen een symptoom zijn van een dieperliggende problematiek (dit hoeft zeker niet op het gebied van het geloofsleven te liggen). "Pastoraal zal het erom gaan niet een theologische diskussie aan te gaan, maar te zoeken hoe men troostend mee-lijden kan zonder de hoop en de moed te verliezen" (68).
In dit hoofdstuk vinden we ook een aantal opmerkingen over de charismatische zielszorg (bekend zijn op dit gebied o.a. de publikaties van dr. Kraan en dr. Van Dam). Verhagen schrijft dat er rond deze vorm van christelijke zielszorg nogal wat misverstanden bestaan. "De charismatische zielszorg is niet het type zielszorg dat problemen afdoet met te zeggen: bid maar veel!" (73). Hij besluit dit gedeelte met: "Het schijnt ons zonde toe wanneer de uiterst belangrijke en bijbelse aspekten vande charismatische zielszorg met het accent op het werk en de gaven van de Heilige Geest onder ons verwaarloosd worden" (75).

Selektie
In dit artikel werden enkele opmerkingen op het raakvlak van theologie en pastoraat uit het boek van Verhagen naar voren gehaald. Het zal inmiddels wel duidelijk zijn dat de auteur heel goed op de hoogte is van problemen bij het pastoraat aan depressieve mensen.
Depressiviteit is een moeilijk en bijzonder complex onderwerp. Dit brengt met zich mee dat het boek zijn beperkingen heeft. In ruim 100 bladzijden kan het onderwerp slechts summier worden behandeld.
Af en toe geeft de inhoud de indruk van een vrij willekeurige selektie.
Verhagen is zich dit bewust. Hij ziet sommige gedeelten meer als illustratie dan als afgeronde beschouwing (48).
Eerder werd in 'Opbouw' het boek van de vrijgemaakt-gereformeerde psycholoog Scholte over depressies basproken (in de vrijwel parallel lopende serie 'Pastoraal Perspektief', dl. Wie beide boeken naast elkaar legt ziet dat er verschillen zijn. Scholte besteedt meer (en systematischer) aandacht aan theoretische achtergronden, oorzaken en behandelingsmogelijkheden. Bij Verhagen krijgt het pastoraat meer ruimte. De vraag die onwillekeurig bij de lezer opkomt is: waardoor zijn die verschillende accenten ontstaan (opleiding? kerkelijke achtergrond?
patiëntenkring?).
Aanvankelijk moest ik wennen aan de schrijfstijl van Verhagen. Een voordeel is dat het boek heel eenvoudig is geschreven (korte zinnen, geen moeilijke woorden). Alleen de citaten van oude schrijvers zoals W.
à Brakel en termen als 'aangeboren gestrengheid van het vlees' zullen in onze lezerskring wat minder bekend zijn.
Voor wie zich wil verdiepen in het pastoraat aan depressieve mensen vormt het boek van Verhagen een goede inleiding. Hoewel de thema's die in de kring van de Nadere Reformatie een rol spelen in onze kerkenkring minder nadrukkelijk aanwezig zijn (bv. Avondmaalsmijding) biedt het boek ook voor ons een christelijke handreiking.

Literatuur
a) Dit artikel werd geschreven naar aanleiding van het boek 'Depressiviteit en depressie, een chr~·sélijke handreiking'. De auteur is drs. P.J. Ver agen. Het boek verscheen in de serie 'Pr ktisch en Pastoraal' bij uitgeverij J.J. Groen in Leiden. Het telt 109 pagina's en kost f 18,50.
b) D. Martyn Lloyd-Jones, Oorzaken en genezing van geestelijke depressiviteit (De Banier, Utrecht, 1988)
c) Drs. H. de Jong stelde in een reaktie op het boek van Aleid Schilder een soortgelijke vraag en gaf met een duidelijk voorbeeld zijn visie weer. Zie 'Opbouw', 7 augustus 1987.
d) Drs. Wubbo Scholte, Leven met het onvolkomene (Oosterbaan & Ie Cointre, 1989); besproken in 'Opbouw', 26 mei 1989.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief