Nieuwjaar met Simson: Verblindend mooi

2011-01-07
  • Jaargang 55
  • nummer 1
Hoe kijk je naar de toekomst? Een vraag die je maar beter niet aan Simson kunt stellen.
Hij is stekeblind. En zit gevangen in Gaza.
De prachtige verhalen van Simson eindigen met de dood van de held. Een heroïsch slot of juist een tragisch slot? De held gaat ten onder. Weg toekomst.

Simson wist niet dat de HEER hem verlaten had… HEER, mijn God, denk toch aan mij!
(Rechters 16:20b en 28a)

Rechters 16 laat het zeer menselijke van Simson zien. Hij bezoekt een hoer, speelt een spelletje met zijn gave, verklapt zijn geheim, wordt gevangen genomen en blind gemaakt en sterft uiteindelijk onder de puinhopen van de tempel van Dagon.
Maar het meest tragische is denk ik niet zijn dood. Het is verwoord in dat ene zinnetje uit vers 20: ‘Simson wist niet dat de Heer hem verlaten had’.
Dat is schokkend. Als vanouds rekent Simson er blindelings op dat God hem kracht zou geven. De geestelijke dimensie van toewijding (zichtbaar door zijn Nazireeërschap) heeft hij uit het oog verloren. Zoals de dagen ervoor zou hij ook nu zich los kunnen rukken.

Ergens het verhaal van het volk Israël: als ‘zoon’ geroepen uit Egypte, rijk gezegend met een nieuw land, flirten met de volken rondom, altijd er op rekenend dat God wel met hen zou zijn. Nee dus!
Moet je horen wat Johannes zegt in Matteüs 3: ‘Adderengebroed! Wie heeft jullie wijsgemaakt dat jullie veilig zijn voor de komende toorn. Denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: wij hebben Abraham tot vader.’
Geen vanzelfsprekendheid. Ook al heeft de Geest gaven gegeven…, ga nooit vanuit automatisme of routine geloven of je taak in de kerk doen. Op basis van je ervaring; ach, je voerde al zoveel gesprekken als ambtsdrager, deze keer zal het ook wel lukken. Je preekte al zoveel vaker, enige schroom om te preken is vervallen. Het ging vorige week en de maanden daarvoor toch ook goed. Het voelt goed en ziet er goed uit, dat geloof van je, maar het is zo onaangedaan geworden.

Een van de duivelen in het boekje Brieven uit de hel van Lewis geeft instructie aan een onderduivel: ‘Ach joh, het is helemaal niet erg als mensen trouw naar de kerk gaan, als het maar een nietszeggende routine wordt’.
Waar sta jij als ambtsdrager? Waar sta jij als gelovige?
Je gekregen gaven moet je gebruiken vanuit toewijding. Toewijding aan God. Nederig, afhankelijk. Biddend dus!
Simson speelt een spel en laat zich inpakken door de Filistijnen. Stapje voor stapje is hij geestelijk verblind geraakt. En uiteindelijk letterlijk. Tja, en wat is nu erger…?

Toch gaan de ogen van Simson weer open. De ogen van zijn hart. Stel je maar voor hoe het er aan toe ging. Een tempel vol met hossende en juichende mensen. Allemaal omdat Dagon bevrijding zou hebben gegeven. En Simson staat daar als trofee tussen. Niets kan hij zien. Alles hoort hij. Het dreunt door de tempel en het dreunt door in zijn hoofd en hart: alle eer aan Dagon!
Dat is meer dan hij verdragen kan. Plots klinkt tussen die afgodische herrie een gebed tot de God die echt leeft en verlost: ‘Heer, mijn God, denk toch aan mij! ‘
Niemand ging die dag naar huis met het idee dat Dagon machtig was. Dagon en zijn tempel waren niet meer.

Simsons ogen waren in zijn dood opnieuw opengegaan. De God die leeft verlost. Ook al ga je dood. Het staat er fijntjes bij: in zijn dood maakte Simson meer slachtoffers dan tijdens zijn leven.
En ook hier liggen de verbanden voor het oprapen. Jezus stierf en in zijn dood redde hij meer mensen dan tijdens zijn leven. De moordenaar aan het kruis naast Jezus: Gedenk mij toch!
Een gebed dat zin heeft en verhoord wordt. Vanuit de diepte. De diepte van je eigen verlatenheid. Een gebed tot de God die zijn zoon verliet. Zelfs zo ver ging het dat Jezus uitriep: Mijn God, waarom hebt u mij verlaten. Inderdaad, zo ver gaat de liefde van God voor zondige stervelingen. Opdat wij nooit meer door Hem verlaten zouden worden.

Simson faalde als redder. Hij maakte slechts een begin, zoals het al was gezegd bij zijn geboorteaankondiging. Zijn leven is in details een verwijzing naar Jezus. Zijn levensloop en einde laten zien dat er méér nodig is dan een krachtpatser als hij. Méér is nodig. Dat méér is er in Jezus Christus.

Sinds Jezus gaat het om toewijding aan Hem. Je kunt je maar zo herkennen in die spiegel van Israël en Simson. Dat vanzelfsprekende dat God wel met je is, dat je het leven wel aan kunt. Maar het gaat er om dat je leeft in afhankelijkheid, juist ook als het gaat om je gaven. Die zijn namelijk niet onvervreemdbaar. Wordt dus niet blind voor die werkelijkheid.
Het nieuwe jaar mag goed zijn als je leeft in afhankelijkheid van Jezus en in de zekere hoop dat God met je is. Immanuël, God met ons. Het feest van kerst. In je zonde en gebrokenheid mag je opkijken naar God. Hij sleurt je uit de puinhopen van je leven. Hij heeft aan je gedacht! Laten je ogen daar alle dagen voor open zijn. Leven in zijn heerlijk licht. Verblindend mooi!

Drs. Jaap van den Bos is predikant van de GKV Hengelo.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief